zondag 6 juni 2021

Blij weerzien ...

 Maar niet altijd met een camera bij de hand. Zo had ik u hier graag een foto van een visdiefje gepresenteerd, maar helaas. De momenten dat ik mijn camera bij de hand had en dat de visdiefjes zich vertoonden wilden niet samenvallen. Met mijn geliefde puttertjes is het nog pijnlijker, ik kan u alleen onscherpe of halve puttertjes bieden. Aangezien ik in het verleden al veel betere plaatjes van deze vogeltjes heb kunnen tonen, sla ik ze nu dus maar even over. Maar weet dus dat ze er wel zijn.

Is het dan alleen maar narigheid? Mwah, ik ben wel heel blij met dit steenuiltje.

Steenuil

Ook al omdat ik ze na de winter niet meer gezien had, en ik een beetje bang was dat ze ons drukke park voor gezien zouden houden.

Ook het scholeksterpaar heeft ondanks alle bouwdrukte, en het daarmee gepaard gaande landjepik van de bouwers, weer een jong -bijna- weten groot te brengen.

Scholekster jong

De afgelopen dagen was het een gepiet van jewelste want hun oogappel was blijkbaar op pad gegaan naar plaatsen die de ouders niet verstandig voorkwamen. Vanaf de rand van een sedumdak probeerde ze hun nazaat te verleiden hun kant op te komen, weg bij dat gevaarlijke trapveldje. Gelukkig is het vogeltje zo te zien al aardig op weg volwassen te worden, dus ik heb wel goede hoop dat hij/zij het gaat redden. En dan ook maar hopen dat het inderdaad een lang leven tegemoet gaat. Zoals al eerder hier gemeld, op de Maasvlakte is al eens een 46-jarige scholekster aangetroffen. Dat is dan heel uitzonderlijk, maar de 20 halen ze toch wel regelmatig. 

En voor de rest zie je overal kuikens en ook vogeltjes met voedsel in hun bek. Ik neem dan maar aan dat dat voor de jongen of een broedende partner is.

Roodborst met rupsje

Ik hoop tenminste dat dit hapje braaf thuis wordt afgeleverd.

Sommige soorten zijn alweer bezig met de tweede leg. 

Broedende fuut
De eerste generatie futen is alweer bijna het huis uit. En misschien van dit paartje wel helemaal. Maar het kan natuurlijk ook dat het eerste legsel het niet gehaald heeft. In ieder geval lijken er weer nieuwe fuutjes op komst.

En niet iedereen brengt zijn vangst braaf thuis. 

Kauwende kauw

Er zitten heel veel kauwen hier, en meestal besteed ik niet zoveel aandacht aan ze, maar dit vind ik dan toch wel weer een aardig plaatje.

's Avonds, voor het slapen gaan, zoeken ze elkaar op. 

Kauwen op een hijskraan

Zo'n slaapgroep bestaat makkelijk uit honderden individuen. Ik heb ze niet geprobeerd te tellen, en lang niet alle leden staan op deze foto, maar het zijn er veel.

Dit was de oogst weer voor nu. En nu maar hopen dat ik u een volgende keer een toonbaar plaatje van een visdief of een putter kan tonen. Tot dan!

zondag 16 mei 2021

Familieleven

 Door het relatief koude weer van de afgelopen periode kwam de natuur in ons park een beetje met horten en stoten op gang. In de afgelopen jaren heb ik bijvoorbeeld de eerste Nijlgansjes al in februari gezien. Dit jaar liet dat allemaal een beetje op zich wachten. Sommige vogels schijnen het moment waarop de eerste kuikens uit het ei komen behoorlijk te kunnen aanpassen aan de (voedsel)omstandigheden. En ik vermoed dat bij sommige een eerste legsel geen of kortlevende kuikens oplevert. Hoe het ook zij, op dit moment is het bal in ons park. Als je van kuikens houdt, tenminste. De grote Canadese ganzen hebben heel wat nazaten.

Canadese kuikens met ouders

In ons park zijn de echtparen met hun jongen goed te herkennen maar grote Canadese ganzen doen aan crèche-vorming, waarbij enkele ouders een oogje op alle kuikens in de groep houden. Misschien dat dat trouwens nog wel gaat gebeuren want ik zie de ouders met kinderen wel elkaars gezelschap opzoeken. Ze zijn er ook niet van gediend als je tussen ouders en jongen komt. Dat lijkt voor de hand liggend, maar sommige menselijke parkdieren vinden dat toch maar agressief gedrag. 

