zondag 10 juni 2018

Zomer

Hoewel de meteorologische zomer pas een paar dagen oud is, en het volgens de kalender nog helemaal geen zomer is, is het qua weer en voor de vogelkijker al weken zomer. De mooiste tijd voor het vogelen is de periode net na de winter. Dan moet er partners gezocht worden en territoria worden afgebakend om te zorgen dat er jongen komen op het moment dat er volop te eten is. De vogels zijn dan prachtig op kleur en laten zich graag zien aan hun potentiële lieven. En wij kijken mee. Ondertussen zijn de jongen er, en is er volop te eten. Het gevolg is, dat iedereen zich het liefst gedeisd houdt om de jongen niet in gevaar te brengen en dat er minder tijd is voor imponeer gedrag.

Kortom, ik moet weer eens mijn best doen om mezelf en u een leuk plaatje te kunnen voorschotelen. Vandaar ook dat u wat langer op uw favoriete vogelberichten heeft moeten wachten.

Toch valt er altijd wel weer wat moois te zien. Want vindt u bijvoorbeeld van deze pimpelmees?
Pimpelmees tussen de blaadjes
Als je een pimpelmeesje op een voedertafel ziet, dan is dat een best opvallend beestje. Maar zo heeft ie toch een aardige schutkleur.

Deze koolmees probeerde zich ook achter een blaadje verstoppen, maar slaagde daar toch minder in.
Pittig koolmeesje


En deze compositie in grijzen.
Witte (nou ja) kwikstaart
Als kuiken moet je trouwens ook behoorlijk aan de bak. Kuiken zijn is gevaarlijk dus groeien zal je, en snel! Kind meerkoet begint al steeds meer op pa of ma te lijken; vergelijk ook maar met de vorige post.
Meerkoet met kind
Maar als meerkoetenjong kan je in ieder geval nog op jouw ouders rekenen. De futen worden het langzaam al zat om hun jongen te voeren. Ik zag een volwassen fuut voor de ogen van een luid piepend jong een net gevangen visje inslikken. En ook onderstaande ouder lijkt zijn kroost liever kwijt dan rijk.
Ouder fuut die piepend jong probeert te lozen

Ik denk dat er ook jonge oeverzwaluwtjes zijn, want ik zie ouders af en aan vliegen bij de oeverzwaluwenwand (woordje voor scrabble?).
De bewoner van woning 89 komt even thuis.
De laatste tijd is de meeuwenpopulatie van het park wat minder. En als je een meeuw ziet dan is het eigenlijk altijd een kokmeeuw. Daarom viel deze zilvermeeuw (?) op.
Zilvermeeuw (?)
Tot slot dan maar. Ik ben altijd nog op zoek naar een goede foto van een vliegende scholekster, op de rug gezien. Vanwege de mooie tekening. Onderstaand exemplaar was me net te vlug af.
Scholekster bij de landing

 Nog een niet gevederd afsluitertje. Onderstaande foto zou je moeiteloos kunnen gebruiken in een advertentie voor paarse chocolade uit Zwitserland. Maar hij is toch echt genomen in ons park.
Nee, geen Milka
Hiermee moet u het weer even doen. Ik ga een aantal weken op vakantie. Dus ga vooral zelf kijken. Ik meld mij weer over een week of vier.

Tot dan.


donderdag 24 mei 2018

Een mooi weerzien

Deze blog is ooit eens begonnen uit verbazing over de vogelrijkdom van ons park. Ik had al langer het idee dat als je zegt dat ergens niets te zien is, je eigenlijk niet goed genoeg kijkt. Of wat positiever geformuleerd, er is veel moois te zien als je maar goed kijkt. En hoewel ik dat dus al eerder bedacht had, werd ik toch verrast toen ik bij toeval -ik zocht een paar vogels om een nieuwe camera te testen- eens een keertje goed rondkeek in ons park.

En tot mijn verbazing lukt het nog steeds om u iets voor te schotelen wat me de moeite waard lijkt. Ik denk vaak dat we het zo'n beetje wel gehad hebben, maar dan zie ik toch weer iets bijzonders of iets dagelijks dat er toevallig heel mooi bij staat (en zo weer bijzonder wordt). Dat gezegd hebbende, maak me wel wat zorgen over de vogels in ons park. Er zijn tegenwoordig erg veel bouwactiviteiten rond het park; iedere projectontwikkelaar verkoopt hetzelfde uitzicht graag zo vaak mogelijk. En meer mensen in de wijk betekent ook meer mensen in het park. Daar kan je weinig op tegen hebben, het is de bestaansreden voor dit groen. Maar de combinatie van loslopende honden, bouwactiviteiten, hobbyvissers die het liefst hun auto naast hun visstek parkeren en de aanleg van een paviljoen hebben toch wel merkbaar invloed op de vogelstand.

