maandag 5 juni 2017

Vals spel

Deze keer een andere blog dan gewoonlijk. Ik ben mee geweest met een vogelreisje naar de Farne eilanden. Daar heb ik foto's gemaakt waarvan ik er een paar met u wil delen. Dus iedereen die alleen geïnformeerd wil worden over park Meerland kan hier afhaken.

Papegaaiduikers

U bent er nog? Dan eerst wat over de Farne eilanden. De Farnes is een eilandengroep aan de oostkust van Engeland, net ten noorden van Newcastle. Het bijzondere aan deze eilanden is dat er rond deze tijd grote groepen zeekoeten, alken, Noorse sterns en papegaaiduikers broeden. Het is een reservaat, en als bezoeker mag je zeker niet overal komen, maar er blijft genoeg over.

Om dan maar meteen met de schattigste vogeltjes te beginnen, op sommige delen van de eilanden broeden duizenden papegaaiduikers in holen(!).
Papegaaiberkduiker bij hol
Papegaaiduikers hebben een grappig broedritueel. Zoals gezegd, ze broeden in holen. En als de eieren uitkomen blijven de jongen in dat hol zolang de ouders hen voeden. Maar op een mooie dag vertrekken alle ouders ineens. In de daarop volgende nacht vliegen de hongerige jongen uit. Papegaaiduikers zijn niet erg groot, flink kleiner dan onze eend, en de jongen zijn dan ook een makkelijke prooi. Maar blijkbaar lukt het op deze manier toch om voldoende jongen groot te brengen.
Papegaaiduiker in vlucht

Op dezelfde eilanden broeden Noorse sterns. Noorse sterns lijken erg op onze visdiefjes en delen ook het felle verdedigen van hun nesten. De paden voor bezoekers van eilanden komen hier en daar vlakbij de nesten en sterns vallen zonder enige angst iedereen aan die ze uit de buurt van hun nest willen hebben. Daarbij pikken ze en schijten ze op hun -vermeende- belagers.
Noorse stern in de aanval
Hoofddeksels zijn een noodzaak. Mensen die dat vergeten, lopen bloedende hoofdwonden op. Maar behalve dappere zijn het ook mooie, scherpgesneden vogeltjes.
Geringde Noorse stern
Een andere soort die daar ruim vertegenwoordigd is, is de kuifaalscholver. Een beetje de rock-and-roll versie van onze scholver, zal ik maar zeggen.
Hoe deze vogel aan z'n naam komt is niet zo moeilijk te raden
Ook van deze vogel konden we heel dicht bij sommige nesten komen, en er waren er al met jongen.
Kuifaalscholver met een ei en twee heel jonge aalscholvertjes
Aalscholvers zijn in onze ogen niet altijd moeders mooiste.
Niet in alle opzichten een schoonheid

Zeekoeten zijn misschien wel de meest voorkomende vogels op de eilanden.
Zeekoeten
Van die zeekoeten is ongeveer 10% gebrild. Afgezien van de bril is er geen verschil tussen die zeekoeten en gebrilde zeekoeten worden dan ook niet als een ondersoort gezien.
Gebrilde en gewone zeekoeten

Op de Farnes broeden ook veel alken.
Schijnbaar tevreden alkenpaartje
Jan van Genten waren er ook maar die hebben we niet op de grond gezien.
Jan van Gent in de vlucht
Ook wel bijzonder waren de Noorse stormvogels. Er broeden er daar niet zo veel van. Uiterlijk hebben ze veel weg van meeuwen, maar ze zijn helemaal niet verwant.
Broedende Noorse stormvogel
Tenslotte nog even een eidereend. Vooral de mannetjes zijn bijzonder met de groen halsvlek.
Meneer eidereend met groene halsvlep

 Wat uiteindelijk overheerst is de indruk van gigantische vogelrijkdom. En de vele vogelliefhebbers die dat aantrekt.

Vogels en vogelaars

Ik hoop dat u er een beetje plezier aan beleeft heeft. De volgende keer is er weer een gewone blog. Tot dan.



zaterdag 13 mei 2017

Familieberichten en ander nieuws

De titel verraad al een beetje welke kant het deze keer zal opgaan, maar daar is het natuurlijk ook het jaargetijde voor. Daar gaan we.