Ook de futen en de meerkoeten hebben jongen of werken daar hard aan.

Meerkoet op nest met jong

Fuut voert jong

Meerkoet voert jong

Hoewel je het op basis van bovenstaande foto's niet zou zeggen, is de manier waarop de meerkoeten met hun jongen omgaan een heel stuk vriendelijker dan die van de van de futen. Ouder en kind meerkoet scharrelen rustig door het water en de oude zoekt de lekkerste hapjes voor het nageslacht en voert die. Wat pa en ma fuut betreft, kunnen hun nazaten niet snel genoeg beginnen met zelf op vis te jagen. Alleen na lang schreeuwen van de jongen willen ze ze wel een visje voeren. Nou moet ik zeggen dat ik, als ik een futenouder was, zelf het redelijk snel zat zou worden om overal achtervolgd te worden door schreeuwende kinderen. Wat dan wel weer opvallend is, is dat in het dagelijkse parkleven juist de meerkoeten heel wat af kibbelen en ook vechten (zie blog), terwijl de volwassen futen elkaar meestal een beetje negeren. 

Of er al jonge oeverzwaluwtjes zijn weet ik niet, maar er wordt in ieder geval wel werk van gemaakt.

Drukte van belang bij de oeverzwaluwwand

Ook de oeverzwaluwen waren laat dit jaar, maar ondertussen lijkt iedereen dus hard aan het werk om de soort in stand te houden. Omdat alle oeverzwaluwwoningen voor terugkomst van de kolonie waren dichtgesmeerd, is goed te zien dat er nu toch weer zo'n 70 holletjes bewoond zijn. 

Roek
Ik denk dat een roek vaak voor een kraai versleten wordt. Moeders mooiste is het niet, maar qua gedrag is er weinig op aan te merken. Ze zoeken veel minder dan kraaien ruzie met andere vogels. Onder z'n kin kan je goed de krop zien zitten die hij/zij in deze tijden vult om z'n nageslacht van voedsel te kunnen voorzien.

Tot slot nog zomaar wat plaatjes.

Een tjiftjaf die gelukkig regelmatig zijn naam zei

Een Nijlgans die mij toch wel goed in het oog houdt

Een pastoraal plaatje met boom en roodbonte koeien met oormerk

 Heel soms mag het ook zonder vogels. Tot een volgende keer.

zondag 11 april 2021

Alle vogels zijn nesten begonnen (behalve jij en ik)

'Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu' of in modern Nederlands iets als: 'Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve jij en ik. Waar wachten we nog op?’ Heel lang gold deze tekst als het vroegste geschreven Nederlands. Natuurlijk, eigenlijk gaat ook deze tekst niet zozeer over vogels maar is een liefdesverklaring. En daarbij valt er ornithologisch wel iets op aan te merken; niet alle vogels bouwen nesten, en ook op de gedroomde trouw valt wel wat af te dingen. (Dat heb ik op deze plaats ook wel eens gedaan.) Maar goed, het is toch maar mooi een sympathieke verwijzing naar vogels en niet naar belastingen of de bouw van kerken. Ook zaken waarmee de middeleeuwer bezig was. 

Ondertussen zijn er oudere stukjes Nederlandse tekst opgedoken, maar die gaan dan weer niet over vogels. En deze blog gaat niet over Nederlandse taal of middeleeuwse beslommeringen, en zelfs niet over de liefde. Ik wil het hier hebben over vogels die in deze tijd nesten bouwen. Nou ja, niet allemaal dus, maar bijvoorbeeld eksters wel. 

Eksters op hun nest (de bovenste draagt nog wat materiaal aan)
Nu er nog bijna geen blaadjes aan de bomen zitten kan je overal in ons park nesten zien. Maar vaak zijn de bewoners onzichtbaar of ontbreken ze helemaal. 

En soms besteden ze de nestenbouw uit. Bijvoorbeeld aan ons. 

De oeverzwaluwmuur

Een paar weken geleden was een grote groep lagereschoolleerlingen bezig om de oeverzwaluwmuur weer voor te bereiden op het broedseizoen. Blijkbaar willen oeverzwaluwen het gevoel hebben dat ze hun nest zelf maken maar vinden ze wat hulp ook wel gemakkelijk. Dus zijn er weer volop oeverzwaluwwoningen in de aanbieding, met huisnummer. Ik heb ook alweer de eerste oeverzwaluwen gezien, maar ze bleven te hoog om een bruikbare foto op te leveren. 

