zondag 27 januari 2019

Vals spel 3 (deel 2: Antarctica & Falklands)

Het was eigenlijk mijn bedoeling om snel achter elkaar de blogs over onze cruise te publiceren.  Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, om Elsschot te citeren. Indien luiheid als praktisch bezwaar mag tellen.

Het gebied rondom Antarctica is winderig en koud en het terrein van stormvogels en albatrossen.
Zuidelijke reuzenstormvogel (giant petrel)
Met een maximale spanwijdte van meer dan twee meter zijn het imposante vogels. Ze eten vooral aas, maar ook wel (inkt)vis. Stormvogels en albatrossen zijn verwant, wat goed te zien is aan hun snavels. Afgezien van hun grootte, is hun snavel een duidelijke aanwijzing dat je in ieder geval niet met een meeuw van doen hebt.
Grote albatros [wandering albatross] (denk ik, maar een koningsalbatros [royal albatross] kan ook)
Albatrossen zijn nog een maatje groter dan stormvogels. Een grote albatros kan een spanwijdte van meer dan 3 meter bereiken.
Een, opgezette, albatros met mensen voor een indruk van de grootte
 Het bleef niet bij allerlei stormvogels en albatrossen.
Drie keizersaalscholvers (blue-eyed cormorants)
De keizersaalscholver is duidelijk familie van onze aalscholver, maar net wat kleuriger.

Ik heb ook mooie foto's van sterns, maar die slaan we maar even over, want we moeten naar DE vogel van het Antarctisch gebied.
Pinguïnkolonie in de sneeuw
 Zo'n pinguïnkolonie ziet er uit zoals die ruikt; niet helemaal fris. Als je 'geluk' heb is zo'n kolonie zelfs op het schip te ruiken. Niettemin, zwemmend zijn het fraaie beestjes.
Stormbandpinguins (Chinstrap penguins)
Pinguïns zijn op het land onhandige vogels, maar ze kunnen razendsnel zwemmen. Dat doen ze door snelheid te maken in het water, en dan een sprongetje te maken, vermoedelijk om van de lagere weerstand in de lucht te profiteren. Als je ze zo bezig ziet, is er van hun charmante onhandigheid op het land weinig over.

Er is mij verteld dat er 17 soorten pinguïns zijn. Die heb ik natuurlijk niet allemaal gezien en al helemaal niet gefotografeerd.
Een kolonie ezelspinguïns (gentoo penguins) op de Falklands
Ezelspinguïns danken hun naam trouwens aan het geluid dat ze maken; dat lijkt verdacht veel op het balken van een ezel.
Pinguïns hebben van mensen weinig te vrezen en dat weten ze. Als bij een pinguïnkolonie rondloopt, dan wordt je vooral genegeerd. Mij is verteld dat ze zelfs enig voordeel hebben bij de menselijke aanwezigheid. Wij jagen meeuwen weg die eieren of jonge kuikens stelen, en daarmee compenseren we onze 'storende' aanwezigheid. Maar zoals al eerder geschreven, voor mensen die interactie zoeken is een pinguïn niet de ideale vogel.
Koningspinguïns (kings penguins)
Keizerspinguïns zijn de grootste en mooiste pinguïns. Die hebben we niet gezien, maar koningspinguïns komen er aardig bij in de buurt. Op de achter grond is ook een ruiend exemplaar te zien.

Wat ik ook nog zeker even wilde delen is dit fraaie kleine vogeltje
Falklandplevier (two-banded plover)
Om ook voor mij onbegrijpelijke redenen vind ik het leuk een beestje te zien op een plek waar het ook de naam van draagt. Het lijkt me een onschuldige afwijking.
Kuiken van de Falklandplevier
In dezelfde categorie vallen deze eenden.
Falklandbooteend (Falkland flightless steamer duck)
Zoals de Engelse naam al suggereert kunnen deze grote eenden niet (nauwelijks?) vliegen, daar zijn ze te zwaar voor en zijn hun vleugels te weinig ontwikkeld. Blijkbaar vindt deze vogel vliegen niet de moeite waard. Zoals de dokter zegt: Use it or loose it. Dat geldt ook in de vogelwereld.

