zaterdag 28 april 2018

Vals spel 2

Vandaag speel ik vals. Ik wil wat laten zien van mijn vogelreis naar Spanje, de Extremadura. Mensen die alleen willen lezen over park Meerland, moeten deze post overslaan. Waarvoor mijn excuses. Ik beloof dat het de volgende weer gewoon over ons park gaat.

De Extremadura dus. Dat is een groot gebied ten westen van Madrid, tussen Madrid en de Portugese grens. Om een beetje een idee te geven, het oppervlak van de Extremadura is 41.582 vierkante kilometer, dat van Nederland 41.543. Grote delen van deze regio hebben de naam nogal droog en weinig vruchtbaar te zijn. Maar wij kwamen er na een periode van regen en het was er prachtig.
De Extramadura zoals wij die zagen

De Extremadura in bloei
Prachtig land dus, maar we gingen vooral voor de vogels. De Extremadura is onder vogelaars bekend om zijn roofvogels en om steppevogels als de grote en kleine trap. Die grote en kleine trap hebben we allebei gezien, zij het in de telescoop. Veel te ver voor mij om te fotograferen. Voor fotografen is het gebied trouwens best uitdagend, omdat de vogels vaak vrij ver weg zitten. Met een kijker goed te zien, maar als foto blijft er weinig van over.

 Vale gieren zie je er voortdurend. Prachtig zwevend op de thermiek en de wind.
Vale gier, zoals je ze daar vaak ziet zweven

Havikarend? (Zeer zeldzaam, maar wel het goede gebied.)
Kleine (?) torenvalk (De kleine en gewone torenvalk vlogen op die plaats door elkaar.)
Aasgier

Steenuiltjes


Ik vind veel roofvogels moeilijk uit elkaar te houden. Hier in de regio mag je meestal kiezen tussen een torenvalk, een buizerd, een slechtvalk en een sperwer. Die zijn wel uit elkaar te houden. Maar omdat er daar zoveel soorten voorkomen die ook erg op elkaar kunnen lijken, is het lastig. Onze reisleiders konden dat wel, maar nu ik naar mijn foto's kijk twijfel ik weer.
We hebben ook nog een dwergarend, een monniksgier, en een vale gier gezien. Maar vaak te ver weg om goed te fotograferen.

En er is meer dan alleen roofvogels. Zo is er allerlei klein grut.
Roodborst tapuit
Blauwe rotslijster
Roodkopklauwier
Europese kanarie

Een scharrelaar (Ik had er nog nooit van gehoord, maar wat een mooi vogeltje.)
Fraai poserende grauwgors (Zeer algemeen in de Extremadura.)

Twee hoppen (Altijd weer leuk.)
We hebben ook bijeneters prachtig gezien (maar niet goed gefotografeerd), en allerlei ander fraais. Uiteindelijk kwamen we tot ongeveer 120 verschillende waargenomen soorten.

Tot slot nog maar een paar koereigers in de regen.
Koereigers op een voetbaldoel
Binnenkort weer een echte park blog. Eerlijk waar! Tot dan.





dinsdag 3 april 2018

Voorjaarsopruiming

Het is natuurlijk eigenlijk nog wat vroeg om aan een opruiming te beginnen, maar ik verwacht dat ik de komende periode minder tijd heb om aan deze blog te besteden. En ik wil nog wat ornithologische fait divers met u delen.

Als ik dezer dagen het park inloop dan loop ik bijna tinnitus op van het gezang. Er zitten nog geen bladeren aan de bomen en je zou dus verwachten dat je de bron van de herrie dan makkelijk moet kunnen vinden, maar dat valt nog knap tegen. U zou kunnen vermoeden dat dat aan mijn beperkingen ligt, maar het heeft er ook mee te maken dat de lawaaischoppers heel erg klein zijn. Vandaag had ik er eindelijk eentje te pakken, maar ik heb om heel wat bomen tevergeefs gedraaid.
Dit winterkoninkje schreeuwde zich de longen uit het lijf
Het blijft indrukwekkend hoeveel lawaai er uit zo'n heel klein beestje kan komen.
 
Ook deze roodborst deed flink zijn best
Vogels zingen niet voor het esthetische genoegen maar om hun territorium af te bakenen. En als dat niet helpt wordt het matten.
Zoekplaatje: vechtende vinken tussen de blaadjes
Ik heb altijd de indruk dat vinkjes over het algemeen sociale vogeltjes zijn, maar in de broedtijd ligt dat toch wat anders. Van vinken die gehouden worden in kooitjes is ook bekend dat je beter niet twee mannetjes bij elkaar kan stoppen. Sinds ik dat bovenstaande gevecht zag, heb ik ook al vinken gezien die elkaar achterna zaten.