De grote Canadese ganzen hebben weer jongen. Vorig jaar waren er zeven kuikens; dit jaar zijn er acht.
Canadese ganzen bij zonsondergang
Vorig jaar hebben alle zeven het gered, en zo te zien zijn pa en ma vast van plan hun kindertjes veilig te houden.

Ook zijn er weer jonge meerkoetjes.
Meerkoet met jongen
Ik weet nooit zeker of ik jonge meerkoetjes nou mooi of heel lelijk vind. Maar ik neem aan dat moeder haar koters de mooiste vogeltjes van de wereld vind.

En hier ben ik heel blij mee. Vorige week schreef ik dat mij zorgen maakte over de broedende fuut naast de voetgangers brug bij het Meerplein. Deze week is er dan toch goed nieuws.
Fuut met jongen op de rug
En als ik dan moeder (?) fuut ook nog zie met jongen op haar rug, dan ben ik helemaal blij. Ik zie in ieder geval twee kopjes, maar het is zo'n rommeltje op haar rug, dat het er ook wel meer kunnen zijn.

Een ander nieuwtje is een kwikstaart. Geen bijzondere observatie maar ik had nog steeds geen goede foto van het beestje. 
Witte kwikstaart
Kwikstaartje is een bijzonder goed gekozen naam. Iedereen die er eentje gezien heeft, onthoudt die meteen. Kwikstaarten zitten graag op de grond met hun staart te kwikken. Ze zijn niet heel schuw, maar wel heel beweeglijk. En dat maakt ze lastig te fotograferen. De automatische scherpstelling van mijn camera kiest heel makkelijk het nabijgelegen grasje in plaats van het vogeltje en met handmatige scherpstelling zijn ze niet bij te houden. Maar als ie even zijn plaats op een tak houdt, wordt het allemaal wat makkelijker. Hoewel dit dan weer een niet karakteristieke pose is. Je kan niet alles hebben.

Misschien omdat het zo lang koud bleef, maar hoewel er wel oeverzwaluwtjes waren, was er niet zoveel activiteit bij hun speciale muur. Deze week was dat anders.
Drukte bij de oeverzwaluwmoer
En ter afsluiting, ik probeer altijd het kopje van een vogel goed in beeld te krijgen. Maar soms levert een 'misser' wel zo'n leuke foto op.
Koolmees vanaf de kont gezien
Dat was het weer. Tot een volgende keer.


zaterdag 6 mei 2017

Vogels zonder vleugels en vleugels zonder vogels

Om het eerste deel van de titel maar meteen te verklaren, het is weer de tijd van jong (vogel)leven en die hebben nog geen, functionele, vleugels. Vorige keer had ik al een foto van nijlganzenkuikens, deze keer kan ik jong gebroed van twee andere soorten melden.
Een eendenkuiken met moeder
Er zijn alweer jonge eendjes maar deze moeder had er niet heel veel meer over. Ik denk dat er nog een stuk of drie over waren.
Jonge fuutjes
De futen doen het beter. Deze waren nog met z'n vieren. Een reiger die in de buurt rondhing, werd door de pa of ma fuut zonder omhaal weggejaagd. Over het algemeen zijn futen tamelijk rustige en bescheiden vogels, maar als de jongen gevaar lopen dan kunnen ze fel uit de hoek komen.
We hebben zeker twee koppels futen, en het tweede koppel is nog aan het broeden. Ze zitten op het kleinste eilandje bij de brug naar het Meerplein.
Broedende fuut
Ik maak me een beetje zorgen over dit nest. Futen eieren worden geacht binnen 25 dagen uit te komen en ik zie deze futen toch al zeker drie weken daar broeden. Dus als de eieren nu niet snel uitkomen, zal het helemaal niet meer gebeuren.