We hebben natuurlijk nog veel meer gezien, maar ik vind het wel weer welletjes voor deze blog. Nog even een foto van mijn favoriete ijsklontje. (Het is ondertussen vast gesmolten.)
Antarctische ijsberg
Tot een volgende keer.



donderdag 17 januari 2019

Vals spel 3 (deel 1: Chili)

Het lijkt een slecht begin van het jaar, meteen vals spelen. Maar de meeste lezers weten al wel wat dit inhoud; in plaats van de vogels waar het eigenlijk over zou moeten gaan in deze blog (de vogels in park Meeerland) gaat het over de vogels waar ik het over wil hebben. In dit geval zijn dat de vogels in het zuiden van Zuid-Amerika. We hebben een reis gemaakt die ons in het zuiden van Zuid-Amerika en in Antarctica heeft gebracht. En ik wil deze blog gebruiken om wat vogelobservaties met u te delen.
Nou gaat het om een groot gebied, met heel veel avifauna, waarvan ik maar een fractie gezien heb. En van die fractie heb ik maar weer een deel kunnen fotograferen. En van die foto's komt dan maar weer een selectie hier terecht. Wat ik met deze disclaimer maar wil zeggen, is dat dit een geheel willekeurig samenraapsel is.

Na al het voorgaande heb ik waarschijnlijk nog maar 1 lezer over. Ik hoop dat die hier dan wel veel plezier aan beleefd.

Onze reis was merendeels een cruise. Bij de afvaart werden we uitgeleide gedaan door pelikanen.
Peruaanse pelikaan (Peruvian Pelican)
Die hebben we voor de rest de hele verdere reis niet meer gezien. Echt mooi zijn ze misschien niet, maar het zijn wel heel karakteristieke vogels. Er vlogen er heel wat af en aan om hun maaltje vis bij elkaar te scharrelen.

Een vogel die we wel op allerlei plaatsen in Zuid-Amerika hebben gezien is de Chimango. Een zeer algemene valkachtige.
Chimango (Chimango) met tweede pootje, bijna, verborgen
Wegvliegende chimango
Wat me tijdens de hele reis opviel is dat de meeste vogels weinig schrikachtig zijn t.o.v. mensen, en ook chimango's lieten zich op allerlei plaatsen rustig fotograferen. Het doet vermoeden dat ze van mensen weinig te vrezen hebben. Hoewel zijn Engelse naam anders doet vermoeden, is de kuifcaracara veel minder algemeen. In ieder geval op de plaatsen waar wij kwamen.
Kuifcaracara (common caracara)
(Middelgrote roofvogels worden bij navraag trouwens voortdurend 'caracara' genoemd in Chili; het is volgens mij meer een categorie dan een specifieke soort.)  Dit is wel een imposantere roofvogel om te zien. Deze zat in een natuurpark (Torre del Paine) in Chileens Patagonië. Daar waren ontzettend veel vogels. Voor mij een van de bijzonderste observaties waren de condors.
Andes condor (Andean Condor)
 Condors zijn aaseters en dus gieren. Maar dat beeld past niet bij deze vogels als ze met hun spanwijdte van meer dan drie meter majesteitelijk boven de bergen zweven. Condors waren trouwens niet eens de grootste vogels die we daar, in dat park, gezien hebben.
Darwins nandoe (Lesser Rhea)
En dan hebben we het natuurlijk over gewicht. Qua spanwijdte kan deze struisvogelachtige zich niet meten met een condor. Maar ter vergelijking, zo'n nandoe kan een dikke 28 kg wegen; een mannetjes condor 15 kg. Kortom, als je het vliegen opgeeft hoef je minder op je lijn te letten. (Dat geldt ook voor mensen, maar dan is het gerelateerd aan de maat van het gemiddelde vliegtuigstoeltje.)

Er waren natuurlijk ook kleine vogels.
Chileense zwaluw (Chilean Swallow)
Misschien niet zo heel bijzonder. Onderstaande musachtige vond ik wel weer heel leuk.
Roodkraaggors (rufous-collared sparrow)
Een zeer bewegelijk vogeltje met een prachtig rood kraagje.

Dit is natuurlijk lang niet alles wat we daar gezien hebben. Er waren ook flamingo's, ibissen zwarthalszwanen, eenden en ganzen. En verder hebben we in Chili nog roodkopgieren en allerlei anders wat ik nu even vergeten ben, gezien.
Roodkopgier (Turkey Vulture)

Ter afsluiting, een plaatje zonder vogel.
Torre del Paine (de kleurverschillen in de meren hangen samen met de mineralen in het water.)
Gezien al het materiaal dat ik nog heb, denk ik nog wel twee afleveringen nodig te hebben. Maar maakt u zich geen zorgen, ik zal tussendoor ook weer verslag gaan doen van ons park.

