donderdag 20 oktober 2016

Klein grut

Ik schreef de vorige keer al dat ik mezelf een beetje de opdracht gegeven had eens wat meer kleiner grut te fotograferen en dat dat niet altijd meevalt. Het wat langer uitblijven van dit blogbericht had daar ook mee te maken. (Ik ben ook wel eens lui, maar dat is gelukkig dan weer geen onderwerp voor deze blog.)

Maar goed, als je braaf blijft proberen dan komt er op den duur toch wel wat. Deze fraaie roodborst ging braaf voor mij op een takje zitten om zich even te laten vereeuwigen.
Behulpzame roodborst
Hij (m/v) liet zich zelfs van verschillende kanten vastleggen.
En ook een roodborst heeft z'n mindere hoeken
Roodborstjes zijn leuke vogeltjes, niet overdreven schuw en een naam en verschijning die goed samenvallen; makkelijk voor de luie vogelaar. Zijn enige minpuntje is misschien dat het een beetje lijkt alsof de schepper een pot menie heeft gepakt, de voorkant van de roodborst daarmee zo'n beetje heeft ingekwast, en het toen wel welletjes vond. Echt fijn getekend is het vogeltje niet, voor zover je dat überhaupt van zo'n kleintje kan zeggen.

Het fotograferen van koolmezen blijft lastig. Je zou verwachten dat zo'n algemeen vogeltje wel snel aan deze collectie kan worden toegevoegd, maar dat valt tegen. Ik heb al eerder aardige foto's van koolmezen gemaakt, maar niet in het park. En zo'n foto mag niet op deze blog. Vandaag lukte het dan toch een beetje.
Koolmees tegen een witte lucht
Maar echt een pracht foto is het niet geworden. Enfin, als ik een betere heb komt hij nog eens voorbij.

Ondertussen zijn de Canadese ganzen ook weer terug in het park. En ze hebben hun tijd goed gebruikt. Een paar zijn naar de ganzenjuwelier geweest hebben zich een halssieraad aangeschaft.
In ieder geval twee van de grote Canadese ganzen zijn geringd
Zo zie je maar dat liefde voor vogels (dat neem ik tenminste aan) niet perse hoeft samen te gaan met de liefde voor de schoonheid van vogels. Of misschien houdt de ornitholoog die achter deze ringactie zit gewoon van 'bling'. Dat kan natuurlijk ook.

Wij houden het voor u in de gaten.







zaterdag 8 oktober 2016

Staartmezenfeestje

Omdat ik een beetje door het makkelijk te fotograferen spul heen ben -lees: de eenden zijn op- had ik mij voorgenomen om te proberen wat meer kleine vogeltjes te fotograferen. Maar dat valt nog niet mee. Ik heb op allerlei plaatsen b.v. al koolmezen gefotografeerd maar in dit park zijn ze opvallend terughoudend. Ik hoop dat, als straks de bladeren zijn gevallen, ik een wat betere kans maak.

Hoe dan ook, vandaag had ik toch geluk. Er was een zwermpje staartmezen aan het spelen in een paar boompjes.
De staartmees
Staartmeesjes zijn leuk om te fotograferen.
Deze mees vindt uw fotograaf maar een rare snuiter, lijkt het
Maar ze zijn ook uitzonderlijk beweeglijk. Ik heb ook een redelijke collectie lege takjes gecreëerd. De foto's hier onder zijn ongeveer een kwart seconde na elkaar genomen.

Niettemin, het zijn leuke vogeltjes. Mezen lijken het altijd gezellig bij elkaar te hebben. De pimpelmees heeft zijn naam ook mee, maar je zou met allemaal gezellig een borrel kunnen gaan pakken. Moet je wel mees kunnen spreken.

Ik heb ook de ijsvogel weer in ons park gezien. Zelfs met z'n tweeën, dus ik neem aan dat het een paartje is/was. Word ik altijd weer even blij van. Ze waren niet te fotograferen maar dat hoeft ook niet altijd.

