zondag 14 april 2019

Geslachtdrift en haar gevolgen

Deze tijd staat in het teken van de voortplanting en behalve pullen (ja, dat woord bestaat echt, het betekent kuiken dat nog niet kan vliegen) levert dat nog van alles op. Het pluizige spul komt straks in beeld, maar eerst wat anders.

Meerkoeten zijn zo algemeen dat ik normaal gesproken niet zoveel aandacht aan ze besteed. Ik ben ook wel gewend dat ze aardig kunnen kibbelen. Maar deze keer ging het verder dan dat. Ze leken elkaar echt naar het leven te staan.
Mattende meerkoet die poogt een soortgenoot te verzuipen
 Het zag er echt uit als een gevecht op leven en dood. En eigenlijk ook wel spectaculair.
Spectaculair gespetter (de rechter meerkoet heeft veertjes van zijn belager in de snavel)
Ik heb thuis geprobeerd uit te vinden of meerkoeten elkaar ook soms echt afmaken, maar daar kon ik geen rapporten van vinden. Dus uiteindelijk zal het allemaal wel meevallen.
Vechten lijkt zelfs zo populair dat hier ook maar een derde gaat meedoen
Het lijkt vooral te gaan om de beste broedplekken. Meerkoeten komen in groepen de winter door, maar als het tijd is om te gaan broeden, zitten ze elkaar net te veel op de lip. En voor polderen is in de natuur dan even net geen tijd.

Uiteindelijk gaat het natuurlijk om krijgen van nageslacht. Vorige keer had ik een plaatje van Nijlganzen met kuikens, die trouwens alweer een aantal weken oud waren. Deze keer futen.
Fuut met jong op de rug die gevoed wordt door partner
Ik ben altijd blij als ik een fuut met jongen (of een jong) op de rug zie. Deze waren nogal ver weg, maar als goedmakertje was mooi te zien hoe beide ouders hun bijdrage leveren in het grootbrengen van hun kroost.

Er zijn ook jonge eendjes.
Zeer jonge eendjes
Een ander gevolg van alle voorjaarshormonen is vogelgezang. Ik vind dat wel handig, dan heb je net iets meer kans om een vogel te betrappen. En soms levert dat voor deze blog weer een nieuwe soort op.
Zingende heggenmus
Hij zat wat ver weg, en hij was zo weer weg, maar ik ben er vrij zeker van dat deze foto een heggenmus laat zien. Dat kan het voordeel van fotograferen zijn.

Soms helpt fotograferen niets.
Fitis? (of toch een tjiftjaf?) met nestmateriaal
Bovenstaand vogeltje was welopgevoed, en wist dat je met volle snavel niet mag zingen. Alleen weet ik nu niet wie hij was. Het verschil tussen een fitis en een tjiftjaf kan ik alleen maar horen. Omdat ik op die plek wel een paar keer een fitis meende te horen, gok ik dus daar maar op. Maar eerlijk gezegd, volgens het boekje heeft een tjiftjaf donkerder pootjes dan een fitis, en deze lijkt wel heel donkere pootjes te hebben. Dus wie het weet mag het zeggen.

Een goede opvoeding is niet altijd een voordeel...

En dan nog een laatste eerste voor mijn blog in dit park.
Kievit
In het verleden was er al eens een kievit in mijn blog voorbij gekomen, maar dat was buiten mededinging. Toen ging het om een paar op een braakliggend terrein in het Parkforum (naast het Silver Forum gebouw).  Dat terrein wordt inmiddels bebouwd en het kievitenpaar heeft hun huisvesting dus moeten opgeven. Op zich is dat jammer want die kieviten hebben daar toch een aantal jaren gebroed. Maar misschien vinden ze nu wel een prettig plekje op een wei in ons park.

Het is ze van harte gegund.

Tot een volgende keer.


zondag 31 maart 2019

Business as usual

De titel zegt het al helemaal, er is voldoende te zien, maar het grote nieuws ontbreekt.

