zaterdag 28 september 2019

Gevederde zaken

Deze titel leek me passender dan lopende zaken, maar eigenlijk is het natuurlijk vooral dat.
De druk op ons park neemt toe, door alle bouwactiviteiten en door de droogte die eigenlijk al meer dan een jaar duurt. Vorig jaar zomer was het opvallend droog en het park is daar nooit helemaal van hersteld. Aan het einde van de winter was het wel wat beter, maar een week geleden stond het water nog lager dan het vorig jaar ooit gestaan had.
En dan zijn er die bouwactiviteiten. Hoewel het park daar niet rechtstreeks onder lijdt, zijn er wel negatieve effecten voor vogels. Mensen wonen graag aan de rand van een park, en het uitzicht daarop wordt door projectontwikkelaars gretig verkocht. Dat heeft twee effecten. De braakliggende lapjes grond tegen het park aan verdwijnen langzaam snel. Dus wordt de totale ruimte voor vogels kleiner. En alle bouwactiviteiten, en de bewoning daarna, zorgen voor meer drukte en de meeste vogels houden van rust. Aan de andere kant: we hebben het over een park in een nieuwbouwwijk. Dat park zou er helemaal niet zijn als er geen mensen waren. En heb ik niet in mijn eerste post zo mooi uitgelegd dat ik juist zo van natuur houd als die goed gebruik weet te maken van wat de mensheid te bieden heeft?

Uiteindelijk denk ik dat het allemaal wel weer goed gaat komen. Er zal vroeger of later vast wel iets gevonden worden op het waterbeheer, en het bouwen houdt vanzelf een keertje op. En dan ontstaat er wel weer een nieuw evenwicht.

Maar ondertussen blijft er wat minder te rapporteren dan een paar jaar geleden. En moet ik dus wat beter kijken. En dat gaan we dan maar proberen.
Blauwe reiger
Zo is bovenstaande reiger niets bijzonders voor ons park. (Hoewel je altijd moet blijven realiseren dat op een andere plaats dit ineens De Observatie kan wezen.) Maar zoals hij/zij bij het groene riet poseert is het toch weer een aardig plaatje. Vind ik.

Muskus eend
En deze muskus eend is niet meteen moeders mooiste, maar zo heeft ie toch wel wat. En vooral, zij (dat is het denk ik) doet zo heel erg denken aan het klassieke plaatje van een dodo.

Als zwaluwen zomer maken dan is het na hun vertrek op z'n minst herfst. Laatst zag ik toch nog een vogeltje rondscharrelen bij de oeverzwaluwenmuur.
Koolmees bij de oeverzwaluwmuur
Even dacht ik dat het een zwaluw was die net als ik geen afscheid van de zomer wilde nemen, maar het was een koolmees die de misschien overwoog de leegstand bij oeverzwaluwwoningen ten eigen faveure aan te wenden.

En soms zie ik iets wat nauwelijks wat met vogels te maken heeft.
Konijn tussen de eenden
Blijkbaar zijn eenden niet erg bang voor konijnen, maar dat was eigenlijk niet wat mij prikkelde. Ik weet dat op sommige plekken waterkonijn op de menukaart staat, wat in feite muskusrat is. (Muskusratten zijn overigens ook eigenlijk geen ratten, dus is er weinig op tegen om het beest te hernoemen naar een ander knaagdier.) Maar goed, dit zijn echte 'water konijnen'. En nu we toch met associaties bezig zijn ook maar dit gedichtje van Kees Stip:

Bij Noordwijk zwom een nat konijn
te midden van een school tonijn.
“Tja,” sprak het beest, “dat tomt er van
als men de ta niet zeggen tan.”

Ter afsluiting nog eens oog voor het detail.
Kauwen
Of is het: het oog als detail? In ieder geval was ik weer eens getroffen door het fraaie blauwe oog van een kauw.

Ik laat het hierbij. Tot een volgende keer.

