zondag 21 maart 2021

Terug van weggeweest

Het is bijna een jaar geleden dat ik voor het laatst over ons park berichtte. Of u mij erg gemist heeft kan ik niet beoordelen; ik vermoed dat dat wel meeviel. Maar mij viel het zelf wel tegen en het was wat onverwacht. Mijn 'sabbatical' had te maken met Corona. En juist dat voelt wat tegenstrijdig. Je zou verwachten dat ik juist dan extra tijd heb om te bloggen over de vogels in ons park. Dat kon/kan tenslotte als een van de weinige dingen nog steeds. Het is een mooie ontspanning en ook meteen een ontsnapping uit de dagelijkse stroom Coronanieuws. Maar ik ben dus ongeveer een jaar stilgevallen. Dat was voor een deel praktisch; ik kreeg last van mijn Achillespees. Misschien iets te fanatiek gewandeld in Coronatijden. Maar ik had vooral last van een motivatiedip. Blijkbaar waren al die Corona-ontwikkelingen zo overheersend dat er geen andere dingen meer in mijn hoofd bijpasten. 

Enfin, ik vond dat dat ik u een verklaring schuldig was, maar nu weer verder met de vogels. Dit is de tijd om vogels te kijken omdat alles z'n uiterste best doet om op te vallen en er nog geen blaadjes zijn om dat een beetje aan het gezicht te onttrekken.

Eerst nog maar even een gewaardeerde wintergast. Al een tijdje overwinteren bij ons een paar paartjes wintertalingen.

Man wintertaling
Man wintertaling
En dat zou je een klein cadeautje kunnen noemen, want het zijn mooie maar wat schuwe eendjes en daarvoor moet ons park met alle Corona- en bouwdrukte niet aantrekkelijker geworden zijn. Daar komt nog bij dat bijna al het water een week dichtgevroren is geweest. De wintertalingen zullen ondertussen wel weer weg zijn, laten we hopen dat ze volgend jaar zich weer melden.

De halsbandparkieten zijn er ook nog steeds. Ik heb ze een tijdje niet gehoord, maar hier is er toch weer eentje in het voorjaarszonnetje.

Halsbandparkiet

Wat wel opvalt, is dat in het westen van het land er sprake is van behoorlijk grote kolonies in de parken, terwijl wij het al een paar jaar met 1, vermoedelijk hetzelfde, paartje doen. 

Het mezenkastjesproject lijkt ook succesvol, want het stikt in ons park van de kool- en pimpelmezen. 

Pimpelmees

Ik zou een hele blog kunnen vullen met meesjes in allerlei standen, maar voor nu moet u het maar doen met dit pluizige bolletje.

Tussen al het voorjaarsgeluk ook weer een bescheiden nieuwtje.

Zanglijster

 Ik had nog geen behoorlijke foto van een zanglijster, maar nu dus wel. Zanglijsters vallen vooral op door, ja ja, hun zang. Ze zingen heel afwisselend en harmonieus. Vooral dat 'afwisselend' kan je ook zeggen van mezen, maar die liedjes klinken veel feller. De zanglijster is familie van de merel; dat zijn ook van de melodieuze zangers. In vergelijking met een merel is een zanglijster wat kleiner, ze zijn het kleinste familielid van de lijsterachtigen. Het succes van een vogelsoort in Nederland hangt vooral af van de mate waarin de soort zich weet aan te passen aan de mens en zijn beschaving. De merel heeft een succesvolle overgang weten te maken van schuwe bosvogel naar tuinvogel. De zanglijster blijft wat schuwer en is daarom wat minder succesvol als soort. En blijft dus een wat bijzonderder observatie, hoewel het ook een algemene soort betreft.

En voor de rest gaat het parkleven gewoon door.

Futen baltsen in het riet

Aalscholver in 'prachtkleed'

En binnenkort zullen zich wel weer de eerste kuikens van het nieuwe voorjaar aandienen. Nijlganzen zijn altijd heel vroeg met jongen, maar dit jaar zou de late vorstperiode het eerste broedsel wel eens fataal kunnen zijn geweest.