Zwaluwnesten op de wei

De gemeente heeft ook huurwoningen in de aanbieding voor, zo op het oog, boerenzwaluwen. Gecombineerd  met alle mezenkastjes en spreeuwenhuisjes in de buurt, is Meerhoven ook voor vogels een Vinex-wijk. Ik heb me wel eens sceptisch uitgelaten over aangelegde natuur, maar hier kan je eigenlijk nauwelijks bezwaar tegen hebben. Heel lang konden veel zwaluwsoorten gebruik maken van de gaatjes en rafelrandjes in onze bouwsels, maar die verdwijnen in een hoog tempo in onze bebouwing. Bouwvoorschriften veranderen sneller dan een soort zich kan aanpassen. Dan is dit niet de slechtste oplossing. Alhoewel de enige gebruikers van de zwaluwpaal tot nu toe eksters zijn die het dak onder schijten. 

Sommige vogels doen trouwens niet of nauwelijks aan nesten.

Scholekster
Scholekster zoeken een klein kuiltje met een paar kiezels er omheen, en noemen het thuis voor hun nazaten. Of onze scholeksters alweer broeden weet ik niet, maar ik zie ze wel weer regelmatig boven ons park. 

Onderstaande specht was waarschijnlijk gewoon aan het eten en niet bezig een woning in te richten.

De rug van een grote bonte specht
De grote bonte specht is hier goed te onderscheiden van kleine bonte spechten (die hier ook voorkomen) door de grote witte vlakken op de schouders/rug, en de door de rode stuit. Die ontbreken allebei bij z'n kleine bonte neef.

In de wijk hebben we ook spreeuwenwoningen, zoals al gemeld, maar die staan niet in het park. Ik heb daar dan ook geen foto's van, maar misschien moet ik daar toch maar eens werk van gaan maken. In ieder geval is hier een spreeuw.

Spreeuw

Spreeuwen hebben niet zo'n goede naam, waarschijnlijk omdat ze het fruit uit onze fruitbomen eten. (Wat je ze eigenlijk niet kan kwalijk nemen.) Maar misschien moet ik maar eens een spreeuwen fanclub oprichten. Ik vind ze prachtig. Het meest nog in hun wintertooi, maar ook 's zomers hebben hun veren prachtige iriserende kleuren. Oppervlakkig lijken ze saai, maar kijk maar eens goed.

Omdat de laatste foto's alleen vogels op de rug laten zien, zal ik afsluiten met eentje die u in het oog kan kijken.

Vink
Zingende vinken hoor je in deze tijd overal met hun karakteristieke 'suskewiet' aan het einde van hun liedje. Maar zelfs als je precies weet wat je zoekt kan je nog een hele tijd zoeken voordat je de 'schreeuwlelijk' in het oog krijgt. Maar hier is dan toch weer een mooi exemplaar.

Tot een volgende keer!

zondag 21 maart 2021

Terug van weggeweest

Het is bijna een jaar geleden dat ik voor het laatst over ons park berichtte. Of u mij erg gemist heeft kan ik niet beoordelen; ik vermoed dat dat wel meeviel. Maar mij viel het zelf wel tegen en het was wat onverwacht. Mijn 'sabbatical' had te maken met Corona. En juist dat voelt wat tegenstrijdig. Je zou verwachten dat ik juist dan extra tijd heb om te bloggen over de vogels in ons park. Dat kon/kan tenslotte als een van de weinige dingen nog steeds. Het is een mooie ontspanning en ook meteen een ontsnapping uit de dagelijkse stroom Coronanieuws. Maar ik ben dus ongeveer een jaar stilgevallen. Dat was voor een deel praktisch; ik kreeg last van mijn Achillespees. Misschien iets te fanatiek gewandeld in Coronatijden. Maar ik had vooral last van een motivatiedip. Blijkbaar waren al die Corona-ontwikkelingen zo overheersend dat er geen andere dingen meer in mijn hoofd bijpasten. 

Enfin, ik vond dat dat ik u een verklaring schuldig was, maar nu weer verder met de vogels. Dit is de tijd om vogels te kijken omdat alles z'n uiterste best doet om op te vallen en er nog geen blaadjes zijn om dat een beetje aan het gezicht te onttrekken.