Dan een nieuwe observatie buiten-mededinging, want buiten het park. (Maar er ook niet heel ver wandelen.)
Kievit
Al zeker 10 jaar broeden er kieviten achter het gebouw van ASML/DHL op het Flightforum. Het is eigenlijk een stukje braakliggend terrein dat bedoeld is voor een verdere uitbreiding van dat gebouw, ingesloten door een tamelijk drukke weglus. Vlak in de buurt zijn allerlei grotere velden. Toch blijven die beesten hardnekkig bij hun veldje. Iets soortgelijks heb ik ook wel gezien in de lussen van (snelweg-)klaverbladen. Daar zie je soms in een plasje of een weitje van alles zitten, dat er volgende keer dat je langskomt er weer zit. Blijkbaar wonen de betrokken beestjes daar. Ik vind dat soort eigenwijze natuur wel grappig. Je zou denken waarom ga je niet in die mooie rustige plas of wei honderd meter verderop zitten? Maar nee, ons idee van natuur stemt niet overeen met dat van de natuur zelf.

De wintertalingen zijn weer vertrokken, hoogstwaarschijnlijk naar het noorden.
De laatste wintertaling die ik zag, op 24 maart
Wintertalingen broeden ook wel in Nederland, maar veruit de meeste worden gezien in de (u raadt het) winter. En dat zijn exemplaren die broeden in het noorden en min of meer met de vorstgrens meereizen. Ze gaan daarbij blijkbaar redelijk opportunistisch te werk, en trekken net zo ver als ze nodig hebben om bij hun eten te kunnen. Bevroren water is voor hun het probleem. Je weet dus ook nooit of ze er volgende winter weer zullen zijn, want dat hangt maar net van de vorst af.

Kauwen hebben de naam slimme vogels te zijn maar onderstaand exemplaar kan het zaden-uit-een-zakje-pikken toch beter aan de mezen en vinken overlaten.

Kauw bij -oranje- zadennetje
Deze kauw kukelde iedere keer naar beneden voordat ie iets uit het netje had geprutst. Nou ja, je kan niet overal goed in zijn.

Roeken zijn geen mooie vogels. Speciaal het karakteristieke kale stuk achter hun snavel is niet bijzonder charmant. Maar anders dan de kraaien en de kauwen hebben ze niet zo erg de neiging hun omgeving te terroriseren. En ze vullen hun keelzak met alles wat ze voor hun kroost kunnen vinden, zonder het zelf op te knabbelen. Dus eigenlijk zijn roeken lief.
Lieve roek
Enfin, zoals ik al schreef, zal u het waarschijnlijk een poosje zonder mij moeten doen. Ik verwacht de komende weken geen tijd te hebben voor deze blog. Dat vind ik wel een beetje jammer, want ik doe het graag. Maar ja, er zijn andere dingen die ik ook graag doe en ook dingen die moeten.

Ik hoop dat ik over een week of drie, vier mijn plaatjes en overpeinzingen weer met u kan en mag delen. Tot dan.


zondag 25 maart 2018

Meer voorjaar en ander vervolg

Mijn blog is natuurlijk helemaal een soort vervolg verhaal, maar deze keer wil ik het, naast over het voorjaar, vooral hebben over vogelzaken waar ik al eerder over geschreven heb.

Eerst maar een aardige observatie.
Mevrouw sijs
De sijs die ik hier vorige week toonde was een mannetje. Maar mevrouw was blijkbaar meegereisd. Ze is niet echt scherp, maar toch wel goed te herkennen.

En ook een winterkoninkje is blij met de aftocht van koning winter. Dit exemplaar bleef dicht bij mij lang genoeg zitten in het voorjaarszonnetje.
Winterkoninkje
Waar ik altijd heel blij van word, is het geluid van de scholekster. Die heeft een heel herkenbare piet, piet, piet.. roep in zijn vlucht. Het is geluid dat me meteen aan strand en voorjaar doet denken. In de vlucht is het trouwens een prachtige vogel om te zien.
Scholeksters in vlucht
Op de grond zijn ze misschien iets minder mooi, maar nog steeds zeer herkenbaar.
Scholekster op 1 poot
Scholekster hebben even veel met eksters te maken als mezen met papegaaien. De enige overeenkomst is, een beetje, de kleur van hun veren.
Eksters ter vergelijking
Zeg nou zelf...