Ik heb ook weer een nieuwe observatie in ons park. Nou ja, een beetje nieuwe. In het verleden heb ik al wel eens roek met volle krop hoog in de lucht gefotografeerd. Maar die was eigenlijk alleen maar herkenbaar als roek door extreme vergroting van een detail in mijn foto. Nu op de grond en ook met het blote oog goed te herkennen.
Roek bij ons in de koeienweide
't Is niet moeders mooiste, maar zo wel heel goed herkenbaar. Op zich zijn roeken volgens de boekjes vrij algemeen, maar zo vaak kom ik ze toch niet tegen.
Ook nog maar even een zij-aanzicht
Een aardig nieuwtje is dat de pomp / het gemaal in het park weer werkt. Zo ziet alles er sowieso aardiger uit en ik heb ook het idee dat de vogelstand er wel bij vaart. Maar dat soort dingen weet je nooit zeker.

Oh ja, en dan nog die vleugels zonder vogels. Die zijn van vlinders.
Een dagpauwoog
Ik vond het een zo'n mooi plaatje, dat ik het u niet wilde onthouden. En nog maar een witje om de lente te vieren.
Een witje
Er zijn meer dan 100 verschillende witjes, en ik weet echt niet welke soort dit nu was.

Bij een van mijn wandelingen zag ik ook weer putters, prachtige vogeltjes. Ik kreeg ze helaas niet goed voor mijn lens, dus die blijf ik u schuldig. Maar ga zelf eens kijken, je weet nooit wat je tegen het lijf loopt.

Tot een volgende keer.


zaterdag 15 april 2017

Oude bekenden en nieuwe gezichten

Het is ontegenzeggelijk voorjaar in ons park. Afgelopen donderdag (13/4) had ik een joepie-moment(!). De oeverzwaluwtjes waren er weer. Ze draaien hun rondjes voor hun sociale huurwoninkjes. Stilzitten was er niet bij en het licht was niet optimaal, maar hieronder toch het bewijs.
Oeverzwaluwtjes bij hun wand
En nog eentje
Eén zwaluw schijnt geen zomer te maken, maar hoeveel moeten het er dan wél zijn? Eerlijk gezegd lijkt me het nu meer aan het weer te liggen, onze vogels doen flink hun best.

Mijn gevoel over nijlganzen is wat gemengd. Het zijn best mooie vogels (trouwens meer eenden dan ganzen, schijnt het) maar ze zijn onaangenaam tegen andere vogels. Dat ze hun jongen verdedigen is uitstekend, maar dat ze andermans jongen verzuipen vind ik minder. En ook van dat laatste zijn er verhalen. De nijlganzen die we hier zien, schijnen trouwens afstammelingen te zijn van siervogels en geen vogels die vanuit Noord-Afrika en Klein-Azië zelf deze kant op zijn gekomen. Ze doen het hier goed, ook in ons park. Vorige jaar zag ik regelmatig een solitaire gans, vandaag zag ik er vijf.
Speciaal in de vlucht zijn nijlganzen prachtige vogels
En ondertussen broeden ze hier ook. Zeer tot mijn verbazing, want een paartje had ik sinds de winter maar een paar keer gezien, dus ik nam aan dat het passanten waren.
Broedsucces voor nijlganzen in ons park
De eerste kuikens van het jaar. Ondanks mijn twijfels over de soort, vind ik dit dan wel weer heel leuk.

Ondertussen is er ook weer minder gewenst leven in het park aangetroffen in de vorm van blauwalgen. Ons park heeft de twijfelachtige eer, de eerste locatie in Eindhoven te zijn waar dit speelt. Ik vraag mij af, of het uitgeschakeld staan van het gemaal / de pomp hier nog iets mee te maken heeft. 

Een beetje blauwe reiger is niet bang voor blauwalg, iets met de kleur?
In hoeverre blauwalg op dit moment gevaarlijk is voor onze watervogels, weet ik niet. Maar vogels schijnen er wel aan dood te kunnen gaan.

Tot slot nog even een plaatje van een kleine zanger. 

Zingende fitis tussen de groene knoppen
Ook een mooi voorjaarsbeeld.