Ik vind het leuk om te kijken naar hoe de natuur gebruik maakt van wat de mens toevallig in de aanbieding heeft. En ik hoop dat ons park die natuur mogelijkheden blijft bieden.

Enfin, aan de slag. Het is zeker niet alleen maar treurnis. Zo kreeg ik afgelopen week voor het eerst een putter echt goed voor mijn lens. Ik had putters natuurlijk al eerder gefotografeerd, maar zo mooi op kleur in het zonnetje was nog niet gelukt.
Een prachtig vogeltje toch, zo'n puttertje
Zo beeldvullend lijkt het nog heel wat, maar het is een klein lid van de vinkenfamilie en je kijkt er makkelijk overheen. Gelukkig attendeerde dit exemplaar mij luidkeels op zijn aanwezigheid. Omdat hij zo zat te zingen had ik even de kans hem te fotograferen. Meestal zie je puttertjes foeragerend in een in een groep, dan zijn ze super beweeglijk en voor een fotograaf een ramp.

Andere natuur die we in ons park aantreffen, leeft onderwater. En dat trekt weer vissers van allerlei soort aan. Sommige met hengels, andere met snavels. En er zit blijkbaar veel vis. Deze blauwe reiger haalde in de ongeveer tien minuten dat ik hem in de gaten hield, zeker drie visjes op.
Effe lunchen
En terwijl ik naar die reiger stond te kijken plonsde een klein stukje verder een visdief in het water, en ging er ook met een hapje vandoor.
Visdief met visje
Ook met het kleine grut gaat het weer best goed. Het is aardig om te zien hoe twee echtparen grote Canadese ganzen samen de wereld in de gaten houden terwijl de jongen lopen te grazen.
Broertjes en zusjes, neefjes en nichtjes bewaakt door ouders en oom en tante
Ook de meerkoeten hebben jongen, en dit leek een teder moment.
Het is dan niet de zoen van Harry & Meghan, het lijkt zeker zo liefdevol
Ik ben altijd verbaast over hoe de meerkoeten kuikens niet op hun ouders lijken. Alleen aan hun gedrag zie je dat ze echt wel bij elkaar horen.

Dit vond ik gewoon een sfeervol plaatje. Mocht u het niets vinden dan slaat u het maar over.
Peinzende (?) roodborst

En dan dit nog. De vorige keer meldde ik dat ik een oeverlopertje gezien had. Fotograferen lukte niet  en daarvoor in de plaats had ik een mooie paardenbloem. De oeverloper heb ik weer gezien maar toen ik met een omtrekkende beweging hem probeerde te benaderen, ging hij er als een speer vandoor.
Bewijsfoto van de oeverloper (Het plonsje achter hem is van het poepje dat ie deed terwijl hij vluchtte.)
Kortom, ik heb nog steeds geen goeie oeverloperfoto. Daarvoor in de plaats deze prachtige uitgelichte rododendron.

(Normaal gesproken maak ik eigenlijk altijd gebruik van beelduitsnedes,  omdat er anders te weinig vogel in beeld is, en moet ik vaak ook de belichting wat corrigeren. Deze bloem stond daar zo mooi, dat ik de foto zo uit de camera hier neerzet.)

Ik ga weer op zoek naar nieuwe beelden van vogels. En ik hoop dat u over mijn schouder blijft meekijken.

vrijdag 11 mei 2018

Het eren van het kleine

Als parkvogelaar moet je accepteren dat je niet iedere dag een geheel unieke,  jaloersmakende ornithologische gebeurtenis zal meemaken. Sterker nog, het zou in strijd zijn met het idee achter deze blog, die wat mij betreft toch meer gaat over de bijzonderheid van het alledaagse. Eigenlijk heb ik al meer bijzonders gerapporteerd dan dat ik verwacht had toen ik hiermee begon.