Scholeksters zijn typisch een soort waar ik veel plezier aan beleef. Hun geluid maakt me blij omdat het het voorjaar aankondigt. In de vlucht zijn ze prachtig. En ze maken als soort slim gebruik van wat de mens doet. Eigenlijk zijn het typische strand/wadvogels. Hun Engelse naam oyster catcher verwijst daar ook naar. Met hun stevige snavel kunnen ze goed schelpdieren te lijf. Maar tegenwoordig zie je ze ook ver landinwaarts, b.v. in Eindhoven, want ze hebben ontdekt dat je met diezelfde snavel ook allerlei lekkers uit slootjes en weiden kan peuren.

En dan nog even over ringen. Nadat ik hier vorige week een verhaal had afgestoken over de ring van een kokmeeuw, ben ik ook wat dieper gedoken in de halsbandringen van de ganzen.
En we noemen haar/hem E71
Van deze grote Canadese gans was de halsband ook makkelijk te fotograferen. Google vond voor mij Geese.org de site van ganzenminnend Europa. Op die site kan je, nadat je je hebt geregistreerd, jouw observaties van geringde ganzen vastleggen. In ruil krijg je dan de andere observaties van diezelfde gans te zien. En dat is toch wel weer leuk.
De omzwervingen van E71
En zo weten we nu dat E71 de voorkeur geeft aan Oeteldonk boven Lampengat. Nou ja, hij/zij heeft in ieder geval het grootste deel van de tijd doorgebracht in Den Bosch. Misschien was hij/zij vooral hier voor familiebezoek. Je weet het niet..

Maar goed, van nu af aan een notitieboekje mee en ringen/halsbanden spotten in ons park!

Ter afsluiting, roofvogels zie je niet veel in ons park. Ik heb het idee dat de zwarte brigade, de kraaien en kouwen, ze wegjagen als ze zich hier vertonen. (Dat heb ik een aantal keren gezien.) Maar deze buizerd vloog zo hoog dat ie niet gestoord werd.
Buizerd op grote hoogte, prachtig zwevend op voorjaarstermiek

Dit was het dan weer. Tot een volgende keer.


zaterdag 17 maart 2018

Nieuws en wat achtergronden

Deze keer een paar observaties en wat (technische) achtergrond van mijn blog.

Ik vind het altijd leuk als ik weer een nieuwe soort kan melden. En ik heb er weer eentje!
Een sijs
Broedende sijsjes zijn in Nederland zeer zeldzaam. Als wintergast zijn ze veel algemener. Dat zijn exemplaren die vluchten voor de kou in Scandinavië. Volgens het boekje worden die vaak aangetroffen in half-open landschappen en parken in de buurt van mensen. Mijn sijs past keurig in die beschrijving. Ik snap dat je vliegend relatief snel grote afstanden kan overbruggen, maar ik blijf onder indruk van zo'n klein bolletje veren dat even een paar duizend kilometer aflegt omdat ie het te koud vindt worden en dat dan ook weer terugvliegt omdat ie daar z'n partner hoopt te vinden.
Voor een vogeltje dat eigenlijk helemaal niet zo typisch Nederlands is, heeft ie zich toch diep geworteld in de Nederlandse spraak cultuur. Vooral Amsterdammers gebruiken de term sijssieslijmer voor een sukkel of slappeling. Een drijfsijs is een generieke term voor watervogel. (Spreek 'drijfsijs' met een nep Amsterdams accent uit en het bekt zo lekker dat je er meteen in meegaat.) Sijs wordt, in Amsterdam, zelfs als woord voor vogel in het algemeen gebruikt. En 'Op een wagen, vol geladen' zingen meisjes als sijsjes. (Voor iedereen van onder de vijftig of met een niet-Nederlandse achtergrond, dit gaat over een kinderliedje.)

Enfin, ik vind het in ieder geval leuk dat ik u een sijs kon tonen.

Deze witte eend zat zo mooi op een rots, dat ie ook nog wel even in mijn blog mag.
Hybride verwilderde eend
Ik heb al eens een betoog afgestoken over witte kwakers, dus dat bespaar ik u deze keer.

En dan dit. Deze kokmeeuwen zaten samen zeer meeuws te wezen op een straatlantaarn. Ik fotografeerde ze vanwege het aardige plaatje, hoewel ik geen echte meeuwenenthousiast ben.
Twee kokmeeuwen in voorjaarsdracht op een lantaarnpaal
 Maar thuis, achter de computer, viel mij op dat linker meeuw geringd is.
Ring E1Z9 (?) Ik heb wat aan de foto geprutst om de tekst leesbaarder te maken.
Google leidde mij naar de site van Frank Majoor. Daar valt op te maken dat een witte ring, beginnend met een E wijst op een in Nederland geringde meeuw. Het vreemde is alleen dat de cijfer-lettercombinatie die ik meen te lezen, volgens Frank niet is uitgegeven. Ik heb hem hierover gemaild. De ring is op de grens van het leesbare, dus misschien lees ik het niet goed, of misschien is deze code toch wel uitgegeven. Als Frank reageert, leest u zijn reactie hier.