PS. De vogel waar ik de vorige keer geen naam op kon plakken, lijkt toch wel een vrouwtje zwarte roodstaart. In deze tijd zijn die wat valer van kleur en het vrouwtje is altijd meer grijs dan zwart. Met dank aan Raoul en Sander.

zondag 1 september 2019

Joepie 2

Tijdens mijn wandelingen door ons park heb ik al een tijdje het idee dat ik het eens, of wat meer, moet hebben over de vogels die ik de laatste tijd niet meer zie. Mijn grote overzicht telt ondertussen bijna 60 soorten. (Ik werk dat regelmatig bij, u vindt het onder 'Welleke dan?' rechtsboven als u dit bekijkt op een wat groter scherm.) Van sommige vogels weet je eigenlijk van tevoren dat het geen blijvertjes zullen zijn. De fraaie Carolina eend die ik in 1 van mijn eerste blogs tegenkom, hoort helemaal niet in Nederland en is dus vast een ontsnapte siervogel die het waarschijnlijk zonder hulp niet redt. Ook zijn er erkende passanten, zoals de kuifeendjes die hier een paar weken gebivakkeerd hebben en toen weer verder getrokken zijn. Kuifeenden zie je op allerlei plaatsen in Nederland, maar blijkbaar is ons park het niet helemaal voor dit fraaie vogeltje. Kan gebeuren.


Het weinige water in ons park gaat ook kwalitatief achteruit

Maar eigenlijk maak ik me soms wel zorgen over de vogels die tot de min of meer vaste bewoners gerekend kunnen worden en dan ineens verdwijnen. Ik denk bijvoorbeeld aan de aalscholvers die ik al een tijdje niet meer zie. En ook de futen zijn hem gesmeerd. Ik hoop en verwacht dat ze zich op den duur wel weer zullen melden, maar je krijgt toch het idee dat het in ons park voor veel vogels op dit moment niet goed toeven is.

En toen was daar ineens toch weer een ijsvogel.
IJsvogel
Toen ik met deze blog begon, hadden we een ijsvogelpaartje als vaste bewoners van dit park, maar de laatste twee jaar heb ik geen ijsvogel meer gezien. En toen ik hem de afgelopen week zag en ook nog kon fotograferen was dat voor mij dubbel geluk. Hij/zij was er vandoor voordat ik dichterbij kon komen, maar het ik ben toch heel blij met dit plaatje. Nu maar hopen dat dit de aankondiging is van permanente huisvesting.

Een jaar of zo geleden, was ik ook zo blij met de steenuiltjes in ons park. Ondertussen kom ik ze regelmatig tegen, en heb ik het er ook niet meer iedere keer over. Maar deze zat zo lekker in het avondzonnetje dat hij mij en mijn grote boze oog redelijk dichtbij verdroeg.
Steenuil in de avondzon

En verder moeten we dan maar zuinig zijn op de vogels die wel trouw blijven aan het park.
Waterhoen met jong
Waterhoentjes zijn wat bescheidener dan hun meerkoet-verwanten. En met hun felrode snavel met gele punt vind ik ze ook best mooi. Waterhoentjes schijnen ook 's nachts te vliegen. Dan vliegen ze misschien wel meer dan overdag, op zoek naar plaatsen waar ze kunnen wonen en foerageren. (Het is bekend dat vogels ook/vaak 's nachts vliegen. Maar welke vogels, en in hoeverre dat afwijkt van hun vlieggedrag overdag is vaak veel minder bekend. Het is gewoon lastiger te observeren.)

Een andere trouwe vogel is de blauwe reiger. En het blijft aardig om ze te zien jagen op een visje. Ze sluipen door het water om ineens toe te slaan. Als je ze een tijdje volgt, kan je aanvoelen wanneer dat gaat gebeuren. En dan wordt het bijna spannend. (U mag dit lezen als een aanmoediging om te blijven kijken als u een reiger bezig ziet.) Hoewel het tafereel ook voor deze blog niet bepaald nieuw is, vond ik onderstaande foto toch weer de moeite waard om met u te delen.
Toeslaande blauwe reiger
En hij heeft beet.
En hier was het om te doen

En dan nog een prijsvraag. Ik heb geen idee wat dit vogeltje is. Hij (m/v) was ook te ver weg voor een goeie foto. Onderstaande plaatje is nogal mishandeld om de kleuren wat te versterken. Hij lijkt er op dat er wat roods aan de staart zit, dus dat zou wijzen op een soort roodstaart. Heeft u een idee?
Zegt u het maar
Mensen met interessante ideeën zullen worden beloond worden met een eervolle vermelding en achtervolgd worden door mijn eeuwige dankbaarheid.