Eerst nog maar even een gewaardeerde wintergast. Al een tijdje overwinteren bij ons een paar paartjes wintertalingen.

Man wintertaling
Man wintertaling
En dat zou je een klein cadeautje kunnen noemen, want het zijn mooie maar wat schuwe eendjes en daarvoor moet ons park met alle Corona- en bouwdrukte niet aantrekkelijker geworden zijn. Daar komt nog bij dat bijna al het water een week dichtgevroren is geweest. De wintertalingen zullen ondertussen wel weer weg zijn, laten we hopen dat ze volgend jaar zich weer melden.

De halsbandparkieten zijn er ook nog steeds. Ik heb ze een tijdje niet gehoord, maar hier is er toch weer eentje in het voorjaarszonnetje.

Halsbandparkiet

Wat wel opvalt, is dat in het westen van het land er sprake is van behoorlijk grote kolonies in de parken, terwijl wij het al een paar jaar met 1, vermoedelijk hetzelfde, paartje doen. 

Het mezenkastjesproject lijkt ook succesvol, want het stikt in ons park van de kool- en pimpelmezen. 

Pimpelmees

Ik zou een hele blog kunnen vullen met meesjes in allerlei standen, maar voor nu moet u het maar doen met dit pluizige bolletje.

Tussen al het voorjaarsgeluk ook weer een bescheiden nieuwtje.

Zanglijster

 Ik had nog geen behoorlijke foto van een zanglijster, maar nu dus wel. Zanglijsters vallen vooral op door, ja ja, hun zang. Ze zingen heel afwisselend en harmonieus. Vooral dat 'afwisselend' kan je ook zeggen van mezen, maar die liedjes klinken veel feller. De zanglijster is familie van de merel; dat zijn ook van de melodieuze zangers. In vergelijking met een merel is een zanglijster wat kleiner, ze zijn het kleinste familielid van de lijsterachtigen. Het succes van een vogelsoort in Nederland hangt vooral af van de mate waarin de soort zich weet aan te passen aan de mens en zijn beschaving. De merel heeft een succesvolle overgang weten te maken van schuwe bosvogel naar tuinvogel. De zanglijster blijft wat schuwer en is daarom wat minder succesvol als soort. En blijft dus een wat bijzonderder observatie, hoewel het ook een algemene soort betreft.

En voor de rest gaat het parkleven gewoon door.

Futen baltsen in het riet

Aalscholver in 'prachtkleed'

En binnenkort zullen zich wel weer de eerste kuikens van het nieuwe voorjaar aandienen. Nijlganzen zijn altijd heel vroeg met jongen, maar dit jaar zou de late vorstperiode het eerste broedsel wel eens fataal kunnen zijn geweest.

Nijlganzen van de rug

Maar als ik bovenstaand paartje zo zie, dan zal er vast wel een herkansing komen. 

Waarvan ik dan weer bericht hoop te doen. Tot een volgende keer.


zondag 17 mei 2020

Jong leven en oude bekenden

De laatste tijd is het tempo een beetje uit mijn postjes. Ik ben er voor mezelf niet precies achter waar dat aan ligt. Een van de rare effecten van deze tijd is, dat iedereen schijnt te denken dat je nu overal tijd voor hebt, terwijl ik dat helemaal niet zo voel. Ik heb vooral het idee dat ik alles wat ik vroeger min of meer spelenderwijs of ingepast in een soort routine deed, ik nu vooral op zelfdiscipline doe. En tegen de tijd dat ik dat dan allemaal tot een min-of-meer goed einde gebracht heb, ik alleen nog maar een beetje wil suffen.
Daar komt bij dat het park de laatste tijd ook veel drukker met mensen is, en dat is niet bevorderlijk voor het vogelkijken. Ik ga daar voor de rest niet over zeuren; het park is ooit aangelegd voor mensen en ik vind het juist leuk dat de natuur gebruik maakt van wat er toevallig is. Het gaat mij dus juist niet zo erg om de aangelegde natuur maar om het opportunistisch gebruik, van in dit geval vogels, van wat wij voor onszelf bedenken.