Behalve dat ik dit soort feitjes grappig vind, is dit een mooie gelegenheid om nog een ander verhaal te vertellen. De foto's die u ziet in mijn blog zijn eigenlijk altijd bijgesneden versies van het origineel. Ondanks dat ik een sterke telelens gebruik, zijn de vogels meestal maar een (te) klein deel van het originele plaatje.
Tter vergelijking het complete plaatje. Hier zie je die ring amper...
Bovendien kan ik op die manier de compositie van mijn foto verbeteren. Vind ik zelf, dan. Nadat ik mijn favoriete uitsnede heb bepaald, breng ik de foto terug in resolutie omdat mijn, gratis, blogsite geen heel grote bestanden accepteert, en de blog zo ook beter werkt. Als u op een foto op mijn blog klikt/tikt, dan is de grotere versie die u dan ziet dus vaak nog een gereduceerde versie van het origineel. Voor op een computer/tablet/telefoonscherm is dat meestal goed genoeg. Maar als u een keertje echt de best mogelijke kwaliteit tot uw beschikking wilt hebben, dan mag u mij mailen. Mijn foto's zijn gratis, zolang u er geen geld mee gaat verdienen. (En als u er geld mee gaat verdienen, dan wil ik graag weten hoe u dat doet. ;-) ) Herpublicatie graag met bronvermelding.

Ik ben van plan in de toekomst nog wel eens wat dieper in te gaan op wat technische aspecten van mijn vogelfotografie. Ik krijg daar soms vragen over. Misschien wilt u er ook wel iets over lezen. Als dat zo is, laat dan wat weten, met wat precies uw interesse heeft.

Nog even een mooie gaai om het allemaal af te sluiten.
Fraai gaai

Tot een volgende keer.

zondag 11 maart 2018

Joepie

Een ideale blog is voor mij als ik een paar aardige foto's heb van vertrouwde gevederde vrienden waar ik wat over kan mijmeren, plus een bijzondere observatie waarmee ik goede sier kan maken. Vooral bij mezelf natuurlijk, u bent niet zo snel onder de indruk. Maar gun een oude man zijn illusies.
Soms heb ik het idee dat er geen nieuws/bijzonders meer te melden valt en dan vind ik het al heel wat dat ik er een blogberichtje heb uitgeperst. Ik weet het, niemand dwingt mij maar de masochist in mij moet ik gevoed worden.

En soms heb ik eigenlijk te veel om over te schrijven.

En nu weet ik eigenlijk niet waar te beginnen. Laat ik het bijzonderste voor het laatst bewaren. (En niet stiekem scrollen!) Dan beginnen we maar met het gewone lente werk. De nijlganzen hebben weer jongen. Ergens anders in Eindhoven woont nog een ander paartje nijlganzen dat altijd een week of twee eerder lijkt te zijn, maar ook bij ons zijn er de eerste bewijzen van een voorjaar.
Lekker schuilen bij ma, en soms even een paar stappen in de wereld
Overal in het park lag de afgelopen week nog ijs en dat levert ook mooie plaatjes op. Die doen het beter op een wat groter formaat, maar eentje wil ik u toch niet onthouden.
IJseenden
In ons park hebben we, 's winters, mooie rode struiken. (Ik weet weinig van planten, dus het merk blijf ik u schuldig.) Een of twee winters geleden heb ik daar een mees mooi zien zitten wezen, maar tegen de tijd dat de lens van mijn camera de goede kant op wees, was de vogel er vandoor. Sindsdien sluip ik er met mijn camera paraat op af, maar tot nu toe vergeefs. U voelt hem aankomen, en het was zelfs twee keer raak!
Eerst deze roodborst, die eigenlijk een beetje vloekt, qua kleur....
En een paar dagen later deze mees
De aalscholvers zijn ook weer helemaal terug. Eentje zat er prachtig karakteristiek op een paaltje zijn veren te drogen. (Waarna hij toch maar weer het water in dook; aalscholvers zijn blijkbaar slechte planners.)
Aalscholver in karakteristieke pose
Zijn collega's bekeken het van een afstand. Het wordt weer druk in de aalscholverboom.
Dan waren er nog baltsende futen. Ik maak geen filmpjes, maar eigenlijk zou dat voor zoiets wel moeten.
Ook de futen voelen het voorjaar
Het was een prachtig dansje tussen geliefden.