Nijlganzen van de rug

Maar als ik bovenstaand paartje zo zie, dan zal er vast wel een herkansing komen. 

Waarvan ik dan weer bericht hoop te doen. Tot een volgende keer.


zondag 17 mei 2020

Jong leven en oude bekenden

De laatste tijd is het tempo een beetje uit mijn postjes. Ik ben er voor mezelf niet precies achter waar dat aan ligt. Een van de rare effecten van deze tijd is, dat iedereen schijnt te denken dat je nu overal tijd voor hebt, terwijl ik dat helemaal niet zo voel. Ik heb vooral het idee dat ik alles wat ik vroeger min of meer spelenderwijs of ingepast in een soort routine deed, ik nu vooral op zelfdiscipline doe. En tegen de tijd dat ik dat dan allemaal tot een min-of-meer goed einde gebracht heb, ik alleen nog maar een beetje wil suffen.
Daar komt bij dat het park de laatste tijd ook veel drukker met mensen is, en dat is niet bevorderlijk voor het vogelkijken. Ik ga daar voor de rest niet over zeuren; het park is ooit aangelegd voor mensen en ik vind het juist leuk dat de natuur gebruik maakt van wat er toevallig is. Het gaat mij dus juist niet zo erg om de aangelegde natuur maar om het opportunistisch gebruik, van in dit geval vogels, van wat wij voor onszelf bedenken.

Vanuit die logica zou ik dan ook niet moeten rapporteren over de zwaluwtjes bij de oeverzwaluwwand, want die is natuurlijk puur aangelegd. Deze keer doe ik dat ook niet, maar dat heeft meer te maken met dat ik geen aardige foto daarvan in de aanbieding heb. Voor de rest gaan de beheerders van het park ook vrolijk door met het aanleggen van vogelvoorzieningen.
Woonvoorziening voor huiszwaluwen
Zo kon ik de vorige keer melden dat er vogelhuisjes voor koolmezen waren geplaatst, waarschijnlijk in de hoop dat die veel eikenprocessierupsen zouden eten. Deze keer dus een huiszwaluwpaal. Nu nestelen huiszwaluwen traditioneel graag in de open ruimten onder de dakpannen. In een vinexwijk als Meerhoven, met al zijn goed geïsoleerde woningen, heb je die natuurlijk niet of veel minder. Dus is dit een soort natuurcompensatie voor moderne bouwmethoden. Ik ben er zeker niet op tegen, maar op een bepaalde manier hoop ik toch dat er iets heel anders gaat wonen. Ik houd van eigenwijze natuur.

Goed, verder met al het jonge gebroed. Eerst maar het broeden zelf.
Broedende fuut op zijn/haar nest
Het zal wel een tweede poging/broedsel zijn want de eerste generatie fuutjes van dit jaar zijn al lang uit het ei. Ondertussen heeft deze broedpoging ook alweer twee jongen opgeleverd. Maar toen ik de ouder met jongen op haar/zijn rug zag, had ik helaas geen camera bij mij.

Jonge eendjes met moeder
Ieder jaar zijn ze er weer, maar ze moeten toch ook af en toe vermeld worden. Het is eigenlijk het meest gewone voorjaarsbeeld, maar daarom misschien ook wel een soort icoon.
 
Dit zijn kuikens van de meerkoet
Als je ze zo zonder ouder ziet, zou je gaan twijfelen. Maar over een paar maanden zijn dit toch echt zwart-witte meerkoeten.
 
Nijlganskuikens
De kuikens van een Nijlgans passen veel beter bij hun ouders. En als je ze zo donzig ziet, zou je ze willen aaien. Dat is overigen geen goed idee, want ze hebben pittige ouders die daar niet zomaar akkoord mee zullen gaan.
 
Scholekster met 2 (!) jongen
De kuikens van een scholekster vallen prachtig weg op het sedumdak. En zo worden ook met hand en tand verdedigd door hun ouders. Ik zou ook niet graag gepikt worden door de snavel van zo'n scholekster want die is best stevig.
 