En met deze brandende kwestie houd ik ermee op. Tot een volgende keer.



zondag 11 augustus 2019

Van alles wat

We zitten alweer in het tweede deel van de zomer, en mijn productiviteit laat nog steeds wat te wensen over. Maar goed, het is wat het is. De bijzondere observaties blijven een beetje uit en het kost me de laatste tijd meer moeite om aardige plaatjes voor u te vinden. Hoewel ik straks toch weer twee nieuwe soorten te melden heb. Ook het park heeft het moeilijk. De koeien zijn verwijderd omdat ze daar met gevaar voor eigen leven stonden. En het watergebrek blijft een probleem. Er valt af en toe wel een buitje, maar het is bij lange na niet genoeg om de vijvers bij te vullen.
Eenden op een drooggevallen duiker
Maar goed, laten we ons op het positieve nieuws richten. Zo geeft het echtpaar Nijlgans met blijdschap kennis van alweer een nieuw nest.
Knabbelende Nijlganzen
En ik heb dus toch weer twee nieuwe soorten (als in 'nieuw voor deze blog') te melden. Zanglijsters zijn algemene vogels, maar toch had ik ze niet eerder in het park gezien. En ook dit exemplaar was haast niet te zien in de schemering in een bosje. Gevolg: veel te weinig licht voor een goede foto.
Zanglijster in de schemering
Maar met wat grof geweld heb ik er toch nog iets herkenbaars van weten te maken, zodat ik mijn observatie met u kan delen. Ik denk tenminste dat dit een zanglijster is, het zou ook een grote lijster kunnen zijn. Maar de vlekken op de borst van de zanglijster hebben meer de vorm van pijlpunten, terwijl die van de grote lijster rond van vorm zijn. En de zanglijster is algemener. De grote lijster is natuurlijk ook groter, maar als je even iets heel vlug in een bosje ziet, heb je daar niet zoveel aan. (Wat dat betreft zijn opgezette vogels toch wel een stuk gemakkelijker te determineren; en anders heb je altijd nog het naamplaatje op de sokkel.)
Voor wie zelf een determinatiepoging wil doen: De site van de Vogelbescherming geeft veel informatie, en daar vind je ook een link naar de grote lijster.

Die andere nieuwe was ook al geen gemakkelijke observatie, en zo mogelijk nog een minder goede foto, maar toch..
Een boomklever
Het zijn mooie vogeltjes die langs stammen op en neer lopen. De vogel op de foto heeft zijn kop naar beneden, wat heel typisch voor een boomklever is. Een boomklever had ik wel eerder gezien, maar ik vind ze o zo moeilijk te fotograferen. Altijd al weg, voordat ik mijn lens de goede kant op kan laten wijzen.

Deze pimpelmees had wat dat betreft net wat meer gevoel voor pose.
Pimpelmees
Zelfde stam, zelfde kleuren, zelfde houding, maar toch een veel prettiger plaatje. Tja, je hebt het, of je hebt het niet. Maar misschien kan deze mees toch eens wat tips geven aan die boomklever.