En nu maar op zoek naar de condor in park Meerland.



zondag 2 december 2018

De laatste van dit jaar

Zoals ik al schreef in mijn vorige post, zag ik aankomen dat ik deze dagen weinig zou bloggen. Nou hebben dat soort uitspraken ook altijd wel iets van een self fulfilling prophecy; ik doe zelden tevergeefs een beroep op mijn innerlijke luilak. Maar ook het weer en focus op andere zaken speelde wel degelijk een rol. Fotografie betekent zoiets als 'schrijven met licht' en dat licht ontbreekt de laatste dagen/weken regelmatig.

Maar goed, genoeg over uitvluchten. Want op de valreep is er toch weer wat bijzonders te melden. Zodat ik nog een kort blogje kan vullen.
Grote zilverreiger
De grote zilverreiger heb ik in ons park nog niet eerder gezien en al helemaal niet gefotografeerd. Op zich is het een ideale vogel voor de ongeoefende vogelaar. Hij/zij is groot, en juist op dit soort grauwe dagen lijkt het wit bijna op te lichten tussen alle somberheid.
En in vlucht
Dit exemplaar moest weinig van mijn aandacht hebben, toen ik mijn grote boze oog op hem richtte ging hij er snel vandoor. Maar ook tegen het grijs van de hemel leverde het heldere wit een prachtig plaatje op.
Studie in half tonen met geel/oranje
Zilverreigers komen trouwens in drie maten (S, M en L). Als je er in Nederland eentje ziet, is dat meestal de grote. De middelste komt hier eigenlijk helemaal niet voor. De kleine zou in principe ook kunnen, maar is echt een stuk kleiner. De grote zilverreiger is ongeveer even groot als een blauwe reiger, maar heeft een, nog, langere nek.
Grote zilverreiger met twee blauwe reigers
Grote zilverreigers hebben het grootste deel van het seizoen een gele snavel. Tijdens de paartijd wordt die een stuk donkerder. Kleine zilverreigers hebben altijd een donkere, vrijwel zwarte, snavel.

Voor de rest zie ik deze tijd opvallend veel spreeuwen in ons park. Vorige jaren waren die er volgens mij veel minder. Ik heb geen idee waarom ze zich nu hier verzamelen.
Heel veel spreeuwen in een boom
Van wat dichterbij zijn het trouwens best mooie vogels, vind ik.
Spreeuwen in winterkleed op de grond
Ondanks dat het de laatste tijd wat meer regent, is het nog steeds treurig gesteld met de waterstanden in ons park. Ik hoop dat ik u de volgende keer daar beter nieuws over kan melden. Dat is dan in 2019, dus we hebben nog even de tijd.

Ik wil iedereen prettige feestdagen en een goed begin van het nieuwe jaar toewensen. Ik meld mij hopelijk weer in de tweede helft van januari. Tot die tijd kan ik iedereen alleen maar aanraden om zelf te blijven kijken, je weet nooit wat je tegen het lijf loopt. 

Tot een volgende keer.

zaterdag 10 november 2018

Herfstpracht

De titel is deze keer een makkie, maar de keuze van de foto's veel minder. Maar daar over zo meer. Eerst even dit. Ik heb de laatste tijd wat minder gepost. Dat heeft vooral te maken met de beschikbare tijd om te fotograferen en schrijven. En ik wil mij ook bij voorbaat verontschuldigen, want dat zal zo nog wel even blijven. Misschien wel tot in februari. Dus ik moet u vragen wat geduld te hebben met uw favoriete vogelblog over park Meerland. (Want geef toe, hoeveel andere vogelblogs over park Meerland leest u nu?)

Terug naar de herfstkleuren. Ik moet toegeven dat me bij mijn omzwervingen de laatste tijd wat makkelijk heb laten afleiden door de kleurenpracht van de herfst in ons park. Dat heeft ook te maken met alle verschillende bomen en struiken die hier staan. Dat geeft bij het verkleuren prachtige combinaties. Maar u leest deze blog niet voor de herfstblaadjes, maar voor de vogels, dus ik zal me proberen in te houden.
Blauwe reiger, gespiegeld in het water
Misschien toch wat weinig vogel? Dan deze maar. Een biddend torenvalkje aan de rand van ons park. Hij/zij was ook zo weer weg, maar ik kon deze foto maken.
Torenvalkje met de zon op zijn vleugels
Voor alle zaadeters zijn het gouden tijden, maar dat betekent niet dat ze zich lekker laten fotograferen. Ik zie bossen, vinken, mezen en verwanten foerageren, maar zo zijn zo bewegelijk en blijven bij voorkeur onder de overgebleven blaadjes, dat ik ze niet aan u kan tonen. Gelukkig was er onderstaande koolmees met snode plannen.
Krakende koolmees
Deze koolmees zag wel wat in een woning de bestemd was voor een oeverzwaluw. Die zijn al lang naar het zuiden, en zo overkomt hun wat de angst is van veel menselijke overwinteraars; hun woning wordt gekraakt. Deze mees bekeek verschillende mogelijkheden, maar had een duidelijke voorkeur voor woning 77.