Sternen zijn ook zeer felle verdedigers van hun broedsel. Ga nooit richting het nest van een stern zonder hoedje op, want je wordt gepikt tot bloedens toe.
Een visdiefje met vis
 Visdiefjes zijn een soort stern. Volgens mij broeden ze heel ergens anders, maar ik vind het al leuk als ik ze weer eens in ons park zie, want ze horen niet echt tot de vaste bewoners.

Puttertje
En tot slot een ander vogeltjes waar ik altijd blij van word. Puttertjes blijven prachtige vogeltjes.

Tot een volgende keer!


maandag 13 april 2020

Te Vlug

Een titel bedenken voor een blog is niet altijd een makkie. Ik zou natuurlijk best kunnen volstaan met volgnummers, het gaat tenslotte altijd over meerparkvogels. (Zoals de Chicago Transit Authority, later kortweg 'Chicago', een band die al zijn platen alleen nummerde met Romeinse cijfers. Ze zijn uiteindelijk tot XXXVI gekomen. Deze post zou dan XC heten.)

Maar goed, het Te Vlug slaat natuurlijk op de snelheid waarmee de natuur zich op dit moment ontwikkelt. Voor vogelaars is het vroege voorjaar altijd een gouden tijd omdat alle vogels zich dan nadrukkelijk manifesteren, vaak in hun mooiste kleed, en ze goed te zien zijn omdat de bomen en struiken nog geen blaadjes hebben. Hoge temperaturen zijn dan funest, want als alles meteen vol in het blad staat, zie je bijna niets meer. Maar ik moet niet zeuren, het leuke van natuur is nu juist dat het is wat het is, en dat je als beschouwer daarvan maar een beetje je best moet doen. Als ik daar geen zin in heb moet ik maar naar de dierentuin; daar zit alles voorzien van bordjes netjes op mij te wachten.

In ons park zijn sinds een paar weken vogelhuisjes opgehangen. Ik weet niet van wie het initiatief is, maar het lijkt er op dat de mezen het erg kunnen waarderen.
Koolmees bij een vogelhuisje
 Ik heb ze bij verschillende vogelhuisjes zien kijken, blijkbaar voorzien ze in een grote behoefte onder onze mezenpopulatie.

In de categorie jong geluk is er ook alweer best het een en ander te melden, zij het dat ik niet alles fotografisch heb weten vast te leggen.
Familie nijlgans
Met de nijlganzen lukte dat wel, maar er zijn in ieder geval ook al kleine eendjes.

Veel vogels waren vooral bezig hun soortgenoten uit de buurt te houden, een activiteit die wij eufemistisch 'zingen' noemen.
Zingende meneer vink

Zingende roodborst
Zingende koolmees
In verhouding tot hun afmetingen, maken die beestjes een ongelofelijke herrie. Volgens mij moet er markt zijn voor gehoorbescherming voor zangvogels. En ondanks het lawaai, sta ik vaak tijden om een boom heen te draaien, zonder de geluidsbron ooit in het oog te krijgen. (En als ik ze dan wel zie heb ik net weer niet mijn camera bij de hand.)

Spreeuw, in stilte, in zomertooi
Ik heb sowieso een zwak voor spreeuwtjes. Het zijn vogeltjes die eigenlijk in hun wintertooi misschien wel mooier zijn dan in het voorjaar. Ze hebben 's winters veel grotere witte stippen. Maar laatst kwam daar weer een mooi verhaal bij. Ik was niet bekend met het gezang van spreeuwen, maar ik heb me laten uitleggen dat ze niet zozeer een eigen liedje hebben, maar andere vogels of geluiden imiteren. Stadsspreeuwen kunnen bijvoorbeeld perfect het geluid van een rolkoffer op straatstenen nadoen. Dus als u in het park een onverklaarbaar geluid hoort, denk dan eens aan een spreeuw.
 