En ook deze merel had een mooi plekje tussen de boterbloempjes (?) gevonden.
Merel man tussen de bloempjes
Een aardige observatie van een andere soort, het lijkt er op dat 'onze' reigers een dak van een van de grote bedrijfsgebouwen als favoriete hang-out geadopteerd hebben. Tegenwoordig zie ik bijna altijd reigers daar op dat dak zitten, en zeker 's avonds ook meer dan 1.
Blauwe reiger op dat dak

Bij de kokmeeuwen kondigt de winter zich alweer aan. Ze verliezen de zwarte kop die bij hun zomertooi hoort. Nu zijn kokmeeuwen daar ook wel vlug mee, ze kunnen in januari hun zomerkleed alweer hebben.
Kokmeeuw in  vervagend zomerkleed

Maar goed, het is nog geen winter, er zijn nog volop zwaluwen ook al is het was rustiger bij de oeverzwaluwwand.
zwaluwschaduw met oeverzwaluw
 En eindelijk een redelijk goed zich op de oeverloper.
Oeverloper
 Ik heb hem al zo vaak geprobeerd te fotograferen. Echt dichtbij kom je nooit, maar met deze foto in gedachte moet iedereen hem toch kunnen herkennen.

Ik beloof u dat ik u voorlopig niet meer zal lastigvallen met oeverlopers. Waarmee dan wel, zal de volgende keer blijken. Ik hoop dat u dan toch ook weer even over mijn schouder wil meekijken.

Tot dan.



zondag 7 juli 2019

Angstige dagen voor ouders

Als ouder van een kuiken (je bent zelf dan een vogel) doorsta je heel wat angsten voordat jouw kroost op zijn eigen poten kan staan / uitgevlogen is. En als vogelkijker leef je met ze mee. Hoewel dat ook weer wat dubbel is, die kuikens worden ook vaak gegeten door andere vogels, die zelf ook maar weer honger hebben of voor hun nageslacht willen zorgen. De natuur is vooral nogal cynisch; als je als soort niet zo goed bent in het verdedigen van jouw broedsel, dan moet je maar zorgen dat je met veel begint. Dan worden er een paar misschien later toch zelf papa en mama. Moedereenden beginnen niet voor niets met zo'n sliert kuikens.

Hoe dan ook, ik ben altijd weer blij als een kuiken de eerste fase van zijn leven veilig doorkomt. Zo sprak ik in mijn vorige blogpost mijn zorgen uit over de scholeksters op het sedumdak. Maar het lijkt er op dat dit jong het gered heeft.
Volwassen scholekster met jong op de voorgrond
Ik zag een groepje van drie scholekster in de grond peuteren, waarvan eentje duidelijk een uitgegroeid jong is. Je kan het jong herkennen aan zijn wat grijzere verendek, zijn bleek-oranje snavel met zwarte punt en het nog ontbreken van de rode ring rond het oog. Hoewel ik natuurlijk niet zeker weet dat het om dezelfde scholeksters gaat als van de vorige keer, zou het heel goed kunnen. Zoveel paartjes heb je hier niet. Het mooie van scholeksters is dat ze erg oud kunnen worden, zoals ik al eens eerder beschreven heb. Dus als een paartje een paar jaar een enkel jong weet groot te brengen, is dat voor de soort al goed nieuws.

Soms gaat het ook mis. Ik zag een gewone ekster bij de oeverzwaluwwand ineens even voor een nest hangen en toen boven de wand wat oppeuzelen. Ik heb niet kunnen zien wat deze nazaat van de dino's te pakken had, maar erg veel fantasie is er niet voor nodig.
Knabbelende ekster
Blijkbaar waren de oeverzwaluwen aan het uitvliegen, want er hing daar ook al een blauwe reiger rond.

Ekster is trouwens een naam die op allerlei niet verwante vogels geplakt wordt. Noch de klapekster, of de scholekster zijn verwant aan de gewone ekster, of aan elkaar. 

Ik heb de indruk dat je als nijlgans wel een goede kans maakt jouw jeugd te overleven. Papa en mama zijn behoorlijk fel. Iets kleiners dan een vos of zo zal er niet snel aan beginnen.
Familie nijlgans poserend tussen de bloemetjes
In het kader van de familieberichten, ik wist al dat er een steenuiltjes in ons park een paar waren, maar nu heb ik ook twee samen gezien. En gefotografeerd, zij het niet erg duidelijk.
Paartje (?) steenuil
Ik zag pas thuis dat er twee uiltjes op de foto staan. Ik kom niet te dichtbij, en ze hebben een goede schutkleur. Ik weet niet zeker of dit vader en moeder zijn of ouder en jong. Maar hoe dan ook aardig.