Daarom eerst maar eens een nieuwe soort (voor deze blog), zij het met wat weinig overtuiging van mijn kant. Duiven zijn vogels, maar echt inspirerend zijn ze wat mij betreft niet. Ik geef het toe, dat is puur snobisme. Duiven horen er gewoon bij, maar ik word er gewoon niet enthousiast over. En er is best iets over te melden. Zo zullen de meeste mensen onderstaande duif afdoen als een gewone grijze stadsduif. Grijs is ie natuurlijk wel, maar het is een houtduif.
Houtduif, herkenbaar aan de witte vlekken op de hals
U merkt het, het enthousiasme spat er nog altijd niet vanaf, maar dit duifje neb ik in ieder geval een plekje in mijn bescheiden spotlicht gegeven.

Dan maar even een vogeltje dat ik altijd wel kan waarderen. Ik heb het u al vaker laten zien, maar het zat zo mooi op een steen in onze mechanische beek.
Witte kwikstaart
Een gevalletje tevreden zijn met wat er is.

Vorige week meldde ik al dat de oeverzwaluwen terug zijn, maar dat ze nog weinig interesse toonde in de wand die speciaal voor hun is gemaakt. Vandaag is dat wel anders. Het was een komen en gaan van oeverzwaluwen.
Drukte bij de oeverzwaluwwoningen
Wat ook opviel was dat er nog geen definitieve partnerkeuze lijkt te zijn gemaakt, als die al ooit gemaakt wordt bij oeverzwaluwen.
Drie oeverzwaluwen betrapt, ze waren net nog met z'n drieën binnen in nest 93
Ontrouw, of partnerkeuze op basis van het mooiste nest? Hoe dan ook, ze waren er maar druk mee.

Vorige week nog lekker onder moeders' veren maar ondertussen moesten de jonge futen ook alweer de rug van moeder verlaten. Als jong fuutje zou ik mij zolang mogelijk lekker verstoppen op moeders' rug. Maar blijkbaar zat dat er niet in.
Futen jong met ouder
En zo gaan meer ontwikkelingen hard. Vorige week zag ik alleen maar een broedende Canadese gans en nog geen kuikens. Die broedende gans is er nog steeds, maar ik zag ook twee paren met jongen.
Familie Canadese gans
Zelfs zonder dat ik de kuikens zag, was al duidelijk dat er een paartje met kroost op stap was. Je ziet twee waakzame ganzen met gestrekte nekken met wat ruimte er tussen. En dus inderdaad..
Schattige ganzenkuikens
Meestal zijn er al wat pluisjes weg, of is de bol wat scheef of zo, maar deze paardenbloem was zo mooi gaaf ik het niet kon laten er een foto van te maken. En er u mee te confronteren...
Geen vogel, wel park

(Eigenlijk had ik hier graag een foto van een oeverlopertje gehad, maar die was weg voordat ik hem kon fotograferen. Hopelijk een volgende keer.)

Dat was het weer voor deze keer. Ik blijf voor u rondkijken, en hopelijk heb ik over een week of zo weer wat te melden. Tot dan.

zondag 6 mei 2018

Oude en nieuwe bekenden

Het is ongeveer een maand geleden sinds ik u voor het laatst berichtte over ons park. De vorige keer was het qua gevoel vroeg voorjaar. De kou was net een beetje verdwenen, de wintertalingen waren net vertrokken naar noordelijke oorden. De nijlganzen hadden al jongen, maar die zijn altijd vroeg. Voor mijn gevoel was het nog echt overgangstijd. De meeste bomen hadden nog nauwelijks blad. En nu is het al bijna zomer. Dat weet ik omdat de oeverzwaluwtjes terug zijn. Nu weet ik dat 1 zwaluw geen zomer maakt, maar met 15 zijn we volgens mij toch lekker op weg.
Waarschijnlijk lastig te zien op een klein scherm, maar ik tel er dus 15
Ze zijn natuurlijk gewoon op zoek naar hun eten, maar het lijkt toch altijd een klein feestje in de lucht. Een beetje zo iets als een school dolfijnen op zee, maar dan in het klein. Ik zag ze bij de oeverzwaluwwand, maar ze leken me hun nesten nog niet echt betrokken te hebben. Dat gaat de komende weken vast gebeuren.

Nog een zoekplaatje (maar hopelijk wat duidelijker) en eentje waar ik ook al blij van word.
De futen met jongen op de rug, links zie ik er zeker twee
Rond deze tijd van het jaar hoop ik altijd futen te spotten met jongen op de rug en als dat dan lukt ben ik blij. Ik geef toe, het is wat onnozel maar het kan weinig kwaad. Volgens mij had de linker fuut ook iets op z'n rug, maar dat kreeg ik niet goed te zien.