Andere vogels houden het niet bij het schreeuwen tegen soortgenoten maar gaan echt op de vuist (snavel). Vooral de meerkoeten zijn niet kinderachtig.
Vechtende meerkoeten
Maar ook als daarna de rust weer is weergekeerd, blijft het een gewapende vrede.
Meerkoeten met opgezette vleugels


Kokmeeuw in zomerkleed
 De mooie zwarte kop van deze kokmeeuw laat ook zien dat het voorjaar is. En hij verstopt zich gelukkig niet tussen de blaadjes.

Ondertussen hoop ik ook dat de steenuiltjes zich weer laten zien. Daarom kijk ik extra goed naar de plaatsen waar ze zich kunnen vertonen, maar tot nu toe zonder succes.
Houtduif tussen de stenen
Heel even dacht ik, uit de verte, dat ik beet had. Maar het was dus een houtduif die een uiltje knapte tussen de stenen.

Het ijsvogeltje heb ik de laatste tijd wel vaker gefotografeerd, maar als ik er weer eentje op de sensor heb kan ik het toch niet laten u ermee lastig te vallen.
IJsvogel

Gelukkig mogen we nog steeds ons park in. En daar gaat het leven onverbiddelijk door. 'Blijven kijken' kan ik alleen maar zeggen. Tegen mezelf en tegen iedereen die ook plezier aan vogels beleefd.

Tot een volgende keer.

donderdag 26 maart 2020

Klein geluk

Toen ik aan deze blog begon had ik het idee dat het leuk was om mijn meer geslaagde foto's van de vogels in het park te delen met iedereen die dat leuk vond. En omdat ik het ook leuk vind om te schrijven kreeg u daar mijn opstel bij. Ondertussen is er een heleboel aan de hand waar ik ook over zou kunnen schrijven, maar ik wil het proberen toch bij de vogels in het park te houden. Laten we zeggen, voor de mensen die al het andere nieuws wel even zat zijn. Vandaar ook de titel, die nogal detoneert met veel ander nieuws dezer dagen.

Het is onverbiddelijk voorjaar in ons park.
Rododendron, en let op het vliegje als gevleugeld element

U weet dat ik het altijd leuk vind om een nieuwe soort te kunnen voorstellen, maar dat zit er even niet in. Dus iedereen die het daar om te doen is, kan hier ophouden met lezen. Wel heb ik een passant die we in tijden niet gezien hebben.

Grauwe gans
 Er zwemt 1 grauwe gans tussen grote Canadese ganzen.

We hebben ondertussen waarschijnlijk (ik heb ze niet persoonlijk uitgezwaaid) weer afscheid genomen van de wintertaling.
Man wintertaling
De wintertaling was laatst nog een beetje in het nieuws; als voetnoot, maar toch. Een fossiel dat in een mergelgroeve in de buurt van Maastricht 20 jaar geleden is gevonden, bleek onlangs de oudste 'moderne vogel'. Het is een voorvader van onze kippen en eenden en leefde in een natte omgeving. Uit een artikel:
Het internationale team van wetenschappers dat het fossiel bestudeerde, verzon de koosnaam ‘wonderkip’ voor het dier dat 66,7 miljoen jaar geleden leefde. Slechts 700.000 jaar later zou de meteoriet inslaan die alleen door vogelachtige dinosaurussen werd overleefd. Van de soort, die officieel de naam Asteriornis maastrichtensis kreeg in een artikel dat onlangs werd gepubliceerd in Nature, werden niet alleen fossielen van de schedel, maar ook van de achterpoten gevonden. Het dier had eigenschappen die zowel voorkomen bij eenden als bij kippen, wat erop duidt dat het verwant was aan de gezamenlijke voorouder van beide moderne soorten.
En wat heeft dat allemaal nu met de wintertaling te maken? Op de radio merkte een paleontoloog op dat het beestje ongeveer 390 gram moet hebben gewogen, en daarmee ongeveer even groot en zwaar was als een wintertaling man, ons kleinste eendje.

Zo, dan weet u dat ook weer.