Maar ook als dat grote nieuws ontbreekt, zijn er altijd de familieberichten. Geboren: Zes nijlgansjes.
Hier ontbreken er een paar, maar moeder probeert er wel de wind onder te houden
Nijlganzen zijn altijd heel vroeg met hun jongen. Volgens mij waren er begin februari berichten over jonge nijlganzen in Eindhoven. Ook 'onze' ganzen hebben al een tijdje jongen, maar ik was ze nog niet eerder met mijn camera tegen het lijf gelopen.

Het is ook de tijd van de wisseling van de wacht. De wintertalingen zijn weer weg.
De laatste keer dat ik ze fotografeerde was op 25 februari
Ook de zilverreiger zal binnenkort wel vertrekken, maar hij is er nog. En het blijft een mooie vogel.
De grote zilverreiger, nog even te gast

Waar ik ook weer blij mee ben, is dat ik voor het eerst na de winter weer een steenuiltje in ons park heb gezien.
Steenuiltje tussen de stenen

Het lijkt er ook op dat we er weer vaste bewoners bij hebben. Al een tijdje zag ik een individuele muskuseend, daar heb ik ook wel eerder over bericht, maar nu hebben we ook een paartje.
Man en vrouw muskuseend
Muskuseenden komen oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Daar zijn ze al heel lang gedomesticeerd. Omdat ze er ook regelmatig ontsnapten en zich dan weer vermengden met wilde muskuseenden is het blijkbaar niet meer mogelijk om genetisch puur wilde muskuseenden te vinden. De exemplaren die we hier in het wild vinden zijn meestal ontsnapt uit kinderboerderijen. Het zijn voor de rest vrij standvastige vogels. De vrouwtjes letten wat beter op hun gewicht en kunnen nog goed vliegen, maar meneer muskuseend heeft de strijd tegen de pondjes bijna opgegeven en probeert de inspanning van het vliegen vooral te mijden. Geef hem een bankje en een afstandsbediening en je kan hem qua gedrag niet onderscheiden van zijn menselijke geslachtgenoten. (Ik schrijf hier op persoonlijke titel.)
Het voordeel is wel dat je bij een koppeltje meteen ziet wie de man en wie de vrouw is.

Merels zouden geen nieuws moeten zijn, maar ik houd ze toch in de gaten. Ze hebben het moeilijk door het usutu-virus. En ik ben dan ook altijd blij als ik een merel zie. En horen is eigenlijk nog mooier. Dit exemplaar zat prachtig zingen. Uit dank publiceer ik zijn portret.
Zingende merelman
Niet mijn mooiste foto, maar ik was blij dat ik hem zag en hoorde.

Blauwe reigers zijn in ons park nooit groot nieuws, maar deze foto heeft toch wel wat vind ik.
50 kleuren blauwgrijs: een landende blauwe reiger

En ook voor een witte kwikstaart krijg je geen televisieploeg op pad, maar dat komt omdat ze niet weten wat ze missen. Het zijn alledaagse kleine vogeltjes die heel dapper hun leven om dat van de mens heen bouwen. Als ie zich Siberische kwikstaart zou noemen en alleen bij oostenwind hier een glaasje Grey Goose Jeroboam Plain vodka zou komen nippen, zou iedereen hem komen bewonderen. Maar schoonheid zonder pretenties telt ook niet bij vogelaars. Ik denk daar anders over, en u moet er dus aan geloven.
Verplichte kost: witte kwikstaart
Enfin, ik zal niet meer over een pimpelmees beginnen in het kader van de bescheiden vogeltjes. Die houden we maar voor een volgende keer.

Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb! Tot dan.


zondag 3 maart 2019

Putterpret en andere genoegens

Als ik dit schrijf regent het pijpenstelen, maar we hebben een paar weken meteorologisch nogal boven onze stand geleefd. Dat zal vast iets met de aardopwarming te maken hebben, maar dat betekent niet dat het nu voortdurend zoveel warmer zal blijven. En hoewel ik moet toegeven dat ik het relatief warme droge weer ook wel erg prettig vond, was ik een beetje bang voor mijn vogeltjes. Als die allemaal gaan denken dat het al volop voorjaar is, en er komt nog een langere koude periode, dan gaan er heel wat broedsels naar de maan. Nou is het verschijnsel dat het voorjaar een valse start maakt van alle tijden, zij het niet zo vroeg als tegenwoordig, en als geheel kan de natuur daar uitstekend tegen. Maar het kan wel allerlei klein leed veroorzaken.