Hier moet u het weer even mee doen. Misschien dat mijn volgende update wat langer uitblijft omdat ik een weekje met vakantie ga. Tot een volgende keer.




zaterdag 1 april 2017

Rijdende Rechter

Het woord 'vogelzang' associeer ik, en ik denk velen met mij, met iets moois. De eerste keer dat je je auto achterlaat op parkeerterrein Vogelzang, in Eindhoven, ben je misschien blij met de geboden parkeerruimte maar toch wat teleurgesteld in de mismatch tussen de poëtische naam en prozaïsche plek. Ik was dat in ieder geval wel. (De naam Vogelzang heeft in dit geval trouwens niets met gezang van vogels te maken maar met de firma Vogelzang die vroeger op die plaats gevestigd was. Maar dat weet je niet als je daar voor het eerst komt.)
Wat ik maar wilde zeggen, vogelzang wordt algemeen gewaardeerd als iets moois uit de natuur. Maar ik denk niet dat de betrokken vogels dit zo voelen. Die schreeuwen om de beurt: Van mij! Rot op! Wegwezen! Pleur op! (Dat laatste dan vooral door vogels in Den Haag en speciaal bij Het Torentje.) Een soort beurtzang om het territorium af te bakenen. Als de vogelwereld een Rijdende Rechter heeft, dan moet die er dezer dagen vaak op uit trekken. Want er is wat gekibbel op de vierkante meter. En daarbij is het indrukwekkend hoeveel kabaal kleine vogeltjes kunnen maken.

Zingende (scheldende?) roodborst
Toen ik deze roodborst hoorde, zocht ik onwillekeurig toch een grotere vogel dan dit prutsbeestje. Nog erger was het bij dit winterkoninkje.
Winterkoninkje, met veel tegenlicht, maar wat een lawaai
Deze tjiftjaf liet ook duidelijk horen wie hier woont
 De schoonheid van vogels is er ook niet om ons te plezieren maar om, meestal, hun vrouwtje te verleiden. Maar goed, gelukkig vindt dan in ieder geval zo'n vrouwtje haar man mooi, dus dat is dan toch wat minder erg dan met dat gescheld. Nu is schoonheid natuurlijk ook een soort keuze. Ik ben altijd weer blij als ik een mus zie. Misschien omdat het de eerste vogel was, waarvan ik weet dat mijn moeder ze wel aanwees. En waarvan ik weet dat die het toch een beetje moeilijk heeft.
Ringmus

Maar bekijk  bovenstaande ringmus. Het is in al zijn bescheidenheid toch een prachtig beestje? Als ringmus trouwens beter te herkennen aan z'n zwarte wangetjes dan aan die halsring. Zowel qua zang als qua kleur bescheiden, maar dat kan ík wel waarderen. En ik ben blij dat ik ze dit voorjaar ook weer zie.

Gedistingeerde zanger
En ook mooi zwart is niet lelijk. Zo'n merel man is best een chique verschijning. En dan hoeft ie er nog niet eens bij te zingen.


Boomkruiper in de herkansing
Ik had al eens eerder een boomkruiper gefotografeerd, maar die was wel heel erg en profile in de schaduw. Dit exemplaar liet zich iets beter belichten, maar de definitieve boomkruiperfoto laat nog op zich wachten.

Tenslotte. Het herstel van de woningmarkt is voor velen een goed bericht, maar de watervogels zien het volgens mij toch even anders. Sinds het begin van de bouwwerkzaamheden aan het water bij Meerrijk, lijken de meeste watervogels vertrokken. Dat komt vast wel weer een keertje goed, maar als de tekenen niet bedriegen, wordt er voorlopig nog wel even gebouwd.

Ik blijf rapporteren over al het aardige dat er wel is. Tot een volgende keer.