Het is geen groot nieuws, maar ik ben altijd blij als ik een (ring)mus tegenkom. Mussen zie je om de een of andere reden niet zoveel hier in Meerrijk. En hoewel ze het niet zo goed schijnen te doen, zijn mussen nog altijd zeer algemeen.

Ringmus
Hoe dan ook, ik heb een zwak voor deze pittige brutale vogeltjes.

En dan nog een kijktip, zeker op warme dagen krijgen ook gierzwaluwen dorst. Om te drinken vliegen ze dan laag over het water van en plas en scheppen ze een water op. Dat kan je ze zien doen bij de oeverzwaluwwand. Normaal gesproken zie je ze vooral hoog in de lucht, maar zo kan je ze wat dichterbij zien.
Een gierzwaluw die een slokje gaat drinken
En omdat een zwaluw geen lente of zomer maakt, en om te vergelijken, hier nog wat oeverzwaluwtjes.
Oeverzwaluwtjes in de vlucht

Dat was het weer, tot een volgende keer.



maandag 10 juni 2019

Varia

Het is alweer een tijdje geleden dat u een berichtje van mij ontving. Dat heeft geen diepe oorzaak, maar is meer een combinatie van allerlei factoren. Het lijkt er op dat we daarvan de meeste nu achter de rug hebben (er staan b.v. geen vakanties in de nabije, of andere, planning) dus kan ik mij weer wijden aan deze blog.

Tussendoor heb ik toch nog wel wat gefotografeerd, en de resultaten wil ik toch eerst met u delen. Zo zag ik deze grote bonte specht.
Grote bonte specht, vrouw
 Over het algemeen ben ik niet zo goed in het bepalen van het geslacht van veel vogels. Eenden zijn natuurlijk makkelijk, maar heel vaak lijken het mannetje en het vrouwtje erg op elkaar. Een bonte specht is een leuke oefenvogel. Spechten komen in drie maten (S, M en L). De grote bonte specht is te herkennen aan zijn rode stuit -die op deze foto dan weer niet zo heel goed te zien is- en is het algemeenst. De middelste en de kleine bonte specht hebben een rood schedeldak en lijken dus nogal op elkaar, maar de middelste is heel zeldzaam in Nederland; je komt hem eigenlijk alleen in Limburg tegen. Grote bonte mannetjes hebben daarbij een rode plek op de achterkant van hun kop, dus is deze vogel een vrouw.

Een andere aardige observatie vond ik deze koolmees, die huisvesting gevonden had tussen de stenen van een oeverwandbekleding. Weer eens wat anders dan een huisje in een tuin.
Koolmees voor de ingang van zijn/haar huis


Een maand geleden was het bij de oeverzwaluwmuur een drukte van belang. Ik heb wel eens vaker mijn twijfels over de huwelijkse trouw van oeverzwaluwen uitgesproken, en ook nu weer zag ik verdachte combinaties.
Oeverzwaluwen
Bij huisje 124 hebben zeker drie oeverzwaluwtjes het gezellig, en misschien zijn het er wel vier.

Synchroon vliegen voor zwaluwen

Ik heb er al verschillende keren eerder over bericht, ik zie regelmatig een oeverloper. Het beestje is zo schuw dat het zich bijna niet laat fotograferen. Dat is nog steeds het geval, maar ik heb toch weer een iets betere foto, geloof ik.
Oeverloper in de verte
Ook wel een mooi vogeltje, toch?

We hebben ook een scholekster paartje dat zich ieder jaar hier meldt om op het sedumdak een jong proberen groot te brengen. Of het dit jaar gelukt is weet ik niet, maar het jong was wel aardig op weg. 
Scholeksterkuiken
Scholekster ouder op wacht
Toen we terugkwamen van vakantie was het kuiken er niet meer, maar dat zegt weinig. Het kan natuurlijk gepakt zijn door een rover, informeer eens bij uw poes, maar het kan ook uitgevlogen zijn. We hopen maar op het laatste.