Jonge grote Canadese ganzen zijn er nog niet, maar volgens mij wordt er wel aan gewerkt.
Broedende grote Canadese gans
Ondertussen doen de zangers er alles aan om hun territorium af te bakenen.
Deze vink was niet te missen, qua geluid dan
Deze fitis liet ook goed van zich horen, maar was toch lastig te vinden
Ook de visdiefjes zijn terug. Volgens mij nesten ze hier niet, want hun nest verdedigen ze zo fel dat dat niet te missen is.
Visdiefjes
Ik weet nooit zeker of je ze nu onnozel of dapper moet vinden. Mijn broer vertelt wel eens dat ze zijn zeilboot aanvallen als die in de buurt van een visdiefnest komt. Een halve ton tegen een ons of zo. Dat zullen ze dus niet gauw winnen, maar toch doen ze het iedere keer weer.

Tot slot nog maar even dit portret van een grote Canadese gans. Ik heb er geen verhaal bij, maar hij (m/v) liet zich gewoon mooi fotograferen. En dat kan al reden genoeg zijn.
Portret van een contemplatieve grote Canadese gans
Zo, u weet weer wat van de (vogel)stand van zaken, hier in park Meerland. Ik houd het graag bij, voor u en mijzelf. Hopelijk tot een volgende keer.



zaterdag 28 april 2018

Vals spel 2

Vandaag speel ik vals. Ik wil wat laten zien van mijn vogelreis naar Spanje, de Extremadura. Mensen die alleen willen lezen over park Meerland, moeten deze post overslaan. Waarvoor mijn excuses. Ik beloof dat het de volgende weer gewoon over ons park gaat.

De Extremadura dus. Dat is een groot gebied ten westen van Madrid, tussen Madrid en de Portugese grens. Om een beetje een idee te geven, het oppervlak van de Extremadura is 41.582 vierkante kilometer, dat van Nederland 41.543. Grote delen van deze regio hebben de naam nogal droog en weinig vruchtbaar te zijn. Maar wij kwamen er na een periode van regen en het was er prachtig.
De Extramadura zoals wij die zagen

De Extremadura in bloei
Prachtig land dus, maar we gingen vooral voor de vogels. De Extremadura is onder vogelaars bekend om zijn roofvogels en om steppevogels als de grote en kleine trap. Die grote en kleine trap hebben we allebei gezien, zij het in de telescoop. Veel te ver voor mij om te fotograferen. Voor fotografen is het gebied trouwens best uitdagend, omdat de vogels vaak vrij ver weg zitten. Met een kijker goed te zien, maar als foto blijft er weinig van over.

 Vale gieren zie je er voortdurend. Prachtig zwevend op de thermiek en de wind.
Vale gier, zoals je ze daar vaak ziet zweven

Havikarend? (Zeer zeldzaam, maar wel het goede gebied.)
Kleine (?) torenvalk (De kleine en gewone torenvalk vlogen op die plaats door elkaar.)
Aasgier

Steenuiltjes


Ik vind veel roofvogels moeilijk uit elkaar te houden. Hier in de regio mag je meestal kiezen tussen een torenvalk, een buizerd, een slechtvalk en een sperwer. Die zijn wel uit elkaar te houden. Maar omdat er daar zoveel soorten voorkomen die ook erg op elkaar kunnen lijken, is het lastig. Onze reisleiders konden dat wel, maar nu ik naar mijn foto's kijk twijfel ik weer.
We hebben ook nog een dwergarend, een monniksgier, en een vale gier gezien. Maar vaak te ver weg om goed te fotograferen.

En er is meer dan alleen roofvogels. Zo is er allerlei klein grut.
Roodborst tapuit
Blauwe rotslijster
Roodkopklauwier
Europese kanarie

Een scharrelaar (Ik had er nog nooit van gehoord, maar wat een mooi vogeltje.)
Fraai poserende grauwgors (Zeer algemeen in de Extremadura.)

Twee hoppen (Altijd weer leuk.)
We hebben ook bijeneters prachtig gezien (maar niet goed gefotografeerd), en allerlei ander fraais. Uiteindelijk kwamen we tot ongeveer 120 verschillende waargenomen soorten.

Tot slot nog maar een paar koereigers in de regen.
Koereigers op een voetbaldoel
Binnenkort weer een echte park blog. Eerlijk waar! Tot dan.





dinsdag 3 april 2018

Voorjaarsopruiming

Het is natuurlijk eigenlijk nog wat vroeg om aan een opruiming te beginnen, maar ik verwacht dat ik de komende periode minder tijd heb om aan deze blog te besteden. En ik wil nog wat ornithologische fait divers met u delen.