U leest het, een pessimist weet overal wat op af te dingen.

Want voor vogelkijkers waren het mooie dagen. Van alles met veertjes ging er volop tegenaan om zichzelf en het aanstaande nageslacht een mooie uitgangspositie voor het nieuwe broedseizoen te geven. Er werd tegen de klippen op gezongen en gefoerageerd. Er was overal wel wat te zien.

Om maar meteen met de titel te beginnen, ik kon een tijdje een groep puttertjes volgen. Dat levert niet perse bruikbare plaatjes op, want ze zijn wel super bewegelijk, maar geef mij een distelvink,  en ik ben blij.
Foeragerende putter
En: 'Hap!'
Al die kleine vogeltjes laten zich nu bekijken. Vorige keer heb ik het al over meesjes gehad, maar naast de distelvink was ook de gewone vink overal te horen en soms te zien.
Meneer vink aan de wandel
Een vink heeft best wel wat kleur, maar vaak zie je hem pas als ie wegvliegt, want dan toont het geel in zijn vleugels ineens.

Deze roodborst had zich een mooi plekje in de rododendrons  gevonden, die trouwens hier en daar al beginnen te bloeien.
Verdekt opgestelde roodborst
 En ook een winterkoninkje wilde wel even tussen de takken vandaan komen om van het goede weer te kunnen genieten.
Een winterkoninkje doet aan vleugelonderhoud

Op het water zijn de futen nu op hun mooist.  Het woord 'baltsen' klinkt een beetje als een samentrekking van 'ballet' en 'dansen'. En dat is precies wat futen doen.
Baltsende futen
Futen spiegelen elkaars bewegingen en doen soms ieder apart iets, en bewegen daarna weer prachtig synchroon. Je weet nooit precies wanneer de voorstelling begint, maar als je oog er op valt is het bijzonder de moeite waard.

Ook de scholekster heeft zich alweer gemeld. En dat is eigenlijk veel te vroeg. Mij geeft het geluid van een scholekster echt een voorjaarsgevoel. Maar dat lijkt misplaatst in februari.
Scholekster
Ik hoop maar dat ze zich niet te erg van de wijs laten brengen door door het mooie weer.

Het zwarte gevogelte kan vaak op wat minder sympathie rekenen, en ik word ook niet altijd meteen enthousiast van een kraai of kauw. Maar in deze tijd zie je soms in gigantische zwermen op pad, en dat heeft zeker zijn eigen schoonheid. En de bouwkraan bij ondergaande zon wordt zo ook wel interessant.
Kauwen bij ondergaande zon op de bouwkraan.

Verzamelde kauwen
En ganzen in de ondergaande zon kunnen ook erg mooi zijn.
Grote Canadese ganzen bij zonsondergang.

En dat lijkt me wel een toepasselijke afsluiting. Mijn tip van de week, tel eens Grote Canadese ganzen als u niet kan slapen.

Tot een volgende keer.



zaterdag 16 februari 2019

Goede tijden

Zo'n titel gaat een pessimist als ik altijd een beetje tegen zijn natuur in, maar voor vogelfotografie zijn het goede tijden. Natuurlijk niet steeds, grauwe regenachtige dagen leveren zelden mooie plaatjes op. Maar als het wel licht is, dan is er van alles te zien. Als ze het koud hebben kruipen vogels dichter tegen de mensheid aan. En omdat er geen blaadjes aan de bomen zijn is daar veel van te zien. Deze keer de oogst van twee tamelijk korte wandelingen, eentje in de sneeuw en eentje in het zonnetje dat een te vroeg voorjaar lijkt aan te kondigen.