Voor de rest begint de lange droge periode nu toch wel zijn sporen na te laten. De pomp draait op minder dan halve kracht, alleen het 'bronnetje' op de heuvel wordt gevoed en het water staat overal laag. Achterin het park is zelfs een geïsoleerde vijver droog gevallen.
Drooggevallen vijver, met desastreuze gevolgen voor de vissen
Als fietser hoor je mij niet klagen over droog weer, maar ons park kan wel weer flink wat water gebruiken.

Ook hier is lang niet al het nieuws goed nieuws. Maar ik blijf toch nieuwsgierig naar wat ik er vind.




zondag 2 oktober 2016

Lopende zaken

Dus geen foto's van vliegende vogels deze keer, maar dat is eigenlijk niet wat ik bedoel. We zitten een beetje in een soort 'tussentijd' in ons park. De zomer is eigenlijk voorbij, maar de herfst is voorlopig zo zacht dat niemand echt aanstalten maakt om iets aan de naderende winter te doen. Of misschien doen ze dat juist door gewoon zoveel mogelijk te eten en een vetvoorraadje voor de winter aan te leggen. Hoe dan ook, ik ben in blijde verwachting van vliegende passanten en wintergasten, maar daar zijn er voorlopig niet veel van. Nou ja, deze nijlgans misschien.
Nijlgans
Maar achteraf realiseer ik dat ik hem/haar waarschijnlijk eerder heb gezien. Het is verder een eenzaam exemplaar, en dat zijn meestal passanten. Waarschijnlijk zal hij/zij ergens anders overwinteren dan in ons park. Hoe dan ook, het is weer een nieuwe vogel voor ons lijstje.

De spreeuw stond er al in, maar ik had nog geen mooie foto.
Twee spreeuwen in een boom vol
Spreeuwen volgen een beetje de weg van de mussen. Vroeger spreekwoordelijk algemeen; ondertussen nog steeds algemeen, maar de populatie is wel behoorlijk afgenomen. In het geval van de spreeuwen is ie meer dan gehalveerd en loopt nog steeds een beetje terug. Waar het aan ligt, schijnt niet precies vast te staan. Het heeft vast te maken met veranderende landbouw en veranderend grondgebruik in het algemeen. Toch is ook zo'n -nog wel- algemeen vogeltje het bekijken waard, vind ik.
Spreeuw in winterkleed, poserend in de najaarszon
Er zit vaak een soort groenige waas in het zwart, en de spikkels geven een mooie tekening. Spreeuwen zijn natuurlijk altijd wel gespikkeld, maar 's winters duidelijk meer dan 's zomers.

Voor de rest kan ik iedereen aanraden altijd zijn/haar camera mee te nemen. Ik zag een vogel in een boomtop, maar het was mij onduidelijk wat het was. Dus maar een foto gemaakt.
Bonte specht (klein fragment van de originele foto)
En thuis, achter de monitor, bleek het een bonte specht dus. En de rode stuit verraadt dat het om een grote gaat. Te ver voor een mooie foto, maar toch leuk.

Wandel vaker in parken en kijk beter, ik kan het niet vaak genoeg zeggen. Tot een volgende keer.







zaterdag 24 september 2016

Waterstand en buikpijn

Bij mijn eerste wandeling door het park na mijn vakantie viel de opkomst van de vissers tijdens mijn afwezigheid op.
Ik heb het dan natuurlijk vooral over de vissende vogels. De aalscholvers zijn weer terug nadat ik ze de hele zomer niet gezien heb. Er waren er nu weer een stuk of vijf.
Aalscholvers