Als ik dezer dagen het park inloop dan loop ik bijna tinnitus op van het gezang. Er zitten nog geen bladeren aan de bomen en je zou dus verwachten dat je de bron van de herrie dan makkelijk moet kunnen vinden, maar dat valt nog knap tegen. U zou kunnen vermoeden dat dat aan mijn beperkingen ligt, maar het heeft er ook mee te maken dat de lawaaischoppers heel erg klein zijn. Vandaag had ik er eindelijk eentje te pakken, maar ik heb om heel wat bomen tevergeefs gedraaid.
Dit winterkoninkje schreeuwde zich de longen uit het lijf
Het blijft indrukwekkend hoeveel lawaai er uit zo'n heel klein beestje kan komen.
 
Ook deze roodborst deed flink zijn best
Vogels zingen niet voor het esthetische genoegen maar om hun territorium af te bakenen. En als dat niet helpt wordt het matten.
Zoekplaatje: vechtende vinken tussen de blaadjes
Ik heb altijd de indruk dat vinkjes over het algemeen sociale vogeltjes zijn, maar in de broedtijd ligt dat toch wat anders. Van vinken die gehouden worden in kooitjes is ook bekend dat je beter niet twee mannetjes bij elkaar kan stoppen. Sinds ik dat bovenstaande gevecht zag, heb ik ook al vinken gezien die elkaar achterna zaten.

Dan een nieuwe observatie buiten-mededinging, want buiten het park. (Maar er ook niet heel ver wandelen.)
Kievit
Al zeker 10 jaar broeden er kieviten achter het gebouw van ASML/DHL op het Flightforum. Het is eigenlijk een stukje braakliggend terrein dat bedoeld is voor een verdere uitbreiding van dat gebouw, ingesloten door een tamelijk drukke weglus. Vlak in de buurt zijn allerlei grotere velden. Toch blijven die beesten hardnekkig bij hun veldje. Iets soortgelijks heb ik ook wel gezien in de lussen van (snelweg-)klaverbladen. Daar zie je soms in een plasje of een weitje van alles zitten, dat er volgende keer dat je langskomt er weer zit. Blijkbaar wonen de betrokken beestjes daar. Ik vind dat soort eigenwijze natuur wel grappig. Je zou denken waarom ga je niet in die mooie rustige plas of wei honderd meter verderop zitten? Maar nee, ons idee van natuur stemt niet overeen met dat van de natuur zelf.

De wintertalingen zijn weer vertrokken, hoogstwaarschijnlijk naar het noorden.
De laatste wintertaling die ik zag, op 24 maart
Wintertalingen broeden ook wel in Nederland, maar veruit de meeste worden gezien in de (u raadt het) winter. En dat zijn exemplaren die broeden in het noorden en min of meer met de vorstgrens meereizen. Ze gaan daarbij blijkbaar redelijk opportunistisch te werk, en trekken net zo ver als ze nodig hebben om bij hun eten te kunnen. Bevroren water is voor hun het probleem. Je weet dus ook nooit of ze er volgende winter weer zullen zijn, want dat hangt maar net van de vorst af.

Kauwen hebben de naam slimme vogels te zijn maar onderstaand exemplaar kan het zaden-uit-een-zakje-pikken toch beter aan de mezen en vinken overlaten.

Kauw bij -oranje- zadennetje
Deze kauw kukelde iedere keer naar beneden voordat ie iets uit het netje had geprutst. Nou ja, je kan niet overal goed in zijn.

Roeken zijn geen mooie vogels. Speciaal het karakteristieke kale stuk achter hun snavel is niet bijzonder charmant. Maar anders dan de kraaien en de kauwen hebben ze niet zo erg de neiging hun omgeving te terroriseren. En ze vullen hun keelzak met alles wat ze voor hun kroost kunnen vinden, zonder het zelf op te knabbelen. Dus eigenlijk zijn roeken lief.
Lieve roek
Enfin, zoals ik al schreef, zal u het waarschijnlijk een poosje zonder mij moeten doen. Ik verwacht de komende weken geen tijd te hebben voor deze blog. Dat vind ik wel een beetje jammer, want ik doe het graag. Maar ja, er zijn andere dingen die ik ook graag doe en ook dingen die moeten.

Ik hoop dat ik over een week of drie, vier mijn plaatjes en overpeinzingen weer met u kan en mag delen. Tot dan.