Verder met het klein geluk.
Fuut met fuutjes op de rug die gevoerd worden door de andere ouder
 Ik vind fuutjes op de rug van pa of ma altijd weer een leuk en bijzonder gezicht. De ouders zijn het vlug zat, maar zo lang het duurt is het een mooi zorgzaam gezicht. En ik ben blij als ik daar weer een mooi plaatje van heb kunnen maken. Ik zag de vogel met de jongen op haar/zijn rug trouwens ook duiken, en het leek er op dat de jongen gewoon mee doken. Dat schijnt volgens 1 van mijn boeken ook wel te kunnen.

Ook ben ik altijd weer blij als ik een ijsvogel kan vastleggen. Het nieuwtje is er wel vanaf, maar het lijkt er op dat er weer een paartje een nest heeft in ons park.
IJsvogel in de buurt van zijn nest

En groot is zo'n ijsvogeltje niet, dus plaats ik hem in de categorie 'klein geluk'.

Ook roodborsten passeren in deze blog regelmatig, maar deze zat weer zo mooi op zijn takje dat ie een breder publiek verdient.
Roodborst

En ook weer voldoende klein.


Toch ook nog iets groots. In ons park nestelen ook, niet verrassend, kraaien.
Typische kraaiennesten in boomtoppen

Hoewel kraaien niet de populairste vogels zijn, zijn het wel slimme sociale dieren. Bij alle dieren, en dus ook vogels, zit er wel een soort spanning tussen wat het individu goed vindt voor zichzelf en wat nodig is om de groep in stand te houden. En bij sommige soorten zie je heel duidelijk de keuze die de soort gemaakt heeft. Je zal nooit twee roodborsten naast elkaar op een takje zien zitten. Meesjes of oeverzwaluwen hebben daarentegen meestal heel gezellig met elkaar. Maar ook zij willen individueel het beste plekje en de mooiste partner.

Ik heb een poosje naar deze kraaiennesten staan te kijken. Het is op de foto niet te zien, maar ze zijn allemaal bewoond. Het leuke is dat je die spanning tussen het individu en de groep volgens mij terug ziet in hun gedrag. Het is een tijdje rustig en dan begint er ineens eentje amok te maken. Dan is er een heleboel gedoe waarbij iedereen opvliegt en krast, totdat de rust weer weerkeert.

En als iemand nu dit soort gedrag ook bij mensen denkt te zien (iemand roept wat, er ontstaat een heleboel gedoe waarna de rust weerkeert totdat een ander wat roept) dan is dat helemaal voor uw rekening. Ik zou nooit durven beweren dat we niet zo veel slimmer zijn dan de gemiddelde kraai.

Gaai
Tot slot nog maar een familielid van de kraai. Er zitten best redelijk wat gaaien in ons park, maar ze laten zich heel moeilijk fotograferen. Ze hebben echt een hekel aan het grote boze oog van mijn lens. Maar deze had blijkbaar de lente in z'n bol en deed een keertje niet moeilijk.

Dat zijn de lenteberichten voor deze keer. Tot een volgende keer.


zondag 23 februari 2020

Stront van de dijk

Ik weet dat ik lang geklaagd heb over het gebrek aan water in ons park, maar ik beloof dat ik daar voorlopig even mijn mond over zal houden. We kunnen ondertussen veilig spreken van een overschot. Terwijl ik dit schrijf regent het stront van de dijk, zoals mijn moeder wel eens zei. En dat heeft het de laatste weken wel vaker gedaan. Het gevolg is dat er weinig fotomomentjes voor mij de laatste tijd geweest zijn. En die keren dat ik wel op pad ging was er niet zo heel veel bijzonders.

Maar ook weer niet niets want ik heb toch weer een nieuw vogeltje voor u.
Een koperwiek
Deze koperwiek zat behoorlijk ver weg, en ik heb hem later niet meer gezien, maar het is er onmiskenbaar een. Koperwieken broeden niet of zelden in Nederland. Maar in de winter trekken ze vanuit Scandinavië deze kant op en verder naar het zuiden. Aangezien de gehele Europese populatie op 40 miljoen wordt geschat, is de kans redelijk groot dat je ze hier ook eens tegen het lijf loopt (lees: in de verte ziet). Het is dus wel een redelijk algemene wintergast. De koperwiek dankt z'n naam aan de koperkleurige onderkant van zijn vleugels maar ook z'n flanken zijn koperkleurig zoals te zien is op de foto.