Vanuit die logica zou ik dan ook niet moeten rapporteren over de zwaluwtjes bij de oeverzwaluwwand, want die is natuurlijk puur aangelegd. Deze keer doe ik dat ook niet, maar dat heeft meer te maken met dat ik geen aardige foto daarvan in de aanbieding heb. Voor de rest gaan de beheerders van het park ook vrolijk door met het aanleggen van vogelvoorzieningen.
Woonvoorziening voor huiszwaluwen
Zo kon ik de vorige keer melden dat er vogelhuisjes voor koolmezen waren geplaatst, waarschijnlijk in de hoop dat die veel eikenprocessierupsen zouden eten. Deze keer dus een huiszwaluwpaal. Nu nestelen huiszwaluwen traditioneel graag in de open ruimten onder de dakpannen. In een vinexwijk als Meerhoven, met al zijn goed geïsoleerde woningen, heb je die natuurlijk niet of veel minder. Dus is dit een soort natuurcompensatie voor moderne bouwmethoden. Ik ben er zeker niet op tegen, maar op een bepaalde manier hoop ik toch dat er iets heel anders gaat wonen. Ik houd van eigenwijze natuur.

Goed, verder met al het jonge gebroed. Eerst maar het broeden zelf.
Broedende fuut op zijn/haar nest
Het zal wel een tweede poging/broedsel zijn want de eerste generatie fuutjes van dit jaar zijn al lang uit het ei. Ondertussen heeft deze broedpoging ook alweer twee jongen opgeleverd. Maar toen ik de ouder met jongen op haar/zijn rug zag, had ik helaas geen camera bij mij.

Jonge eendjes met moeder
Ieder jaar zijn ze er weer, maar ze moeten toch ook af en toe vermeld worden. Het is eigenlijk het meest gewone voorjaarsbeeld, maar daarom misschien ook wel een soort icoon.
 
Dit zijn kuikens van de meerkoet
Als je ze zo zonder ouder ziet, zou je gaan twijfelen. Maar over een paar maanden zijn dit toch echt zwart-witte meerkoeten.
 
Nijlganskuikens
De kuikens van een Nijlgans passen veel beter bij hun ouders. En als je ze zo donzig ziet, zou je ze willen aaien. Dat is overigen geen goed idee, want ze hebben pittige ouders die daar niet zomaar akkoord mee zullen gaan.
 
Scholekster met 2 (!) jongen
De kuikens van een scholekster vallen prachtig weg op het sedumdak. En zo worden ook met hand en tand verdedigd door hun ouders. Ik zou ook niet graag gepikt worden door de snavel van zo'n scholekster want die is best stevig.
 
Sternen zijn ook zeer felle verdedigers van hun broedsel. Ga nooit richting het nest van een stern zonder hoedje op, want je wordt gepikt tot bloedens toe.
Een visdiefje met vis
 Visdiefjes zijn een soort stern. Volgens mij broeden ze heel ergens anders, maar ik vind het al leuk als ik ze weer eens in ons park zie, want ze horen niet echt tot de vaste bewoners.

Puttertje
En tot slot een ander vogeltjes waar ik altijd blij van word. Puttertjes blijven prachtige vogeltjes.

Tot een volgende keer!


maandag 13 april 2020

Te Vlug

Een titel bedenken voor een blog is niet altijd een makkie. Ik zou natuurlijk best kunnen volstaan met volgnummers, het gaat tenslotte altijd over meerparkvogels. (Zoals de Chicago Transit Authority, later kortweg 'Chicago', een band die al zijn platen alleen nummerde met Romeinse cijfers. Ze zijn uiteindelijk tot XXXVI gekomen. Deze post zou dan XC heten.)

Maar goed, het Te Vlug slaat natuurlijk op de snelheid waarmee de natuur zich op dit moment ontwikkelt. Voor vogelaars is het vroege voorjaar altijd een gouden tijd omdat alle vogels zich dan nadrukkelijk manifesteren, vaak in hun mooiste kleed, en ze goed te zien zijn omdat de bomen en struiken nog geen blaadjes hebben. Hoge temperaturen zijn dan funest, want als alles meteen vol in het blad staat, zie je bijna niets meer. Maar ik moet niet zeuren, het leuke van natuur is nu juist dat het is wat het is, en dat je als beschouwer daarvan maar een beetje je best moet doen. Als ik daar geen zin in heb moet ik maar naar de dierentuin; daar zit alles voorzien van bordjes netjes op mij te wachten.

In ons park zijn sinds een paar weken vogelhuisjes opgehangen. Ik weet niet van wie het initiatief is, maar het lijkt er op dat de mezen het erg kunnen waarderen.
Koolmees bij een vogelhuisje
 Ik heb ze bij verschillende vogelhuisjes zien kijken, blijkbaar voorzien ze in een grote behoefte onder onze mezenpopulatie.