En vissen moet je leren. Er was een jonge fuut, die zo op het oog een beetje in het wilde weg dook en ondertussen wel erg hard piepte. Hij/zij wilde best zelf proberen om de kost bij elkaar te scharrelen maar werd eigenlijk toch nog wel het liefst door pa of ma gevoed. Maar die lieten zich niet zien. Vermoedelijk vonden ze dat hun kroost nu maar op eigen benen moet staan. De dagen van het vertroetelen en schuilen in moeders veren zijn duidelijk voorbij.
Jonge fuut tussen veel troep
Niettemin, al die vissers doen al vermoeden dat er wat te vangen valt. En dat kan zelfs te veel zijn.
Soms kan je je geluk niet op
Ik zag een reiger die een wel erg grote prooi naar binnen probeerde te werken. Een paar keer had ie zijn vis bijna binnen maar kokhalsde hem toch weer terug. Blijkbaar geneerde hij zich toch een beetje voor zijn eetmanieren, want toen hij mij in de gaten kreeg vloog hij een stukje verder.
Bijna binnen
Langzaam aan lukte het toch om zijn vangst naar binnen te worstelen. Maar volgens mij hield hij er wel een beetje buikpijn aan over.
Toch maar een Rennie?
Ik zag verderop een reiger in het gras liggen rollen. Je weet het nooit zeker, maar ik heb het sterke vermoeden dat onze succesvolle visser daar een beetje lag te leiden onder al het succes.

De waterstand in ons park bleef deze zomer veel beter op peil dan in voorgaande jaren. Misschien heeft dat de visstand goedgedaan en is dat de achterliggende verklaring voor de opkomst van alle vissers en de buikpijn van onze reiger.

Wie zal het zeggen.


zaterdag 6 augustus 2016

Futengeluk en waterhoenvlucht

Waterhoentjes en meerkoeten vallen in mijn idee altijd wat over elkaar heen. Eerst en vooral door hun naam; een samentrekking van een iets nats en een verwijzing naar een vogel. Maar ook hun verschijning; het zijn allebei meest zwarte watervogeltjes die geen eend zijn maar wel vaak in de nabijheid van eenden worden gezien. Maar qua karakter lijken ze absoluut niet op elkaar. Voor de meerkoeten in ons park staan mensen gelijk aan eten. Als ik bezig ben met mijn vijftigste onvergetelijke reigerfoto, wordt ik nog net niet in mijn tenen gepikt door de meerkoeten aan mijn voeten. Maar in mijn lichaamstaal menen ze duidelijk de aankondiging van brood te zien. (Wat meteen weer bewijst dat gezichtsherkenning van mijn camera ondertussen die van meerkoeten verslaat, want ik voer ze nooit.) Waterhoentjes moeten daarentegen niets van mij hebben, als ik iets dichterbij kom vluchten ze meteen weg. En dat is jammer, want eigenlijk vind ik de waterhoen de mooiste van de twee.
Waterhoen die, afgelopen herfst, geen zin in mij heeft
Een waterhoen die er zo ook weer vandoor gaat
Overigens is de waterhoen geen hoen, maar een lid van de rallenfamilie. (Dit was het educatieve element.)

Een tijdje geleden beklaagde ik me er over dat ik onze futen niet meer zag. Ondertussen zijn ze weer bovenwater en er is huiselijk geluk.
Familie fuut, met de jongen op de rug van een ouder. De ander brengt een visje.
Ze waren wat ver weg, maar toch is wel te zien dat één van de ouders een visje heeft opgedoken voor zijn of haar nageslacht.
En daar wordt een hongerige maagje gevuld
Het verschil tussen man en vrouw is bij futen eigenlijk niet te zien. Ook qua gedrag verschillen ze niet of nauwelijks. Een zeer geëmancipeerde wereld dus. Ik ben dat blijkbaar minder, want op de één of andere manier heb ik het idee dat de jongen op de rug van de moeder zitten. Maar dat slaat dus nergens op.

Oh ja, die vijftigste reigerfoto.
Reiger die voor lantaarnpaal speelt
De komende periode heb ik even minder tijd om aan deze blog te werken. Vooral vanwege een vakantiereis en wat daarmee samenhangt. Verwacht mij in de tweede helft van september weer terug op deze plaats.