Tijdens mijn wandeling in de sneeuw was het echt mezenfeest. Ik zag staartmezen, pimpelmezen, en koolmezen. Allemaal in groepjes foeragerend op bomen en planten. Om te fotograferen niet altijd even makkelijk, want ze zijn zeer bewegelijk. Maar soms is te laat net op tijd.
Wegvliegende staartmees
Koolmezen zie ik eigenlijk altijd wel, en dat geldt ook voor pimpelmezen. Staartmezen zijn geloof ik niet perse zeldzamer, maar ze zijn misschien iets schuwer. Ik kom ze in ieder geval veel minder vaak tegen. Ze verschillen zo van andere mezen dat ze tot een aparte familie behoren. Aan de andere kant zie je ze wel vaak in de buurt van andere meessoorten.
Pimpelmees die ik in de buurt zag
Op mij maken ze altijd een gezellige indruk.

Blauwe reigers zijn geen nieuws, maar onderstaand exemplaar leverde wel een mooie foto op.
Blauwe reiger wachtend op betere tijden
Ik ben in de verleiding om een prijsvraag uit te schrijven, voor wie het lolligste tekstwolkje hierbij kan bedenken. Maar laten we dat maar aan André van Duin overlaten. Het is wel fascinerend om te bedenken dat die dunne poten zo goed tegen kou kunnen. Je zou verwachten dat zo'n poot makkelijk bevriest, maar de truc is natuurlijk dat er nauwelijks iets in zit dat kan bevriezen. Alle spieren zitten op afstand tegen de de romp van de vogel aan. Een vogelpoot bestaat vooral uit pezen, botjes en een huid met schubben die niet gauw bevriezen. Zo'n poot heeft maar heel weinig bloedtoevoer nodig om te kunnen functioneren en mag best een stuk kouder worden dan de rest van de vogel.

En een paar weken later was het heel ander weer. Normaal gesproken zie ik groene spechten altijd veel te laat, namelijk als ze uit het gras opvliegen en er meteen vandoor zijn. Maar dit exemplaar nam even de tijd om lekker in het zonnetje te gaan zitten. Waarvoor mijn welgemeende dank.
Groene specht die profiteert van het zonnetje
En zo kon ik een vaste bewoner van ons park eindelijk weer eens fotograferen.

Een passant is ook weer even (?) terug.
Grote zilverreiger in het riet
En waar ik ook weer blij mee ben: de wintertalingen zijn toch terug. Misschien niet allemaal, maar ik had ze helemaal niet meer verwacht, deze winterperiode. Door de droogte in het park was de plek waar ik ze vorige jaren zag, niet langer aan het water. Maar ik denk dat ze na alle regen van de afgelopen tijd toch weer op hun vertrouwde plekje zijn afgekomen.
Wintertaling man, suffend in het zonnetje
Hoewel ons park het niet altijd makkelijk heeft, door droogte en door alle bouwactiviteiten die storen en het park verder inbouwen, blijft er nog steeds een boel te zien. En ik probeer dat te blijven doen. Ik kan het u ook aanraden.

Hopelijk tot een volgende keer.


zaterdag 9 februari 2019

Vals spel 3 (deel 3: Argentinië)

Argentinië dus.  In Argentinië zijn we op twee zeer verschillende plaatsen geweest; Puerto Madryn en Buenos Aires. Om een bruggetje te maken met de vorige blog, eerst nog maar wat pinguïns.
Magelhaenpinguïns (Magellanic penguins) in Puerto Madryn
Pinguïns associeer je met sneeuw en koude en in Puerto Madryn was het zonnig en warm. Het grappige is dat die pinguïns zichzelf daar ook niet helemaal thuis lijken te voelen. Ze zoeken de schaduw op en staan vaak met een open bek te hijgen om zichzelf te koelen. Niettemin lijken de broedkolonies het daar goed te doen.
Magelhaenpinguïns in de schaduw (zoals u ziet, bijzonder schuwe vogels)


Niet zo heel ver van de pinguïns hadden we nog een mooie observatie.
Een holenuil (burrowing owl)
We konden ook het holletje zien. Het beestje nestelde aan de kant van een weg. Het is een wat kleiner uiltje, maar wel wat groter dan onze steenuiltjes. En net als steenuilen dus overdag actief; nou ja, wakker. Een echt bijzondere observatie is zo'n uil trouwens niet. De holenuil is zeer algemeen op het Amerikaanse continent en er zijn zelfs 22 ondersoorten van.