Ik heb ook nog een mooie twee-voor-de-prijs-van-één-foto. Pa en ma nijlgans met kroost, geëscorteerd door een brandgans. Brandganzen zijn best algemeen, maar in ons park zien we ze toch niet vaak. Ze lijken op afstand wel een beetje op de grote Canadese ganzen maar zijn beduidend kleiner en hebben toch ook wel een heel andere kop. 
Ganzen in soorten en maten
Ik had brandganzen al wel eens eerder gezien in ons park maar dat was toch alweer meer dan een jaar geleden. En dan is het toch een leuk weerzien.

En dan de uitsmijter. Toegegeven, het is geen vogel maar in dit geval maak ik graag een uitzondering. Vleermuisjes zie ik wel vaker, maar vooral 's zomers, in de schemer. Eigenlijk nooit onder fotografeerbare omstandigheden.
Het is zeker geen perfecte foto, maar iedereen die wel eens iets heeft geprobeerd te fotograferen zal het met me eens zijn dat het al een klein technisch wondertje is dat er van zoiets kleins en  onvoorspelbaar-bewegends als een vleermuis een min of meer herkenbare foto gemaakt kan worden.

Vleermuis bij daglicht

Ik vind het in ieder geval bijzonder, en ben er blij mee. Ik hoop alleen dat het beestje daar niet vloog omdat hij/zij in zijn winterslaap gestoord is.

Enfin, een rijke oogst deze keer. Ik hoop dat u het net zo leuk vond als ik. Tot een volgende keer.

zondag 25 februari 2018

Blijven kijken

Op het moment dat ik dit schrijf is het koud en het wordt nog kouder. Het vijzelgemaal waarmee het water in ons park wordt rondgepompt is uitgezet in de hoop dat er straks op natuurijs kan worden geschaatst. Namens de (liever-geen-)ijsvogel, en de andere watervogels, wil ik hier protest tegen aantekenen. Maar ja, een park is eerst en vooral voor mensen.

De vogels zijn zich ondertussen van geen naderend onheil bewust, en lijken zich vooral te richten op de komende lente. Er wordt alweer gezongen en gekibbeld dat het een lust is. Ook het verenkleed past zich aan op dingen die komen gaan. Soms door verandering in tekening, maar ook als er oppervlakkig gezien niets veranderd, lijken de kleuren intenser. Aan gewone, wilde, eenden besteedt ook de vogelkijkende mens meestal niet zoveel aandacht. Maar doe het een keertje wel; het prachtige iriserende blauwgroen van een woerd is meer dan de moeite waard.
Intense kleuren voor een naderend voorjaar

Van sommige aalscholvers wordt de kop bijna wit bij het naderen van het broedseizoen.
Aalscholver in voorjaarskleed
De kokmeeuwen krijgen ook weer een zwarte kop. Het opvallende is wel, dat ze het er niet over eens zijn wanneer dat dan moet gebeuren.
Een avant-gardistische kokmeeuw met meer behoudende soortgenoten
Vorige keer meldde ik al blij dat er weer wintertalingen in ons park wonen. Wintertalingen zijn zo'n beetje de kleinste eendjes die in Nederland voorkomen. Op individuele foto's zie je dat eigenlijk niet, omdat ze ook zo fijn getekend zijn.
Wintertaling met gewone eenden, ter vergelijking
En nog eentje omdat het zo'n mooi vogeltje is.
Meneer wintertaling tussen rietstengels
Zoals ik schreef, wordt ook weer veel meer gekibbeld. Een grote Canadese gans probeerde zijn/haar partner (?) wat duidelijk te maken. Maar die bleef er geheel onbewogen onder.
Luidruchtige grote Canadese gans
Was er vreemd gegaan? Had hij/zij geknipoogd naar een andere gans? Zit die ring toch niet echt lekker, ook al hebben de beestjes er volgens de experts geheel geen last van? Hoe dan ook, de andere gans bleef rustig naast de schreeuwlelijk dobberen en na een tijdje keerde de rust weer.

Het is duidelijk dat ik plezier beleef aan het kijken naar vogels en dat probeer te delen met u, mijn lezer. Maar vogelliefde kent ook andere vormen.
Vogelwoning uit ijslollystokjes en een verantwoord water pak
Ik hoop alleen maar dat dit niet het resultaat is van verplichte fröbelactiviteiten maar van diep gevoelde vogelliefde. ;-)

Nu maar afwachten hoe de vogelstand er na de komende koude periode er uit ziet. Ik hoop dat er over een paar weken toch weer allerlei moois te melden valt. Waar ik u dan ook mee hoop te verblijden.

Tot dan.