Het waterpeil van de vijvers is nog steeds veel te laag.
Kokmeeuwen, in winterkleed, in ondiep water
Met het naderen van de winter zie je dat individuen van veel soorten elkaar opzoeken. Hoewel, meeuwen zie je altijd wel bij elkaar. Maar rond deze tijd toch nog wel meer, denk ik.

Spreeuwen zijn ook echte groepsvogels en je ziet ze dezer dagen veel in ons park. Vaak in flinke groepen op de wei waarbij er een of twee in een boom de wacht lijken te houden.
Twee spreeuwen, fraai in het najaarszonnetje

Roodborsten zie je dan weer nooit samen. En als ik een roodborst was, zou ik ook maar een rondje om dit exemplaar lopen.
Pittige roodborstje
 De aalscholvers zijn ook weer terug. Dit exemplaar had zijn zitplaats gekozen op passende kleuren.
Aalscholver met op kleur gekozen zitplaats
De kleurbewuste aalscholver is altijd blij met de herfst, zijn/haar snavelaanzet harmonieert dan zo prachtig met de vergelende blaadjes.

En als u wat moeite heeft tussen onderstaande blaadjes een vogel te ontdekken, maakt zich geen zorgen. Er is er geen. Eigenlijk gaat het me hier niet eens om de blaadjes, maar om de kleur.
Herfstpracht

Tot zover, tot een volgende keer. Dat kan dus even duren, maar er komt vast weer een nieuwe aflevering.




zaterdag 20 oktober 2018

Reigers +

De laatste tijd ging mijn vrije tijd op aan andere leuke dingen dan bloggen over ons park dus u heeft even op uw favoriete vogel(lees)voer moeten wachten. Om ook maar van het gezeur van mijn geweten af te zijn, is ie hier dan ook meteen de reigerseditie. U zal er vast niet van hebben wakker gelegen, maar ik kon dit niet blijven aankondigen.

Reigers dus.

De voor de hand liggende aanleiding voor deze 'special' is dat het een vogel is die zich gemakkelijk laat fotograferen en dat ik zodoende een aardige bibliotheek aan foto's van die beesten heb waar ik eens wat mee wilde doen. Maar dat is eigenlijk het halve verhaal.
Blauwe reiger met blauwe achtergrond
Blauwe reigers zijn niet erg aaibaar, en soms een beetje mottig. En hij is niet vies van andermans kuiken. Visueel en qua gedrag is het niet de meest sympathieke vogel. Maar hij (m/v) past wel heel erg in het onderliggende thema van deze blog, de natuur die goed gebruik weet te maken van wat de mens toevallig in de aanbieding heeft. Ze zijn brutaal en opportunistisch. (Wat dat betreft, zijn de reigers in ons park nog behoorlijk naturel. In Amsterdam schijn je bij sommige viskarren je harinkje te moeten verdedigen tegen tegen een blauwgrijze enthousiaste visliefhebber.) Niet alleen in het kleine, maar ze passen zich ook goed aan aan het veranderende klimaat. Vroeger trokken de meeste reigers weg, tegenwoordig zijn het bijna standvogels die bij een strenge winter net zo ver met de vorstgrens meetrekken als nodig. De blauwe reiger is een beetje het ornithologische equivalent van wat in de politiek 'de calculerende burger' heet. Pakken wat je pakken kan met zo weinig mogelijk inspanning. Je kan er het perfecte complement in zien van hoe de mens met de natuur omgaat.