Tot dan.



zaterdag 23 juli 2016

Blijven proberen en blijven opletten

De vorige keer schreef ik over mijn jacht op een groene specht. Het lukte me niet hem (m/v) voor de lens te krijgen, en daarna lachte 'ie me nog uit ook. Vandaag ook weer een paar keer een spechtmomentje met een groene flits die al weg was voordat ik zelfs maar mijn handen richting camera kon bewegen. Maar, terwijl ik naar de oeverzwaluwtjes stond te kijken, kwam de specht weer in beeld en nu staat hij er op.
De groene specht
Helaas net niet scherp, maar als bewijsfoto is ie wel bruikbaar. Er komt hopelijk nog wel een moment dat ik hem echt goed kan fotograferen, maar hier is in ieder geval het bewijs dat ik niet gek ben.

Voor de rest is de oogst wat sober. Ik denk dat ik niemand blij maak met weer een kokmeeuw ook al vliegt hij nog zo mooi.
Zo'n kokmeeuw dus
Het gevolg is dat ik zelf ook niet zo erg opmerkzaam ben. Dus zit ik nu met een probleempje.
Wat is dit?
Als ik wat beter bij de les was geweest, had ik geprobeerd ook de zijkant van het beestje te fotograferen. Mijn eerste gok is dat het een vrouw tafeleend is. Maar volgens het boekje hebben tafeleenden loodgrijze snavels, geen roze. En ik heb ook wat twijfels over de vorm van die snavel, hoewel die hier ook niet echt goed te zien is. Dus misschien een hybride? Of een exoot? Goede inzenders wacht een eervolle vermelding.
Nogmaals
 En zo zijn het op alle vlakken onzekere tijden. Zelfs de zekerheid dat eendjes zo makkelijk weg determineren lijkt opeens niet zo zeker meer. Waar moet dit naartoe... Maar hoe dan ook een fijne week.


zaterdag 16 juli 2016

Geen groene specht en ander klein nieuws

Toen ik met deze blog begon, had ik het idee dat ik kond zou doen van al het gevogelte dat op mijn weg kwam terwijl ik kuierde door park Meerland. Dus gewoon kijken wat er mij voor de voeten komt en daarmee tevreden zijn. Maar ja, zoals wel vaker is de realiteit weerbarstig. De laatste tijd is mijn foto-oogst wat schaars en als je dan al een aantal keren een mooie groene specht uit je ooghoeken hebt gezien, en je ziet hem nu een keertje duidelijk vliegen, dan ga je er achteraan. Hopeloos natuurlijk. Vliegend zijn ze je altijd te snel af. En hoewel het beestje knalgroen is, met een rood petje, zie je hem absoluut niet op de grond tussen het hoog opgeschoten gras. Niet dat dat dat gras op zich niet mooi is. Maar wat frustrerend, als het beest daarna er van vlak onder je neus vandoor gaat. En dat een keer of vier.
Vind hier maar de groene specht in
Kortom, pak uw favoriete vogelboek en lees alles over de groene specht. Ik geef het op.

Toch loont het om te blijven kijken en af en toe eens een ander pad in te lopen. Want tussen het riet zag ik een vogeltje dat ik tot nu toe alleen in Portugal heb gezien, denk ik. Het liet zich ook al lastig fotograferen, maar ik heb een plaatje.
Een snor. (Hij snorde wat kort, maar ik ben er toch wel redelijk zeker van.)
Ik denk dus dat we met een snor te maken hebben. Ik vind dit soort kleine vogeltjes altijd lastig. En hij maakte wel een snorrend geluid maar korter dan dat ie het volgens de boekjes zou moeten doen. Maar misschien was hij nog niet aan de boekjes toegekomen.
Voor de rest zag ik onze visdief (ik zie er nooit meer dan ééntje in ons park). Maar ik kreeg hem niet lekker voor de lens.
Visdiefje
En veel bloemen staan er prachtig bij. Misschien moet ik eens een bloemen-en-kruidenboekje aanschaffen; die vliegen tenminste niet steeds weg.
De bloemen staan er ook mooi bij, maar helaas ontbreken de vleugels een beetje.
Kortom, kom wandelen want ook met een vogeltje minder is er genoeg te zien.