In de categorie jong geluk is er ook alweer best het een en ander te melden, zij het dat ik niet alles fotografisch heb weten vast te leggen.
Familie nijlgans
Met de nijlganzen lukte dat wel, maar er zijn in ieder geval ook al kleine eendjes.

Veel vogels waren vooral bezig hun soortgenoten uit de buurt te houden, een activiteit die wij eufemistisch 'zingen' noemen.
Zingende meneer vink

Zingende roodborst
Zingende koolmees
In verhouding tot hun afmetingen, maken die beestjes een ongelofelijke herrie. Volgens mij moet er markt zijn voor gehoorbescherming voor zangvogels. En ondanks het lawaai, sta ik vaak tijden om een boom heen te draaien, zonder de geluidsbron ooit in het oog te krijgen. (En als ik ze dan wel zie heb ik net weer niet mijn camera bij de hand.)

Spreeuw, in stilte, in zomertooi
Ik heb sowieso een zwak voor spreeuwtjes. Het zijn vogeltjes die eigenlijk in hun wintertooi misschien wel mooier zijn dan in het voorjaar. Ze hebben 's winters veel grotere witte stippen. Maar laatst kwam daar weer een mooi verhaal bij. Ik was niet bekend met het gezang van spreeuwen, maar ik heb me laten uitleggen dat ze niet zozeer een eigen liedje hebben, maar andere vogels of geluiden imiteren. Stadsspreeuwen kunnen bijvoorbeeld perfect het geluid van een rolkoffer op straatstenen nadoen. Dus als u in het park een onverklaarbaar geluid hoort, denk dan eens aan een spreeuw.
 
Andere vogels houden het niet bij het schreeuwen tegen soortgenoten maar gaan echt op de vuist (snavel). Vooral de meerkoeten zijn niet kinderachtig.
Vechtende meerkoeten
Maar ook als daarna de rust weer is weergekeerd, blijft het een gewapende vrede.
Meerkoeten met opgezette vleugels


Kokmeeuw in zomerkleed
 De mooie zwarte kop van deze kokmeeuw laat ook zien dat het voorjaar is. En hij verstopt zich gelukkig niet tussen de blaadjes.

Ondertussen hoop ik ook dat de steenuiltjes zich weer laten zien. Daarom kijk ik extra goed naar de plaatsen waar ze zich kunnen vertonen, maar tot nu toe zonder succes.
Houtduif tussen de stenen
Heel even dacht ik, uit de verte, dat ik beet had. Maar het was dus een houtduif die een uiltje knapte tussen de stenen.

Het ijsvogeltje heb ik de laatste tijd wel vaker gefotografeerd, maar als ik er weer eentje op de sensor heb kan ik het toch niet laten u ermee lastig te vallen.
IJsvogel

Gelukkig mogen we nog steeds ons park in. En daar gaat het leven onverbiddelijk door. 'Blijven kijken' kan ik alleen maar zeggen. Tegen mezelf en tegen iedereen die ook plezier aan vogels beleefd.

Tot een volgende keer.

donderdag 26 maart 2020

Klein geluk

Toen ik aan deze blog begon had ik het idee dat het leuk was om mijn meer geslaagde foto's van de vogels in het park te delen met iedereen die dat leuk vond. En omdat ik het ook leuk vind om te schrijven kreeg u daar mijn opstel bij. Ondertussen is er een heleboel aan de hand waar ik ook over zou kunnen schrijven, maar ik wil het proberen toch bij de vogels in het park te houden. Laten we zeggen, voor de mensen die al het andere nieuws wel even zat zijn. Vandaar ook de titel, die nogal detoneert met veel ander nieuws dezer dagen.

Het is onverbiddelijk voorjaar in ons park.
Rododendron, en let op het vliegje als gevleugeld element

U weet dat ik het altijd leuk vind om een nieuwe soort te kunnen voorstellen, maar dat zit er even niet in. Dus iedereen die het daar om te doen is, kan hier ophouden met lezen. Wel heb ik een passant die we in tijden niet gezien hebben.

Grauwe gans
 Er zwemt 1 grauwe gans tussen grote Canadese ganzen.