Ook het ijsvogeltje heb ik weer een paar keer gezien. Fotograferen lukte niet erg goed. Maar om te bewijzen dat ik niet jok, toch onderstaande foto.
IJsvogeltje tussen de takken

De halsbandparkiet is niet nieuw, maar deze keer kon ik hem net iets beter op de beeldsensor krijgen.
Meneer halsbandparkiet
Hij heeft een zwarte halsband dus het is een meneer. (Mevrouw heeft een helder groene halsband die niet erg opvalt tussen het overige groen van haar veren.) Volgens mij houden halsbandparkieten niet meer van regen dan mensen, want de laatste tijd zie ik ze niet meer. Maar het zou me niet verbazen als ze weer opduiken als het weer wat verbetert. Dat ze voorlopig even een veilig heenkomen zoeken kan ik ze niet kwalijk nemen.

Voor de quiz 'Waaraan denkt de reiger?' vandaag onderstaande foto. 
Melancholieke blauwe reiger
Bij een foto als deze vraag ik me altijd weer af hoe de blauwe reiger aan zijn naam is gekomen. Grijze reiger is een meer voor de hand liggende naam. Bonte reiger had voor mij ook wel gemogen. Het antwoord op de quizvraag is trouwens vast 'Vis', maar het is leuker om hem iets diepzinnigers toe te dichten.

De aalscholvers zijn andere viseters die vaste bewoners van ons park zijn.
Aalscholver in karakteristieke pose als hij zijn vleugels laat drogen
Ik vond het aardig plaatje om dat het zo'n karakteristieke houding van een aalscholver is. Als je dit silhouet ziet, weet je eigenlijk al zeker dat het om een aalscholver gaat, ook al kan de je de vogel nog helemaal niet zien. 

En dan nog dit.
trappelende kokmeeuw
Ooit, toen ik nog klein was, hebben ze mij bij biologie uitgelegd dat dieren instinctief gedrag vertonen, en daarmee verschillen van mensen die zelf hun gedrag verstandig kiezen. (Ik neem aan dat duidelijk is dat dit lang voor de opkomst van de sociale media speelt.) Als typisch voorbeeld werden meeuwen aangehaald, die op natte grond trappelen om wormen naar boven te krijgen. Wormen schijnen dan naar boven te komen omdat die weer denken dat het regent. Je kan bewijzen dat dit geen intelligent gedrag is (hoewel het best slim is, ik zou er niet op komen) door diezelfde meeuw op een schaaltje met een natte boterham te zetten. De meeuw gaat ook trappelen terwijl hij toch zou moeten weten dat er in een natte boterham helemaal geen regenwormen wonen. Domme meeuw!

Enfin, dat trappel-gedrag had ik eigenlijk zelf nog nooit bewust waargenomen. Tot nu dus. En aangezien er op dit moment veel natte grond en meeuwen in ons park zijn, ziet u dat misschien ook eens.

Tot slot een heel lelijk familie portret.
De familie muskuseend
Maar ja, wie zijn wij om te oordelen...

En met deze brandende kwestie laat ik u. Tot een volgende keer.



vrijdag 27 december 2019

Een aangenaam weerzien

Als uw onbezoldigd verslaggever van gevederde zaken, hoop ik u altijd een nieuwtje te kunnen bieden. Het liefst een nieuwe soort, maar dat lukt natuurlijk niet altijd (of ik moet wel erg grote gaten laten vallen tussen mijn posts). Een weerzien kan ook mooi zijn. En soms hoeft dat niet eens over een vogel te gaan. Zo ben ik blij dat ik kan melden dat de waterstand in de verschillende vijvers, na alle regen, eindelijk weer normaal lijkt te worden. Het gemaal pompt ook weer. Dat betekent dat het water weer stroomt. Dat komt de zuurstofopname en daarmee de visstand ten goede. En meer vis(jes) betekent meer eten voor vogels. (De vissen zelf zijn er ook erg blij mee, maar die fotografeer ik dan weer niet.) En het hele park fleurt ervan op. Al die drooggevallen stukken vijver zagen er niet aantrekkelijk uit.