Maar goed, ik moet overdrijven. De blauwe reiger is niet de gesel Gods, maar gewoon een vogel. Die zich vaak mooi laat spiegelen in het water.
Vliegende en spiegelende blauwe reiger
Mannen en vrouwen zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden. Ik heb wel eens gedacht dat je het geslacht aan het kuifje zou kunnen zien, maar dat is niet zo. Wel is die kuif op z'n mooist en langst in de paartijd.
Reiger in de tweede helft van de winter
Bovenstaande reiger is herkenbaar in de paartijd. Een lange kuif en vooral de wat rode snavel. Deze foto is genomen in februari, en het zou goed kunnen dat deze reiger toen deel uitmaakte van een broedpaar. Reigers kunnen in zachte winters al in januari beginnen met broeden.  Dus reigers zie je eigenlijk vooral in de tweede helft van de winter op hun mooist.

Jonge blauwe reigers zijn goed te herkennen aan het ontbreken van die tekening aan hun kop.
Jong met grijze kruin
Bovenstaande jonge blauwe reiger deed me een beetje denken aan een purperreiger, waarschijnlijk door de afwijkende tekening aan de kop.

Reiger met lunch

Maar door het hele jaar kan je ze in ons park aantreffen, door het water sluipend, en soms een met een visje in de snavel. Ik vind het leuk om ze heel geduldig te zien jagen. Als ze een prooi in het oog hebben wordt de hals ineens heel lang. Als ze toeslaan is het vaak prijs. En soms kunnen ze hun geluk bijna niet op.

Reigers nestelen  trouwens gewoon in bomen.
Reiger op weg naar zijn nest?
 En na al het onaardigs wat ik over reigers gezegd heb, dit is toch zo wel weer een heel fraai exemplaar.                      
Met de goede belichting is ie toch ook wel weer mooi


En voor al die mensen waarvoor dat blauwgrijze niet zo hoeft, nog een fraai herfsttafereeltje.
Herfstige koolmees

Ik houd het hierbij, tot een volgende keer.





zondag 23 september 2018

Geen reigers

De vorige keer kondigde ik aan dat er wel eens een "Reigers special" aan zou kunnen komen, maar die stel ik toch maar even uit. Voor de rest heeft alles wat ik vandaag met u wil bespreken alleen met elkaar gemeen dat het geen reigers zijn. Dus heb ik me er een beetje gemakkelijk afgemaakt met deze titel. En uiteindelijk weer niet, want nu moest ik dit verhaal schrijven om die onzin recht te breien.

Enfin, laten we beginnen.

Eerst maar meteen het bijzonderste. Twee weken geleden vlogen een paar ooievaars een inspectierondje boven ons park.
Ooievaar boven park Meerland
Ooievaars zie je op andere plaatsen in Nederland best veel, omdat ze in de buurt wonen, maar bij ons zijn ze een zeldzaamheid. Vooral in vlucht zijn het indrukwekkende, en mooie, vogels.
Ze waren geringd, maar de ring was niet afleesbaar
Uiteindelijk werd ons park afgekeurd, want ze vlogen weer verder zonder een poot aan de grond gezet te hebben. Technisch gesproken zijn het dan geen Meerparkvogels vind ik, dus ik heb ze maar niet toegevoegd aan mijn overzichtslijst.

Ik kwam deze weken bij mijn omzwervingen ook weer een paar keer een merel tegen. En daar ben ik blij mee.
Meerparkmerel
Merels hebben in onze streken zwaar te lijden onder het Usutu-virus. Dat virus wordt verspreid via steekmuggen. De verwachting is dat merels op den duur natuurlijke weerstand gaan opbouwen tegen het virus, maar voorlopig kunnen ze er nog slecht tegen. Natuurlijke selectie in werking is niet per se prettig om te zien. (Voor mensen die zich daar zorgen over maken, het Usutu-virus is niet gevaarlijk voor mensen.)

Ik heb de laatste tijd al vaker buizerds boven ons park gezien (zie ook de vorige blog).
Fraaie, donkere buizerd
Maar dit vond ik dan weer zo'n prachtig donker exemplaar dat ik hem toch even met u wilde delen. Het bijzondere aan buizerds is dat ze zeer variëren in kleur. Sommige zijn heel licht grijs. Andere, zoals deze, zijn behoorlijk donker. Dat leid ertoe dat als ik een grote donkere zwevende roofvogel zie, ik er maar vanuit ga dat het een buizerd is tot het tegendeel is bewezen. In dit geval is het zeker een buizerd; op een andere foto is goed de kenmerkende tekening aan de onderkant van de vleugel te herkennen.
tekening aan de onderkant
Vooral de geelachtige overgang tussen het witte en het donkere deel van de vleugel schijnt kenmerkend te zijn.

Nijlganzen in de vlucht

Ik ben niet zo kapot van Nijlganzen, maar in de vlucht zijn ze wel mooi.