Klein zijsprongetje. Wij hadden gehoopt in de buurt van de pinguïns ook nog zeeleeuwen te zien. Die waren er niet meer. Maar wat troffen wij aan op de bulbsteven (die bult onder de boeg die veel zeeschepen hebben) van ons schip?
Zeeleeuw (Sea lion)
Buenos Aires is een miljoenenstad en niet de meest voor de hand liggende plek om vogels te gaan kijken. Dat was dan ook niet perse het doel van ons verblijf daar. Maar een vogelaar ziet altijd wel wat en soms meer dan waar ie op mocht hopen. (Het valt natuurlijk ook wel eens tegen.) Hoe dan ook, het park dat dicht bij ons hotel was, was ook qua vogels de moeite waard.

Rosse ovenvogel (Rufous Hornero or Red Oven Bird)
De rosse ovenvogel is de nationale vogel van Argentinië en mocht hier natuurlijk sowieso niet ontbreken. Vooral het rosse staartje is mooi en valt echt op als je hem voor het eerst ziet. De naam 'ovenvogel' is trouwens geen verwijzing naar de culinaire waarde van deze vogel, maar naar zijn nest. Ovenvogels, er zijn meerdere soorten, bouwen een nest dat wel wat lijkt op een kleioven.

Grote kiskadie (Great Kiskadee)
Ook weer een tamelijk algemene vogel voor daar, maar voor mij toch leuk om te zien. Een insecteneter, met als bijzonderheid dat ze ook wel eens wil duiken naar een klein kikkertje of visje. Daarmee is het een van de weinige vissende zangvogels.

Bigua-aalscholver (Olivaceous Cormorant)
De bigua-aalscholver lijkt op het eerste oog behoorlijk op zijn Nederlandse broer/zus, maar is in werkelijkheid veel kleiner. Dit exemplaar zit zo sierlijk op zijn paaltje, dat ik hem toch niet kon laten verstoffen op de harde schijf van mijn computer. Zoals alle parkvogels in deze blog, geen bijzondere observatie, maar voor Nederlandse ogen toch de moeite waard.

Camposspotlijster (Chalk-browed mockingbird)
Over bovenstaande vogel heb ik een tijd getwijfeld. Maar ik ben er vrijwel zeker van dat het en camposspotlijster is, hoewel die op de meeste foto's grijzer toont. Maar het is eigenlijk de enige spotlijster/mockingbird die algemeen is in het gebied van Buenos Aires.

Kwak (Black-crowned night heron)
Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een kwak gezien heb in Nederland, volgens mij blijven ze hier ook bij voorkeur verborgen in het riet, maar in Buenos Aires is het dus gelukt. Het is een reigertje met rare proporties, en grote ogen omdat hij vooral in de schemer jaagt. Het is op een aantal manieren een bijzondere vogel. Ten eerste komt ie, met uitzondering van Australie, zo'n beetje overal voor waar water is. Een ander grappig weetje, kwakken gebruiken soms aas om vissen te lokken. Ze gooien dingetjes in het water in de hoop dat hun prooien daar dan weer op af komen.

Monniksparkiet (Monk Parakeet)
En tot slot dan maar deze monniksparkiet. Deze vogels waren volop aanwezig in het park maar bijzonder lastig te fotograferen. Je hoort ze steeds en ze vliegen razendsnel van kruin naar kruin. In de vlucht hebben ze prachtige blauwe vleugeldelen, maar eenmaal in de kruin van een boom valt het heldere groen van hun veren perfect samen met dat van de blaadjes. En dan zijn ze ook nog eens zeer bewegelijk. Dit exemplaar bleef net lang genoeg zitten voor een foto, en die was gelukkig redelijk geslaagd. Monniksparkieten kunnen zich ook in Europa goed redden en er zijn hier ook kolonies in parken.

Koningspinguïn
En met deze buigende koningspinguïn neem ik afscheid van Zuid-Amerika en Antarctica. De volgende blog gaat weer gewoon over ons park.

Tot dan.


zondag 27 januari 2019

Vals spel 3 (deel 2: Antarctica & Falklands)

Het was eigenlijk mijn bedoeling om snel achter elkaar de blogs over onze cruise te publiceren.  Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, om Elsschot te citeren. Indien luiheid als praktisch bezwaar mag tellen.