We hebben ondertussen waarschijnlijk (ik heb ze niet persoonlijk uitgezwaaid) weer afscheid genomen van de wintertaling.
Man wintertaling
De wintertaling was laatst nog een beetje in het nieuws; als voetnoot, maar toch. Een fossiel dat in een mergelgroeve in de buurt van Maastricht 20 jaar geleden is gevonden, bleek onlangs de oudste 'moderne vogel'. Het is een voorvader van onze kippen en eenden en leefde in een natte omgeving. Uit een artikel:
Het internationale team van wetenschappers dat het fossiel bestudeerde, verzon de koosnaam ‘wonderkip’ voor het dier dat 66,7 miljoen jaar geleden leefde. Slechts 700.000 jaar later zou de meteoriet inslaan die alleen door vogelachtige dinosaurussen werd overleefd. Van de soort, die officieel de naam Asteriornis maastrichtensis kreeg in een artikel dat onlangs werd gepubliceerd in Nature, werden niet alleen fossielen van de schedel, maar ook van de achterpoten gevonden. Het dier had eigenschappen die zowel voorkomen bij eenden als bij kippen, wat erop duidt dat het verwant was aan de gezamenlijke voorouder van beide moderne soorten.
En wat heeft dat allemaal nu met de wintertaling te maken? Op de radio merkte een paleontoloog op dat het beestje ongeveer 390 gram moet hebben gewogen, en daarmee ongeveer even groot en zwaar was als een wintertaling man, ons kleinste eendje.

Zo, dan weet u dat ook weer.

Verder met het klein geluk.
Fuut met fuutjes op de rug die gevoerd worden door de andere ouder
 Ik vind fuutjes op de rug van pa of ma altijd weer een leuk en bijzonder gezicht. De ouders zijn het vlug zat, maar zo lang het duurt is het een mooi zorgzaam gezicht. En ik ben blij als ik daar weer een mooi plaatje van heb kunnen maken. Ik zag de vogel met de jongen op haar/zijn rug trouwens ook duiken, en het leek er op dat de jongen gewoon mee doken. Dat schijnt volgens 1 van mijn boeken ook wel te kunnen.

Ook ben ik altijd weer blij als ik een ijsvogel kan vastleggen. Het nieuwtje is er wel vanaf, maar het lijkt er op dat er weer een paartje een nest heeft in ons park.
IJsvogel in de buurt van zijn nest

En groot is zo'n ijsvogeltje niet, dus plaats ik hem in de categorie 'klein geluk'.

Ook roodborsten passeren in deze blog regelmatig, maar deze zat weer zo mooi op zijn takje dat ie een breder publiek verdient.
Roodborst

En ook weer voldoende klein.


Toch ook nog iets groots. In ons park nestelen ook, niet verrassend, kraaien.
Typische kraaiennesten in boomtoppen

Hoewel kraaien niet de populairste vogels zijn, zijn het wel slimme sociale dieren. Bij alle dieren, en dus ook vogels, zit er wel een soort spanning tussen wat het individu goed vindt voor zichzelf en wat nodig is om de groep in stand te houden. En bij sommige soorten zie je heel duidelijk de keuze die de soort gemaakt heeft. Je zal nooit twee roodborsten naast elkaar op een takje zien zitten. Meesjes of oeverzwaluwen hebben daarentegen meestal heel gezellig met elkaar. Maar ook zij willen individueel het beste plekje en de mooiste partner.

Ik heb een poosje naar deze kraaiennesten staan te kijken. Het is op de foto niet te zien, maar ze zijn allemaal bewoond. Het leuke is dat je die spanning tussen het individu en de groep volgens mij terug ziet in hun gedrag. Het is een tijdje rustig en dan begint er ineens eentje amok te maken. Dan is er een heleboel gedoe waarbij iedereen opvliegt en krast, totdat de rust weer weerkeert.

En als iemand nu dit soort gedrag ook bij mensen denkt te zien (iemand roept wat, er ontstaat een heleboel gedoe waarna de rust weerkeert totdat een ander wat roept) dan is dat helemaal voor uw rekening. Ik zou nooit durven beweren dat we niet zo veel slimmer zijn dan de gemiddelde kraai.

Gaai
Tot slot nog maar een familielid van de kraai. Er zitten best redelijk wat gaaien in ons park, maar ze laten zich heel moeilijk fotograferen. Ze hebben echt een hekel aan het grote boze oog van mijn lens. Maar deze had blijkbaar de lente in z'n bol en deed een keertje niet moeilijk.

Dat zijn de lenteberichten voor deze keer. Tot een volgende keer.