zaterdag 18 maart 2017

Concurrentiestrijd

Er is eigenlijk weinig reden om romantisch te doen over over het vogelbestaan. De winters zijn koud en voedsel schaars. En als je dat dan toch overleefd hebt, dan moet je meteen aan de bak in de concurrentiestrijd voor het beste nageslacht. Dus moet je zorgen dat je op het juiste moment gekleed bent voor de gelegenheid. Wij vogelkijkers profiteren daarvan mee. Zelfs kraaien lijken wat extra aandacht aan hun uiterlijk te hebben besteed.
Deze zwarte kraai lijkt zijn veren extra te hebben gekamd
En de verentooi van een bescheiden waterhoentje heeft toch veel subtiele details om maar te zwijgen van het felle rood en geel van en om z'n snavel.
Meerkoet op z'n Paasbest
En als het uiterlijk alleen niet voldoende is, dan je kan het ook op geweld laten aankomen.
Territoriale meerkoet die een concurrent verjaagt
Of je doet het een terwijl je het ander niet laat. Onze fraaie maar eenzame nijlgans zocht ruzie met allerlei kleine vogels.
De nijlgans oogt mooi maar ook net zo fel als ie zich gedraagt
De nijlgans werd daarna terecht gewezen door een koppeltje Canadese ganzen die over het algemeen toch tamelijk vredelievend zijn.
De nijlgans wordt even verjaagd door een Canadese
Het is ongetwijfeld mijn romantische blik, maar het lijkt er zo op dat de grote Canadese ganzen zich tot taak hebben gesteld de vrede te bewaren tussen de watervogels als een soort politie.
De waterpolitie
Nadat ze de nijlgans zijn plek gewezen hadden zwommen ze rustig weer terug naar waar ze van kwamen. En het leek echt of ze de wind er onder hadden.

De vink is natuurlijk een heel gewone algemene vogel. Maar in ons park zitten er toch niet zo heel veel, wat je nu goed kan horen. Mezen in allerlei smaken hoor je veel meer dan de typische vinkenslag-zang van de vink. (Ik ben niet heel goed in vogelgeluiden, maar de 'suskewiet' van de vink is zelfs voor mij goed te herkennen.) Maar echt zeldzaam zijn ze ook weer niet hier en toch kreeg ik ze maar niet voor mijn lens. Onderstaande exemplaar staat er ook niet helemaal perfect op, maar een (mijn) kinderhand is gauw gevuld.
Vink van dienst in het zonnetje

En nu maar hopen op mooie voorjaarsdagen met mooie voorjaarsvogels. Tot een volgende keer.


zaterdag 4 maart 2017

Passanten

De meeste vogels kunnen goed vliegen, maar tegen een storm kunnen ze moeilijk op. Na een periode van harde wind loont het dan ook de moeite om goed op te letten. Na storm van zee vertonen zeevogels vertonen zich ineens aan land en kustvogels zich in het binnenland. En zo kon je na de harde wind van vorige week brandganzen in ons park zien.
Links brandganzen, samen met een paartje grote Canadese ganzen ter vergelijking
Brandganzen zijn wat kleiner dan onze grote Canadese ganzen. Volgens het boekje zoeken ze graag andere ganzen op, en het doet mij plezier u mede te delen dat deze brandganzen het boekje gelezen hebben. Ze trokken braaf achter de Canadezen aan. De brandgans is in Nederland een zeldzame broedvogel; de meeste die wij hier zien broeden op Nova Zembla. Die populatie overwintert vooral in het Nederlandse kustgebied. En na een stormpje dus even op onze wei. Je moet respect hebben voor die vogels die zo weer naar Nova Zembla vliegen. Een gans is dan niet perse een heel kleine vogel, maar het is ook wel een grote wereld en een lange reis.
Brandganzen die een dansje oefenen (let u op de iets gelige kop)
Ondertussen zijn ze bij ons alweer weg.

Voor de vaste lezers zal het bekend zijn dat ik geen groot liefhebber ben van meeuwen, maar soms is er zelfs iets leuks te zien aan onze kokmeeuwen. Ondanks dat het weer nog niet erg lenteachtig is, kondigen zij betere tijden aan. De eerste tonen alweer hun zomerkleed.
Kokmeeuw in zomerkleed, vooral herkenbaar aan de zwarte kop
Niet dat ze het allemaal al tijd vinden. Onderstaand groepje stond met de kop in de wind te koukleumen, en pas twee waren bezig zich te verkleden.


Kokmeeuwen in de wind
Ondertussen is er ook alweer een paartje scholeksters terug.
Een paartje scholeksters is ook weer terug, en loopt hier in de regen (zie de druppeltjes op hun rug)
Dit jaar heeft u een foto van een vliegende scholekster te goed. Dan zie je ineens hoe prachtig ze getekend zijn.

Compositie van gele veertjes en verzinkt staal
En nog even een foto van een koolmeesje dat mooi zat te kleuren op een verzinkt hek. Zo zie ik het graag: natuur die gebruik maakt van wat de mens biedt, en dat dan nog esthetisch verantwoord.

Dat u het weer weet.