Maar goed, mijn core-business blijft natuurlijk vogels. En het weerzien uit de titel is vooral met de wintertalingen die in ons park weer gaan proberen de winter te overleven.
Meneer wintertaling met een gewone wilde eend op de achtergrond
In ons park zie ik nu al een aantal jaren wintertalingen overwinteren. Met wintertalingen is iets opvallends aan de hand. Het zijn in Nederland vrij zeldzame broedvogels, en het aantal vogels dat hier broedt loopt achteruit. Aan de andere kant neemt het wintertalingen dat hier overwintert toe, en de overwinteraars waren er altijd al in de meerderheid. Wintertalingen sturen eigenlijk nooit enquêteformulieren terug (ze lijken daarin op mij), maar we kunnen wel speculeren over het waarom van deze ontwikkelingen. Wintertalingen zijn gevoelig voor verstoring tijdens het broedseizoen. Nederland wordt steeds voller, dus rustige broedplekjes worden steeds zeldzamer. Wintertalingen hebben open water nodig om te kunnen eten (grondelen). En het zou goed kunnen dat zij profiteren van de zachte winters van de laatste jaren.

Hoe dan ook ook, het zijn fraaie eendjes en welkome gasten; een stuk kleiner dan een normale wilde eend.
Paartje wintertalingen met een gewone wilde eend ter vergelijking

Vorige keer liet ik u al een halsbandparkiet zien. Ik schreef toen dat dat waarschijnlijk een vrouwtje of een jong was. Ondertussen heb ik een mannetje gezien.
Man halsbandparkiet (met duidelijke halsband)
De halsband is onmiskenbaar. Dus het lijkt er op dat we een paartje hebben. Als ze deze winter goed doorkomen, zou het dus zomaar kunnen zijn dat we een paar lawaaiige permanente bewoners rijker zijn.

Een ander weerzien was met de futen. Tot de droogte van deze zomer, zaten er redelijk wat futen in ons park. Vorige jaren bleven die ook het hele jaar door aanwezig. Maar blijkbaar was de droogte ze toch wat te veel. Gelukkig hebben ze ons park weer gevonden.
De fuut van deze dag
Geen bijzondere foto, maar u ziet dat ik niet lieg.

Spreeuwen in winterkleed, met grote stippen, vind ik ook altijd weer mooi.
Spreeuwen
De kleur van hun veren gaat van zwart naar groen en blauw. Een grote zwerm spreeuwen kan ook prachtig zijn. De spreeuwenstand gaat in Nederland achteruit, en zullen zwermen als deze zeldzamer worden. Niet iedereen zal daar rouwig om zijn, maar ik vind het wel jammer. Ik ben dan ook geen fruitboer.

Palingboeren zijn dan weer niet blij met aalscholvers. Maar ook die kan ik wel waarderen.
Aalscholver in het zonnetje
In het zonnetje is dat saaie zwart van een aalscholver toch niet zo saai.

En een dan nog een gevalletje gezichtsbedrog.
Blauwe reiger in vlucht
De vleugeltoppen van deze blauwe reiger lijken het water te raken, maar dat doen ze niet werkelijk.

En om dit bericht en daarmee het jaar af te sluiten, nog een quizvraag: Welke vogel in dit bericht heeft de langste levensverwachting? *)

Dan rest mij iedereen een heel goed 2020 toe te wensen. Tot volgend jaar!