En tenslotte nog maar een vakantiefoto, omdat het zo'n fraaie vogel is.
Bijeneter (op Kos, Griekenland)
Ik had ook nog wel een mooie reiger in de aanbieding, maar die toon ik al zo vaak.

Tot een volgende keer. Hopelijk wat vlotter nu.


zondag 5 mei 2019

Voorjaar

De tegeltjeswijsheid: 'In mei leggen alle vogels een ei' is natuurlijk niet waar. Heel wat vogels zijn dan al bezig met het opvoeden van hun kroost; soms misschien al van hun tweede leg. Maar het is wel de tijd van het nieuwe leven.

Het probleem met die tegeltjeswijsheid zit hem natuurlijk vooral in de veralgemenisering, er zijn best vogels die in mei, ook, een ei leggen. Neem nou onze oeverzwaluwtjes. Ze zijn al een dikke maand of zo terug. Maar hoewel ik ze wel eens in de buurt van de oeverzwaluwwand zag, maakten ze weinig aanstalten om een passende woning te betrekken. Maar van de week werd er duidelijk weer werk van gemaakt.
Oeverzwaluwen op de woningmarkt
Als vogel heb je geen hypotheek-perikels, maar dat betekent nog niet meteen huisvesting-zonder-zorgen. Bij nummer 135 zijn twee oeverzwaluwtjes bezig. Dat kan goed een koppeltje zijn, maar zeker is dat niet. Ik zie regelmatig drie (of meer?) zwaluwen in een woning verdwijnen en weer verschijnen. Polyamorie of partnerkift? Wie zal het zeggen. Hoe dan ook, ik verwacht dat er deze maand zeker wat oeverzwaluweneitjes gelegd zullen worden.

Voor een fotograaf is een zwaluw een lastig beestje om vliegend vast te leggen. Dus is ie een beetje trots, als dat toch weer is gelukt.
Oeverzwaluw in vlucht

Andere vogels zijn al volop bezig met de resultaten van de gelegde eieren.
Grote Canadese gans met nageslacht

Er zijn dit jaar zeker drie koppels met jongen. Blijkbaar vinden ze ons park toch wel heel prettig.
Verschillende pluizige structuurtjes (lees: kuikens van de grote Canadese gans tussen [on]kruid)

In feite is deze gans ook een exoot. Grote Canadese ganzen kwamen altijd wel voor in Nederland, maar alleen als wintergasten, als ze de winter in Scandinavië te bar vonden. Ondertussen zijn nakomelingen van ontsnapte siervogels in Nederland en België zo succesvol dat ze hier een grote populatie hebben gevormd die nauwelijks trekt.

Ik zag ook weer heel kleine Nijlgansjes.
Familie Nijlgans
Dit moet haast het resultaat zijn van een tweede legsel, want de eerste jongen van dit jaar zijn al bijna volwassen. Misschien dat bij dit koppel de eerste leg het niet gered heeft?
Ter vergelijking, drie jongen en een ouder van begin dit jaar


Jonge futen had ik u al eerder getoond, maar dit vredige samenzijn wilde ik u toch niet onthouden.
Voor even een gelukkige familie
In futenfamilies zijn de ouders de kinderen meestal snel zat. Over een paar weken zie en hoor je de jongen nog met luide stem bedelen, maar worden ze door hun ouders genegeerd of zelfs weggejaagd. Ze moeten het dan maar zelf redden.

En soms heb ik een probleem dat ik graag naar u doorschuif. Kwikstaarten zijn natuurlijk niets nieuws. Maar ik had toevallig twee kwikstaartjes die allebei fotogeniek deden. Mijn eerste voorkeur was deze:


Kwikstaart kandidaat 1
Hij m/v zat daar zo mooi, en ook herkenbaar voor ons park, door dat hek. Maar ik begon toch te twijfelen.
Kwikstaart kandidaat 2
Dit exemplaar zat net tussen de paarse bloemetjes, en dat geeft wat kleur bij zo'n zwart-wit vogeltje.