Het gebied rondom Antarctica is winderig en koud en het terrein van stormvogels en albatrossen.
Zuidelijke reuzenstormvogel (giant petrel)
Met een maximale spanwijdte van meer dan twee meter zijn het imposante vogels. Ze eten vooral aas, maar ook wel (inkt)vis. Stormvogels en albatrossen zijn verwant, wat goed te zien is aan hun snavels. Afgezien van hun grootte, is hun snavel een duidelijke aanwijzing dat je in ieder geval niet met een meeuw van doen hebt.
Grote albatros [wandering albatross] (denk ik, maar een koningsalbatros [royal albatross] kan ook)
Albatrossen zijn nog een maatje groter dan stormvogels. Een grote albatros kan een spanwijdte van meer dan 3 meter bereiken.
Een, opgezette, albatros met mensen voor een indruk van de grootte
 Het bleef niet bij allerlei stormvogels en albatrossen.
Drie keizersaalscholvers (blue-eyed cormorants)
De keizersaalscholver is duidelijk familie van onze aalscholver, maar net wat kleuriger.

Ik heb ook mooie foto's van sterns, maar die slaan we maar even over, want we moeten naar DE vogel van het Antarctisch gebied.
Pinguïnkolonie in de sneeuw
 Zo'n pinguïnkolonie ziet er uit zoals die ruikt; niet helemaal fris. Als je 'geluk' heb is zo'n kolonie zelfs op het schip te ruiken. Niettemin, zwemmend zijn het fraaie beestjes.
Stormbandpinguins (Chinstrap penguins)
Pinguïns zijn op het land onhandige vogels, maar ze kunnen razendsnel zwemmen. Dat doen ze door snelheid te maken in het water, en dan een sprongetje te maken, vermoedelijk om van de lagere weerstand in de lucht te profiteren. Als je ze zo bezig ziet, is er van hun charmante onhandigheid op het land weinig over.

Er is mij verteld dat er 17 soorten pinguïns zijn. Die heb ik natuurlijk niet allemaal gezien en al helemaal niet gefotografeerd.
Een kolonie ezelspinguïns (gentoo penguins) op de Falklands
Ezelspinguïns danken hun naam trouwens aan het geluid dat ze maken; dat lijkt verdacht veel op het balken van een ezel.
Pinguïns hebben van mensen weinig te vrezen en dat weten ze. Als bij een pinguïnkolonie rondloopt, dan wordt je vooral genegeerd. Mij is verteld dat ze zelfs enig voordeel hebben bij de menselijke aanwezigheid. Wij jagen meeuwen weg die eieren of jonge kuikens stelen, en daarmee compenseren we onze 'storende' aanwezigheid. Maar zoals al eerder geschreven, voor mensen die interactie zoeken is een pinguïn niet de ideale vogel.
Koningspinguïns (kings penguins)
Keizerspinguïns zijn de grootste en mooiste pinguïns. Die hebben we niet gezien, maar koningspinguïns komen er aardig bij in de buurt. Op de achter grond is ook een ruiend exemplaar te zien.

Wat ik ook nog zeker even wilde delen is dit fraaie kleine vogeltje
Falklandplevier (two-banded plover)
Om ook voor mij onbegrijpelijke redenen vind ik het leuk een beestje te zien op een plek waar het ook de naam van draagt. Het lijkt me een onschuldige afwijking.
Kuiken van de Falklandplevier
In dezelfde categorie vallen deze eenden.
Falklandbooteend (Falkland flightless steamer duck)
Zoals de Engelse naam al suggereert kunnen deze grote eenden niet (nauwelijks?) vliegen, daar zijn ze te zwaar voor en zijn hun vleugels te weinig ontwikkeld. Blijkbaar vindt deze vogel vliegen niet de moeite waard. Zoals de dokter zegt: Use it or loose it. Dat geldt ook in de vogelwereld.

We hebben natuurlijk nog veel meer gezien, maar ik vind het wel weer welletjes voor deze blog. Nog even een foto van mijn favoriete ijsklontje. (Het is ondertussen vast gesmolten.)
Antarctische ijsberg
Tot een volgende keer.