*) Blauwe reigers kunnen 35 jaar worden, en dat is ouder dan alle andere vogels in dit bericht.

zondag 1 december 2019

Oud en Nieuw

Gezien mijn productie van de laatste tijd zou je makkelijk kunnen vermoeden dat dit alvast een voorschot is op het einde van het jaar, maar dat is het toch niet. Ik ben echt van plan om er voor het einde van het jaar nog een blogje uit te persen. Dat zou ook wel moeten kunnen, want er breekt weer een betere tijd voor vogelaars aan. De afgelopen tijd leverden mijn wandelingen door het park nauwelijks iets op dat ik met u kon of wilde delen. Dat had te maken met de tijd van het jaar waarin vogels zich vooral gedeisd houden, de bomen die nog volop blad hadden en daarmee de vogels uit het zicht hielden, en de vreemde combinatie van droogte in het park en regenachtig weer.

Soms kwam ik met een enkele roodborst thuis

En soms met helemaal niets.

Voeg daar wat andere activiteiten en een boel inactiviteit (lees: luiheid) van mij bij en je hebt zo een paar maanden geen blog. Met mij gaat het voor de rest wel goed, dank u.

Maar ondertussen hebben de bomen en struiken veel blaadjes verloren en is soms 1 korte wandeling genoeg om materiaal voor een blogje te verzamelen.

Zo weten mensen die deze blog vaker lezen dat de distelvink of putter, na het ijsvogeltje, wel zo'n beetje mijn favoriete parkvogeltje is. Gewoon, omdat ze mooi zijn. Ze zijn ook een beetje lastig omdat ze niet braaf blijven zitten terwijl ik ze probeer voor het nageslacht vast te leggen.

Individuele putter

 
Maar er waren er meer
Hoe dan ook, ik ben altijd blij als ik ze zie ook al is het geen nieuwe observatie.

Maar ik heb ook een nieuwe vogel voor u.
Een halsbandparkiet
Het verhaal van de halsbandparkieten in Nederland is bij de meeste mensen wel bekend. Nederlandse halsbandparkieten zijn (afstammelingen van) volièrevogels. Maar ondertussen kunnen ze zich goed handhaven in stadsparken. Vooral in stadsparken in het westen van het land wonen flinke kolonies halsbandparkieten. En misschien is deze vogel aan het kijken of ons park ook geschikt is voor bewoning.
Flink mishandelde foto (om een hele vogel in beeld te brengen)
Bovenstaande foto is technisch niet zo heel goed, maar geeft wel een goede indruk van de vogel. Hoewel zij (?) parkiet heet is het een flinke vogel (ik lees 42 cm van kop tot staart), groter dan kooiparkietjes. Meer wat je je voorstelt bij een papegaai, eigenlijk. Dit exemplaar is een jong of een vrouwtje, de mannetjes hebben een roze 'halsband'. Ze zijn nogal lawaaiig, dus redelijk makkelijk te vinden. Maar vooral in dit jaargetij, want in de zomer vallen ze helemaal weg tussen de bladeren.

En dan te bedenken dat ik eigenlijk het park in ging om te kijken of ook hier zoveel koolmezen en pimpelmezen zitten. Blijkbaar is er een grote toevloed van die vogeltjes uit Oost-Europa. En ja ook die zag ik op allerlei plaatsen. bijvoorbeeld deze pimpelmees.
Pimpelmees in het zonnetje
Maar goed, daar ga ik me dan een volgende keer in verdiepen.

Plaatjes van blauwe reigers zijn ook geen nieuws in deze blog, maar deze vond ik toch wel weer grappig.
Stilleven met narrige blauwe reiger en paaltje
Normaal gesproken staan reigers altijd naar het water te kijken in de hoop dat ze daar hun eten zien zwemmen. Maar deze had het, zo op het oog, helemaal gehad. Niet iedereen is in de wieg gelegd voor het reigerleven.

En tenslotte nog maar eens het bewijs dat een beetje goed licht van een gewoon beeld een schitterend plaatje maakt.
Nijlgans in de laagstaande zon

Bovenstaande foto lijkt (zeker op mijn grote scherm) gemanipuleerd, maar het enige wat ik gedaan heb is hem een beetje bijsnijden om er een vierkantje van te maken. Toch spetteren de kleuren.

Kortom, blijven kijken, en uiteindelijk zie je toch wel weer wat moois.

Hopelijk tot gauw.