Wat zou u doen?

En met deze brandende kwestie sluit ik af. Tot een volgende keer.

zondag 14 april 2019

Geslachtdrift en haar gevolgen

Deze tijd staat in het teken van de voortplanting en behalve pullen (ja, dat woord bestaat echt, het betekent kuiken dat nog niet kan vliegen) levert dat nog van alles op. Het pluizige spul komt straks in beeld, maar eerst wat anders.

Meerkoeten zijn zo algemeen dat ik normaal gesproken niet zoveel aandacht aan ze besteed. Ik ben ook wel gewend dat ze aardig kunnen kibbelen. Maar deze keer ging het verder dan dat. Ze leken elkaar echt naar het leven te staan.
Mattende meerkoet die poogt een soortgenoot te verzuipen
 Het zag er echt uit als een gevecht op leven en dood. En eigenlijk ook wel spectaculair.
Spectaculair gespetter (de rechter meerkoet heeft veertjes van zijn belager in de snavel)
Ik heb thuis geprobeerd uit te vinden of meerkoeten elkaar ook soms echt afmaken, maar daar kon ik geen rapporten van vinden. Dus uiteindelijk zal het allemaal wel meevallen.
Vechten lijkt zelfs zo populair dat hier ook maar een derde gaat meedoen
Het lijkt vooral te gaan om de beste broedplekken. Meerkoeten komen in groepen de winter door, maar als het tijd is om te gaan broeden, zitten ze elkaar net te veel op de lip. En voor polderen is in de natuur dan even net geen tijd.

Uiteindelijk gaat het natuurlijk om krijgen van nageslacht. Vorige keer had ik een plaatje van Nijlganzen met kuikens, die trouwens alweer een aantal weken oud waren. Deze keer futen.
Fuut met jong op de rug die gevoed wordt door partner
Ik ben altijd blij als ik een fuut met jongen (of een jong) op de rug zie. Deze waren nogal ver weg, maar als goedmakertje was mooi te zien hoe beide ouders hun bijdrage leveren in het grootbrengen van hun kroost.

Er zijn ook jonge eendjes.
Zeer jonge eendjes
Een ander gevolg van alle voorjaarshormonen is vogelgezang. Ik vind dat wel handig, dan heb je net iets meer kans om een vogel te betrappen. En soms levert dat voor deze blog weer een nieuwe soort op.
Zingende heggenmus
Hij zat wat ver weg, en hij was zo weer weg, maar ik ben er vrij zeker van dat deze foto een heggenmus laat zien. Dat kan het voordeel van fotograferen zijn.

Soms helpt fotograferen niets.
Fitis? (of toch een tjiftjaf?) met nestmateriaal
Bovenstaand vogeltje was welopgevoed, en wist dat je met volle snavel niet mag zingen. Alleen weet ik nu niet wie hij was. Het verschil tussen een fitis en een tjiftjaf kan ik alleen maar horen. Omdat ik op die plek wel een paar keer een fitis meende te horen, gok ik dus daar maar op. Maar eerlijk gezegd, volgens het boekje heeft een tjiftjaf donkerder pootjes dan een fitis, en deze lijkt wel heel donkere pootjes te hebben. Dus wie het weet mag het zeggen.

Een goede opvoeding is niet altijd een voordeel...

En dan nog een laatste eerste voor mijn blog in dit park.
Kievit
In het verleden was er al eens een kievit in mijn blog voorbij gekomen, maar dat was buiten mededinging. Toen ging het om een paar op een braakliggend terrein in het Parkforum (naast het Silver Forum gebouw).  Dat terrein wordt inmiddels bebouwd en het kievitenpaar heeft hun huisvesting dus moeten opgeven. Op zich is dat jammer want die kieviten hebben daar toch een aantal jaren gebroed. Maar misschien vinden ze nu wel een prettig plekje op een wei in ons park.

Het is ze van harte gegund.

Tot een volgende keer.