Waterhoen met grassprietje
Zo'n waterhoentje is een veel bescheidener vogeltje, maar het heeft toch ook zo z'n eigen schoonheid.

En ter afsluiting een niet ornithologische observatie. Ondanks dat de zomer wel zo'n beetje voorbij is bloeien er veel bloemen in ons park. En het voordeel van bloemen is dat ze hem niet onmiddellijk smeren als er een lens op hun gericht wordt.
Cosmo
Deze Cosmo stond er zo fraai bij, dat het bijna lijkt of ik een Instagram filter heb toegepast. Maar dit is dus echt.



Het lijkt er op dat de dezer dagen flink wat water in de vijvers en slootjes van ons park gaat komen. Of dat echt wat oplevert voor de waterstand hoop ik de volgende keer kunnen te vertellen. Tot dan.




zaterdag 8 september 2018

Nazomeren

Hoewel ik een beetje genoeg kreeg van 'Wachten op betere tijden' als titel van mijn berichtjes, is het nog steeds armzalig gesteld met het water in de verschillende vijvers en slootjes. Aan de andere kant zijn de tijden voor een vogelaar niet perse slecht. Daarover straks nog wat meer.
Eerst maar even over de titel van dit bericht. Het is natuurlijk nazomer-tijd, en ik heb een foto die dat mooi visualiseert. Moet je natuurlijk wel van vogels houden.
Spreeuwen, bijna in herfsttooi
Met de spreeuwen hierboven is iets aan de hand. Normaal gesproken is de kop net zo zwart als de buik, maar met iets fijne spikkels. Deze spreeuwen hebben bruine koppen. (Ik begon even te twijfelen of dit wel gewone spreeuwen waren.) Maar volgens mijn vogelboek, ruien de jonge (bruine) spreeuwen  in de nazomer langzamerhand naar het najaarskleed met spikkels. Kortom, als dit gewone spreeuwen zijn, moet het nazomer zijn.

En dan heb ik toch weer een nieuwe soort. Ik weet alleen niet zeker welke.
Glanskop (of matkop?)
Glanskoppen en matkoppen zijn allebei meesjes en ze lijken sterk op elkaar. Ik heb wat meer foto's maar geen van alle geven ze uitsluitsel. Ik gok op een glanskop omdat die wat vaker in parkachtige landschappen wordt waargenomen. De bovensnavel van de glanskop schijnt een witte basis te hebben. Moet ie wel even willen poseren met zijn snavel goed in beeld. Dat wilde de mijne niet. Dus nu moeten we straks met een brandende onzekerheid naar bed.

Een boomkruiper heb al eens eerder gefotografeerd, maar heel vaak zie ik die toch niet. Dat heeft waarschijnlijk weinig met de populatie te maken, en veel met mijn gebrek aan oplettendheid. Of eigenlijk, met zijn effectieve schutkleur.
Boomkruiper op boom
Zelfs als je weet waar die zit, ben je zo'n vogeltje meteen weer kwijt als je even wegkijkt. Hij valt pas weer op als ie zich beweegt en je goede plek in de gaten houdt. Een boomkruiper doet zijn naam ook een heleboel eer aan, hij(zij) kruipt omhoog op bomen en kruipt ook tegen een boom aan. Van staart naar snavel plooit ie zich om/tegen de bast.

En in het roofvogel hoekje weer eens een buizerd. Voor één keertje niet weggejaagd door de kraaien.
Zwevende buizerd, wat verder weg
Zwevende roofvogels, die vooral gebruik maken van de thermiek, staan voor mij symbool voor rust. Zo'n beest rustig kunnen bekijken is voor mij een ideaal zen-momentje. Het zal wel iets te maken hebben met het ontstijgen van het dagelijkse gepruts.
 
En ook een steenuil knapt wel eens een uiltje, sorry, doet wel eens een dutje, overdag.
Een steenuiltje met de ogen geloken
Als uilen in een groepje slapen wordt dat roesten genoemd, maar dit was er maar eentje.  Dus laten we het maar gewoon een tukje noemen.

Tot slot nog maar een roodborstje. Niets nieuws, maar soms is dat ook niet nodig.
Roodborst

Ik voel trouwens een reiger special aankomen. Ik heb zoveel foto's van reigers waar ik nooit wat mee doe, dat ik er misschien er maar eens een aparte post aan moet weiden. Mocht ik dat de volgende keer doen, dan bent u alvast gewaarschuwd.

Tot dan.